Springen naar inhoud

keuze OG bij anorganische stoffen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Denpos

    Denpos


  • 0 - 25 berichten
  • 24 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2007 - 20:14

hallo..

ik zit in wetenschappen 5e middelbaar en ik heb binnekort examens, aangezien ik de vorige keer het onderdeel anorganische stoffe nie echt goe onder de knie had bekeek ik het nu al is maar der zit mij altijd iets dwars dak niet snap..

effe voorbeeldje:
vorm calciumnitriet

Ca heeft 1 mogelijk OG, namelijk +II
maar bij de vorming van nitraat (heb je tenslotte nodig voor nitriet te bekomen) zit ik bijvoorbeeld vast, hoe weet je welk OG je moet gebruiken voor stikstof?
O heeft OG -II, maar hoe weet je wat je welk je moet gebruiken voor stikstof? N heeft immers meerdere OG..
help/uitleg zou handig zijn want mijn leerkracht chemie snapt het zelf nie denkek :)

en zo zit ik meer vast, is nu 1 voorbeeldje dat ik eruit heb gepikt
nog voorbeeldje mssn:
schrijf de forumle van ammoniumfosfaat.. zou niet weten hoe ik weet welk OG bij de N van ammonium moet gebruiken, of welke OG ik moet gebruiken bij de P van fosfaat..

help? :D het antwoord ligt waarschijnlijk voor de hand en is een of ander simpel ding.. maar tzou handig zijn moest ik het weten :P

dank bij voorbaat

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

jhullaert

    jhullaert


  • >1k berichten
  • 2337 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2007 - 20:22

je leraar zla dit wel snappen denk ik :P
Ik doe ook wetenschappen een jaar lager en snap het wel ;)

een stof is altijd neutraal geladen.
Een zuurest heeft altijd een vaste lading die je kan afleiden uit het zuur bijvoorbeeld HNO3 nitraat is NO3-
je weet nu dat nitraat -1 is geladen en zuurstof is altijd -2 behalve bij waterstofperoxide maar dat moet je je niet aantrekken. :P
Dus hoeveel is de stikstof daar?

Dus OG's van 3 x zuurstof + 1 keer stikstof = -1 OG van N is ...

Veranderd door chemaniac, 07 juni 2007 - 20:24


#3

DrQuico

    DrQuico


  • >1k berichten
  • 2952 berichten
  • VIP

Geplaatst op 07 juni 2007 - 20:34

Je kunt er ook van uit gaan dat waterstof altijd OG +I heeft bij simpele ionen. Samen met het OG van zuurstof (-II) en de lading van het ion kun je de oxidatietoestanden van de overige elementen altijd afleiden.

Fosfaat: PO43-
de vier O's hebben OG -II, het ion heeft lading -3. P heeft dan dus OG (4 x (+2) - 3 =) ?

#4

Denpos

    Denpos


  • 0 - 25 berichten
  • 24 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2007 - 20:35

dus die zuren (chloorzuur, broomzuur,...) moet je eigelijk vanbuiten leren?
maareuh..
dan zit ik nog steeds vast bij ammonium-waterstoffosfaat alsk het op jouw manier doe..

ammonium = NH4 (OG +I)
waterstoffosfaat (fosforzuur) = H3PO4 --> neutraal geladen
waarom moet je dan HPO4 nemen en niet H2PO4 bijvoorbeeld...

(oplossing is immers (NH4)2 HPO4)


mijn leerkracht zal het zelf wel snappen maar uitleggen kan ze niet snap je.. ze is er ook nooit dieper op ingegaan ze vond het vanzelfsprekend dat we dat al wisten, na mijn test waar ik er nipt door was heb ik er niet echt bij stilgestaan om uitleg te vragen omdat dat toch afgehandeld was, maar ja examens komen eraan en heb ondertusse al geen chemie meer deze week :oops:

#5

DrQuico

    DrQuico


  • >1k berichten
  • 2952 berichten
  • VIP

Geplaatst op 07 juni 2007 - 20:38

Volgens mij haal je bij ammonium het oxidatiegetal van N en de lading van het ion door elkaar. De lading van het ion is +1. Het oxidatiegetal van N is bij ammonium -III

#6

jhullaert

    jhullaert


  • >1k berichten
  • 2337 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2007 - 20:40

Eigenlijk wordt deze stof niet echt gevormd maar alles blijft in ionen in oplossing.
Ik dacht dat deze stof gevormd word bij een overmaat waterstoffosfaat.

Maar bij het ebreken van de OG's blijft deze toch gelijk?

De zuren en hun zuurresten kennen is essentieel voor deze oefeningen.
Tenzij ze gegeven zijn natuurlijk.

Veranderd door chemaniac, 07 juni 2007 - 20:42


#7

woelen

    woelen


  • >1k berichten
  • 3145 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2007 - 20:41

Je moet een paar regels leren, dan kun je verder veel OG's uitrekenen. Hieronder geef ik wat regels, waarmee je de middelbare schoolzaken plus een heleboel extra's kunt uitrekenen, wat moeilijker ligt kom je op de middelbare school niet tegen :P .

De regels worden gegeven in volgorde van belangrijkheid, als je regel X hebt gehad, dan overruled die regels X+1, X+2 etc.

1) Alle elementen in elementaire vorm hebben oxidatiegetal 0.
2) Fluor heeft in zijn verbindingen altijd oxidatiegetal -1.
3) Zuurstof in peroxiden en peroxo-verbindingen heeft oxidatiegetal -1.
4) Zuurstof in vrijwel alle overige verbindingen heeft oxidatiegetal -2 (er zijn wat uitzonderingen, maar die kom je niet tegen).
5) De overige halogenen hebben oxidatiegetal -1 in hun verbindingen, behalve wanneer er zuurstof of fluor rechtstreeks gebonden is aan de halogenen.
6) Alkalimetalen hebben altijd oxidatietoestand +1 in hun verbindingen
7) Aardalkalimetalen hebben altijd oxidatietoestand +2 in hun verbindingen.
8) Waterstof heeft altijd oxidatietoestand +1, behalve in saline hydrides als NaH, CaH2. In hydrides heeft H oxidatiegetal -1.

Verder heb je rekenregels. De som van alle oxidatiegetallen van alle voorkomende atomen in een verbinding is gelijk aan de lading van het molecuul of ion.

Voorbeelden:

NO2- : OG(N) + 2*OG(O) = -1, uit regel 4 haal je dat OG(O)=-2, dus OG(N) + 2*(-2) = -1 ==> OG(N) = +3.

NH4NO3 : Dit bestaat uit twee ionen, NH4+ en NO3-. Eerst doen we het ammonium ion: OG(N) + 4*OG(H) = +1. Regel 8 zegt dat OG(H) = +1, dus OG(N) + 4*OG(H) = +1 ==> OG(N) = -3. Nu doen we het nitraat ion. Regel 4 zegt dat OG(O) = -2. Dus OG(N) + 3*OG(O) = -1, dus OG(N) = +5. Dus in ammonium nitraat hebben beide N-atomen verschillende OG's.

Tenslotte nog een covalente verbinding: HClO4 (perchloorzuur). Hier geldt regel 4, OG(O) = -2, regel 5 geldt NIET, want aan de Cl is rechtstreeks zuurstof gebonden. Regel 8 kan toegepast worden, dus OG(H) = +1. Nu weer de vergelijking:
OG(H) + OG(Cl) + 4*OG(O) = 0, met de waarden voor OG(H) en OG(O) kom je dus uit op OG(Cl) = 7.

Ik denk dat je met deze voorbeelden en die regels er zeker uit moet komen in alle voorkomende gevallen voor jouw examens. Wil je hierin verder, dan zul je gewoon meer parate kennis moeten opbouwen. Zelf weet ik van heel veel ionen en verbindingen het OG van alle elementen gewoon uit het hoofd, maar dat is een kwestie van ervaring. Niet zozeer leren, maar gewoon als je het vaak tegenkomt, dan onthoud je het vanzelf.

Schrik niet als je bij een opgave op gebroken OG's uitkomt, dat is iets dat gewoon kan. Een simpel voorbeeld is het azide ion N3-. Alle N-atomen zijn gelijkwaardig in dit ion en dan is er maar 1 mogelijkheid, nl. OG(N) = -1/3.

Veranderd door woelen, 07 juni 2007 - 20:44


#8

Pink Panther

    Pink Panther


  • >250 berichten
  • 516 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2007 - 20:49

je kan het natuurlijk ook afleiden uit de structuur van het molecule, maar ik weet niet of jullie dat al gezien hebben...

#9

Denpos

    Denpos


  • 0 - 25 berichten
  • 24 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2007 - 21:00

Je moet een paar regels leren, dan kun je verder veel OG's uitrekenen. Hieronder geef ik wat regels, waarmee je de middelbare schoolzaken plus een heleboel extra's kunt uitrekenen, wat moeilijker ligt kom je op de middelbare school niet tegen  :P .

De regels worden gegeven in volgorde van belangrijkheid, als je regel X hebt gehad, dan overruled die regels X+1, X+2 etc.

1) Alle elementen in elementaire vorm hebben oxidatiegetal 0.
2) Fluor heeft in zijn verbindingen altijd oxidatiegetal -1.
3) Zuurstof in peroxiden en peroxo-verbindingen heeft oxidatiegetal -1.
4) Zuurstof in vrijwel alle overige verbindingen heeft oxidatiegetal -2 (er zijn wat uitzonderingen, maar die kom je niet tegen).
5) De overige halogenen hebben oxidatiegetal -1 in hun verbindingen, behalve wanneer er zuurstof of fluor rechtstreeks gebonden is aan de halogenen.
6) Alkalimetalen hebben altijd oxidatietoestand +1 in hun verbindingen
7) Aardalkalimetalen hebben altijd oxidatietoestand +2 in hun verbindingen.
8) Waterstof heeft altijd oxidatietoestand +1, behalve in saline hydrides als NaH, CaH2. In hydrides heeft H oxidatiegetal -1.

Verder heb je rekenregels. De som van alle oxidatiegetallen van alle voorkomende atomen in een verbinding is gelijk aan de lading van het molecuul of ion.

Voorbeelden:

NO2- : OG(N) + 2*OG(O) = -1, uit regel 4 haal je dat OG(O)=-2, dus OG(N) + 2*(-2) = -1 ==> OG(N) = +3.

NH4NO3 : Dit bestaat uit twee ionen, NH4+ en NO3-. Eerst doen we het ammonium ion: OG(N) + 4*OG(H) = +1. Regel 8 zegt dat OG(H) = +1, dus OG(N) + 4*OG(H) = +1 ==> OG(N) = -3. Nu doen we het nitraat ion. Regel 4 zegt dat OG(O) = -2. Dus OG(N) + 3*OG(O) = -1, dus OG(N) = +5. Dus in ammonium nitraat hebben beide N-atomen verschillende OG's.

Tenslotte nog een covalente verbinding: HClO4 (perchloorzuur). Hier geldt regel 4, OG(O) = -2, regel 5 geldt NIET, want aan de Cl is rechtstreeks zuurstof gebonden. Regel 8 kan toegepast worden, dus OG(H) = +1. Nu weer de vergelijking:
OG(H) + OG(Cl) + 4*OG(O) = 0, met de waarden voor OG(H) en OG(O) kom je dus uit op OG(Cl) = 7.

Ik denk dat je met deze voorbeelden en die regels er zeker uit moet komen in alle voorkomende gevallen voor jouw examens. Wil je hierin verder, dan zul je gewoon meer parate kennis moeten opbouwen. Zelf weet ik van heel veel ionen en verbindingen het OG van alle elementen gewoon uit het hoofd, maar dat is een kwestie van ervaring. Niet zozeer leren, maar gewoon als je het vaak tegenkomt, dan onthoud je het vanzelf.

Schrik niet als je bij een opgave op gebroken OG's uitkomt, dat is iets dat gewoon kan. Een simpel voorbeeld is het azide ion N3-. Alle N-atomen zijn gelijkwaardig in dit ion en dan is er maar 1 mogelijkheid, nl. OG(N) = -1/3.

DANKU.. dit was echt al een hele opklaring.. vooral de regel van de halogenen
nog 1 klein vraagje,
eigelijk moet je dus zuren (zoals H3PO4 = waterstoffosfaat, HNO3 = waterstofnitraat,...), enkele basiszuren dus, "vanbuiten" kennen om zo de OG's van nitriet, nitraat, fosfaation,... te berekenen en het OG te weten van het geheel.

ik ben trouwes wel degelijk van plan om verder te gaan in de wetenschappen en wiskunde, vooral wiskunde, maar voor de wetenschappen begonnen ze aan de unif vanaf 0 dacht ik, gewoon aan een veel hoger tempo
verder heb ik nooit problemen gehad met chemie, dit is eigelijk het enige waar ik mee worstel maar nu niet meer.. dank daarvoor :)

@ pink panther: ja structuur hebbe we al gezien zowel ruimtelijk als plat of hoe je het ook zegt..

#10

Pink Panther

    Pink Panther


  • >250 berichten
  • 516 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2007 - 21:32

welja, als je de structuur kent, dan kan je daar makkelijk het oxidatiegetal uit halen (mits je een PSE naast je hebt liggen :P )

en als je van plan bent verder te gaan in de wetenschappen, geloof mij, dan is het echt geen verloren tijd om die zuren eens van buiten te leren. je zal ze nog veel tegenkomen!

#11

woelen

    woelen


  • >1k berichten
  • 3145 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2007 - 22:06

Inderdaad moet je de volgende ionen en hun zuren gewoon van buiten kennen:

sulfaat/zwavelzuur H2SO4, twee-basisch
nitraat/salpeterzuur HNO3, een-basisch
chloride/zoutzuur HCl, een-basisch
halogenide/overige waterstofhalogeniden, HF, HBr, HI, een-basisch
fosfaat/fosforzuur H3PO4, drie-basisch
nitriet/salpeterigzuur, HNO2, een-basisch
fosfiet/fosforigzuur, H3PO3, twee-basisch (1 van de H's zit direct aan P en is niet afsplitsbaar als H+)
sulfiet/zwaveligzuur, H2SO3, twee-basisch
hypochloriet/hypochlorigzuur, HOCl, een-basisch, vaak geschreven als HClO
chloriet/chlorigzuur, HOClO, een-basisch, vaak geschreven als HClO2
chloraat/chloorzuur, HOClO2, een-basisch, vaak geschreven als HClO3
perchloraat/perchloorzuur, HOClO3, een-basich, vaak geschreven als HClO4
De overige halogenen, behalve fluor vormen ook dergelijke reeksen, maar die zijn wel minder belangrijk, bromaat, jodaat en perjodaat daarvan zijn de belangrijkste.

Al die bovenstaande ionen en bijbehorende zuren zijn zeer gangbaar en het is gewoon super handig als je die uit je hoofd kent. De OG's reken je dan zo uit, m.b.v. regels 4 en 8.

Veranderd door woelen, 08 juni 2007 - 07:55


#12

DrQuico

    DrQuico


  • >1k berichten
  • 2952 berichten
  • VIP

Geplaatst op 07 juni 2007 - 23:12

halogenide/overige waterstofhalogeniden, HF, HBr, HI, twee-basisch


Deze zijn toch ook ťťn-basisch?

#13

woelen

    woelen


  • >1k berichten
  • 3145 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 08 juni 2007 - 07:56

Je hebt helemaal gelijk, stom foutje :oops: . Aangepast in oorspronkelijke post.

#14

Denpos

    Denpos


  • 0 - 25 berichten
  • 24 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 08 juni 2007 - 15:03

en als je van plan bent verder te gaan in de wetenschappen, geloof mij, dan is het echt geen verloren tijd om die zuren eens van buiten te leren. je zal ze nog veel tegenkomen!

uhu lijkt me vrij logisch had stukje overgeslage in mijn nota's en probeerde ze bijgevolg zelf te vormen wat niet er goed lukte :D maar toch is er veel opgeklaart door te weten dat de halogenen altijd oxidatiegetal -I hebben als ze niet rechstreeks met zuurstof gekoppeld zijn

thx woelen en alle anderen die hebben geholpen :)





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures