Springen naar inhoud

LC-MS


  • Log in om te kunnen reageren

#1

stef.

    stef.


  • >100 berichten
  • 152 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 26 mei 2007 - 10:20

Hallo iedereen!
we zijn een stuk aan het studeren over massaspectrometrie als detectietechniek, maar het is een met de hand geschreven cursus en we raken er echt niet aan uit. De prof. heeft het eerst over elektron impact en chemische ionisatie als ionisatietechnieken, en dan begint hij een paar bladzijden verder, na het uitleggen van de quadrupool enzo over andere ionisatietechnieken, namelijk electrospray ionisatie en atmospheric pressure chemical ionisation (heeft lang geduurd voor we door hadden dat dit tevens ionisatietechnieken waren :oops: ...)
Hierover zitten we met een aantal vragen. Is het zo dat electrospray ionisatie en atmosferische druk chemische ionisatie enkel gebruikt worden bij vloeistofchromatografie, terwijl elektron impact en chemische ionisatie ook gebruikt worden voor GC of is dit een foute conclusie? we weten dat die twee eerste bij atmospherische druk gebruikt worden terwijl die twee laatste gebruikt worden in vacuüm. Wat is dan eigenlijk het voordeel van het onder atmosferische druk werken? Ik dacht dat dit was omdat het bij vloeistofchromatografie heel moeilijk is om de mobiele fase weg te krijgen bij vacuum, want een vloeistof opzuigen is toch veel moeilijker dan een gas opzuigen, en dat daarom gewerkt wordt bij atmosferische druk, maar niemand is hier zeker van.
Tevens kwam na een aantal bladzijden opeens het begrip collision induced dissociation. We weten dat dit een techniek is om te fragmenteren, maar klopt het dat dit ook enkel gedaan wordt bij vloeistofchromatografie omdat daar de moleculen die gescheiden worden groter zijn dan bij GC?
En weet iemand misschien wat een make up gas is??? 8-[

Hopelijk kan iemand ons helpen!
alvast bedankt!

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 29 mei 2007 - 20:38

Wanneer welke ionisatietechniek wordt gebruikt is voor mij niet te zeggen: deze technieken zijn stuk voor stuk na mijn studietijd ontwikkeld. Maar inderdaad is een belangrijke issue dat je niet al je loopvloeistof in de massaspectrometer kunt hebben. Je wilt dus een techniek gebruiken die de dragervloeistof snel verdampt, en alleen de te analyseren moleculen ioniseert en versnelt.

De collision-induced-dissociation techniek is als ik het niet verkeerd begrepen heb een techniek die in de MS/MS wordt gebruikt tussen de twee MS stappen. Dat is zo ver weg van de ionisatie dat ik me niet kan voorstellen dat het uitmaakt waar het monster uit komt....

#3

cheMister

    cheMister


  • >250 berichten
  • 266 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 30 mei 2007 - 15:50

Makeup gas:
Het inwendig volume van de detector is groot in vergelijking met de gasstroom van je kolom. Om zo weinig mogelijk diffusie van je gasstroom te hebben, wordt er een gasstroom (make up gas)in de detector geblazen zodat je gasstroom van de kolom bij mekaar blijft. Het is nogal moeilijk uit te legen zonder tekening maar met dit verhaal kun je misschien gerichter zoeken op internet.

Hoe hoger het vacuum hoe minder snel je geioniseerde molecule in botsing komt met andere lucht partikels.

Veranderd door cheMister, 30 mei 2007 - 15:53


#4

jasmien_CF

    jasmien_CF


  • 0 - 25 berichten
  • 10 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 04 juni 2007 - 15:10

electron impact en chemische ionisatie zijn ionisatietechnieken voor GC/MS. electrospray ionisatie en APCI worden gebruikt bij HPLC/MS. zo staat het ook in mijn handgeschreven cursus.

#5

Pink Panther

    Pink Panther


  • >250 berichten
  • 516 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 04 juni 2007 - 15:27

make-up-flow heeft ook een andere functie. er zijn detectoren die niet werken bij vacuüm, of die een optimaal debiet nodig hebben om een goed signaal te geven. stel dat je met een capillaire kolom werkt, dan komt er aan het einde maar 1 tot 3ml per minuut uit. sommige detectoren reageren hier gewoon niet op. vandaar moet je make-up flow toevoegen, dis is (natuurlijk) een inert gas (normaal hetzelfde gas als je voor je analyse gebruikt hebt) en dat voeg je toe tot je ongeveer aan een 300 ml per minuut komt. daar reageert de detector dan weer wel op.

ik dacht dat je bij HPLC ook een toestel kun tussenschakelen, na de kolom en voor de detector, die alles vacuüm zuigt, zodat als je met een vervluchtigbare vloeistof werkt als mobiele fase, die kunt wegdampen en dan kan je de moleculen van je staal gewoon door een massadetector sturen.

#6

eric van der meulen

    eric van der meulen


  • >25 berichten
  • 67 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 18 september 2007 - 00:57

Is het zo dat electrospray ionisatie en atmosferische druk chemische ionisatie enkel gebruikt worden bij vloeistofchromatografie, terwijl elektron impact en chemische ionisatie ook gebruikt worden voor GC of is dit een foute conclusie?

Dit is een heel goede conclusie. Electrospray Ionisatie (ESI) is een van de ionisatietechnieken, samen met APCI (Atmospheric Pressure Chemical Ionization) en APPI (Atmospheric Pressure Photon Ionization), die bij atmosferische druk plaatsvinden. Deze ionisatietechnieken worden alleen gebruikt in combinatie met (HP)LC of capillaire electroforese. Voor de goede orde: atmosferische druk ionisatie (API: Atmospheric Pressure Ionization) is een verzamelnaam voor ESI, APCI en APPI.

Electron Impact (EI, eigenlijk moet je tegenwoordig Electron Ionization zeggen) en chemische ionisatie (CI) worden over het algemeen alleen gebruikt in combinatie met gaschromatografie. Een uitzondering hierop is de Particle Beam Interface (PB). Met PB kun je vloeistofchromatografie koppen aan EI of CI ionisatietechnieken. Het voordeel hiervan is dat je 'klassieke' EI spectra krijgt, waarvan uitgebreide referentiebibliotheken bestaan. Het nadeel is dat PB erg ongevoelig is. Hierdoor is deze techniek in onbruik geraakt en is het aantal gebruikers tegenwoordig zeer beperkt. Een andere interface voor koppeling van LC technieken met EI/CI-MS is de Moving Belt, maar deze kan zeker als historie worden beschouwd.

Wat is dan eigenlijk het voordeel van het onder atmosferische druk werken? Ik dacht dat dit was omdat het bij vloeistofchromatografie heel moeilijk is om de mobiele fase weg te krijgen bij vacuum, want een vloeistof opzuigen is toch veel moeilijker dan een gas opzuigen, en dat daarom gewerkt wordt bij atmosferische druk, maar niemand is hier zeker van.

Een vuistregel is dat 1 ml vloeistof onder vacuum ongeveer 1 l gas levert. Direct introduceren van een vloeistof in vacuum stelt dus idioot hoge eisen aan de vacuumpompen. In de jaren tachtig is dit wel geprobeerd via Direct Liquid Introduction (DLI), maar dit was alleen mogelijk met beperkte LC flows. Bovendien was deze techniek zeer moeilijk stabiel te krijgen. Je gedachte dat het heel moeilijk is om de mobiele fase weg te krijgen, is dus correct. Bij ESI ioniseer je de analiet al in de vloeistoffase, waarna je buiten de MS, dus onder atmosferische druk, de mobiele fase verdampt. Bij APCI en APPI ioniseer je de analiet in de gasfase, maar nog steeds buiten de MS. In feite worden dus voornamelijk de ionen in de MS gebracht, en in veel mindere mate de mobiele fase, waardoor het handhavenvan het vacuum in de MS geen problemen meer oplevert.

Tevens kwam na een aantal bladzijden opeens het begrip collision induced dissociation. We weten dat dit een techniek is om te fragmenteren, maar klopt het dat dit ook enkel gedaan wordt bij vloeistofchromatografie omdat daar de moleculen die gescheiden worden groter zijn dan bij GC?

Wat Collision Induced Dissociation (CID) is, blijkt al uit de afkorting: fragmentatie van ionen door botsingen. In feite kunnen alle fragmentatietechnieken die gebruik maken van botsingen, worden aangeduid met CID. Wat over het algemeen MSMS wordt genoemd, dus het fragmenteren van ionen in een botsingscel onder vacuum, is ook CID. Deze vorm van CID word toegepast bij zowel LCMS als GCMS. Bij LCMS wordt met CID ook vaak bedoeld het fragmenteren van ionen in de LCMS interface door het laten botsen met gas in de overgang tussen atmosferische druk en vacuum. Dit is in het verleden door MS fabrikanten wel verkocht als zijnde een soort MSMS, maar dit is het natuurlijk niet, omdat het aselectief is, in tegenstelling tot echte MSMS waarbij je een ion selecteert, en vervolgens alleen dit ion laat fragmenteren.

En weet iemand misschien wat een make up gas is???

Een make up gas is een gasstroom die bij ESI coaxiaal aan je vloeistofstroom wordt toegevoegd die de MS interface in gaat. De bedoeling hiervan is om de verneveling van de vloeistofstroom te vergemakkelijken, omdat bij de meeste ESI-MS toepassingen de flow te hoog is om een echte 'electrospray' te krijgen. Het make up gas zorgt dus voor een pneumatische verstuiving van het LC effluent. deze vorm van ESI wordt ook wel 'Pneumatically Assisted Electrospray' genoemd....tenminste, zo werd het genoemd: tegenwoordig is ESI gecombineerd met conventionele LC bijna altijd 'Pneumatically Assisted Electrospray', en noemt men het gewoon ESI. Eigenlijk is ESI, dus zonder make up gas, iets wat alleen gebruikt wordt bij heel lage LC flows (nanoLC).





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures