Springen naar inhoud

Vakantietaak...


  • Log in om te kunnen reageren

#1

passoa

    passoa


  • >25 berichten
  • 36 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 14:17

Hoi allemaal!!

Kzit nl met een vraagje..
Khem een keitoffe vakantietaak gekrege van chemie maar kzit vast met het bereken van een paar evenwichtsconstantes..
Waarschijnlijk zijn ze heel simpel maar ik graak er niet aan uit..
Kan er iemand mij helpen??
Dit zijn ze:
a) gegeven: de omkeerbare, homogene reactie A+ 2B (dubbele pijl) C + 3D
Een oplossing met 0.20 mol A en een oplossing met 0.30 mol B worden samengevoegd en aangelengd tot 1.0 liter. Bij het evenwicht blijkt 0.050 mol C gevormd te zijn. Bereken de evenwichtsconstante.

b) 1.00 mol SO3 wordt gebracht in een reactievolume van 1.00 l. Als er evenwicht is, bevat het vat 0.60 mol SO2. Bereken Kc voor het volgende evenwicht: 2 SO3(g) (dubbele pijl) 2 SO2(g) + O2(g).

Kan er iemand mij helpe??
:s:s
xxx

Veranderd door passoa, 23 augustus 2006 - 15:58


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Beryllium

    Beryllium


  • >5k berichten
  • 6314 berichten
  • Minicursusauteur

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 14:29

Hallo passoa, welkom op Chemieforum.nl! (of .be :oops:)

Bij vraag a ga je het beste als volgt te werk:
Je weet de verhouding tussen A, B, C en D. Je begint met 0.20 mol A, en 0.30 mol B. Als er 0.050 mol C wordt gevormd, hoeveel D wordt er dan gevormd? En hoeveel A en B is er verbruikt? Hoeveel A en B is er dan nog over? Wat heb je dus bij evenwicht voor A, B, C en D?
Dan moet je de vergelijking opstellen voor de evenwichtsvoorwaarde, en invullen maar.

Bij b ga je ongeveer gelijk te werk.
Schrijf eens de evenwichtsvoorwaarde op?
You can't possibly be a scientist if you mind people thinking that you're a fool. (Douglas Adams)

#3

passoa

    passoa


  • >25 berichten
  • 36 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 14:36

Mja..ma ge weet toch ni hoeveel D dat er wordt gevormd..
Tis een omkeerbare reactie en mij hemme ze wijsgemaakt dat dan de concentraties niet gelijk moeten zijn..
En hoeveel er verbruikt is en hoeveel er overblijft weet je tohc ook niet..
Wat bedoel je met de evenwichtsvoorwaarde..is da de evenwichtsconstante??
Kweet dak geen gemakkelijke ben..ma kbegin er gwn gefrustreerd van te grake om dat ni lukt..
Thanx om mij te willen helpen..
xxx

#4

kadeka

    kadeka


  • >100 berichten
  • 165 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 14:41

maar de verhouding: "1 mol C geeft 3 mol D" geldt wel



En Passoa, probeer even als jonge Vlaming zijnde ook je taal wat te verzorgen. Dan hoeven de andere Vlamingen (lees: ik) mij zo niet te schamen :oops:

#5

passoa

    passoa


  • >25 berichten
  • 36 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 14:47

Kadeka, wat bedoel je met de regel: 1mol C geeft 3 mol D??
Ik snap het niet..
Ik weet dat ik op mijn taalgebruik moet letten maar dit is gewoon een gewoonte van op MSN en ook mijn gewoon taalgebruik.
Mijn excuses hiervoor.
Maar ik snap het nog altijd niet..

#6

Beryllium

    Beryllium


  • >5k berichten
  • 6314 berichten
  • Minicursusauteur

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 15:07

Je reactievergelijking zegt toch: A + 2B --> C + 3D.

Dus als er 1 mol C wordt gevormd, wordt er tegelijkertijd 3 mol D gevormd.
You can't possibly be a scientist if you mind people thinking that you're a fool. (Douglas Adams)

#7

passoa

    passoa


  • >25 berichten
  • 36 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 15:11

Ja..ik ben mee denk ik..
Dus: je hebt maar 0.050 mol C dus je hebt 0.0167 mol D
Kan dat??
Of zit ik er helemaal naast??

#8

Beryllium

    Beryllium


  • >5k berichten
  • 6314 berichten
  • Minicursusauteur

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 15:18

Andersom! 1 mol C geeft 3 mol D, niet 3 mol C geeft 1 mol D.
You can't possibly be a scientist if you mind people thinking that you're a fool. (Douglas Adams)

#9

passoa

    passoa


  • >25 berichten
  • 36 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 15:20

Dus het is 0.15 mol ipv van 0.167mol
Verstrooidheid 8-[ :oops:

#10

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 16:06

Volgende stap: hoeveel mol A en B zijn er dan voor nodig? :oops:

#11

passoa

    passoa


  • >25 berichten
  • 36 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 16:14

Wel..
0.20 mol A en 0.30 mol B
dit zijn mijn beginconcentraties..
en C en D zijn toch mijn eindconcentraties..

ik moet dat nu toch gewoon invullen in mijn evenwichtsconstantebreuk??
of zit ik er verkeerd naast want op de duur begin ik er naast te slagen..
:oops:
ik word zot van mijn taak 8-[

#12

Beryllium

    Beryllium


  • >5k berichten
  • 6314 berichten
  • Minicursusauteur

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 16:22

Kijk nou eens naar je reactievergelijking! Daar staat alle info die je nodig hebt.

Om 1 mol C en 3 mol D te vormen heb je 1 mol A en 2 mol B nodig.
Dus: om 0.05 mol C en 0.15 mol D te maken heb je ... mol A en ... mol B nodig!
You can't possibly be a scientist if you mind people thinking that you're a fool. (Douglas Adams)

#13

passoa

    passoa


  • >25 berichten
  • 36 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 16:34

Dus: om 0.05 mol C en 0.15 mol D te maken heb ik 0.20 mol A en 0.60 mol B nodig of ben ik verkeerd.. :oops:
Mijn chemie is niet wonderbaarlijk en zo'n vraagstukken zeker niet.
De reden waarom ik die vakantietaak heb gekregen.
Wat ik raar vind want zo'n vragen hebben wij nooit gekregen op toetsen of examens..maar ja..
Khoop dat het maar allemaal klopt..

#14

Marjanne

    Marjanne


  • >1k berichten
  • 4771 berichten
  • VIP

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 16:51

Je bent verkeerd.
Beryllium zei:

Om 1 mol C en 3 mol D te vormen heb je 1 mol A en 2 mol B nodig.
Dus: om 0.05 mol C en 0.15 mol D te maken heb je ... mol A en ... mol B nodig!


en jij vult zonder nadenken (heb ik de indruk) 0,2 mol A en 0,6 mol B in.
De uitgangssituatie was 0,2 mol en 0,3 mol B. Er reageert een deel naar 0,05 mol C en 0,15 mol D. Er verdwijnt dus iets aan A en aan B, maar hoeveel? En hoeveel A en B heb je dan nog over?.
Je moet naar de verhoudingen kijken in de eerste en tweede van Berylliums regel.

We gaan het je niet zo maar vertellen hoor, anders snap je het daarna nog niet. :oops:

Veranderd door Marjanne, 23 augustus 2006 - 16:59


#15

Bari

    Bari


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 23 augustus 2006 - 18:53

Hey, ik help passoa let haar taak, dus heb ik me even geregistreerd. Ik vroeg me af of iemand me het juiste antwoord kan geven. Als ik zelf juist zit kan ik het proberen uit te leggen. Dat zal sneller gaan. Thx.

Veranderd door Bari, 23 augustus 2006 - 19:25






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures