Springen naar inhoud

Oplosbaarheid Calciumcarbonaat


  • Log in om te kunnen reageren

#1

*_gast_Gerard_*

  • Gast

Geplaatst op 04 oktober 2007 - 20:18

In een ander topic werd verwezen naat een tabel met oplosbaarheidproducten waarin oa deze twee staan.
Het zijn twee verschillende kristalvormen maar kan iemand mij verklaren waar het verschil in oplosbaarheid vandaan komt ?

Calcium carbonate (calcite) CaCO3 3.36×10-9
Calcium carbonate (aragonite) CaCO3 6.0×10-9

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Napoleon1981

    Napoleon1981


  • >1k berichten
  • 2399 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 oktober 2007 - 04:06

Ik vind het niet zo'n heel groot verschil, dus antwoord 1) misschien een verschil veroorzaakt door verschillende meetmethoden?

2) De polymorf speelt een grote rol bij het oplossen van een stof. Een andere kristalstructuur van een stof kan een de oplosbaarheid van goed naar slecht doen omslaan. Farmaceutische concerns zijn hierom ook zeer geinteresseerd in verschillende kristalvormen. Hoe dit zich zal uiten in het oplosbaarheids product is denk ik afhankelijk van de meet methode.

#3

Robin85

    Robin85


  • >250 berichten
  • 365 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 oktober 2007 - 07:53

ik snap je vraag wel, want uiteindelijk lost alles toch op onder Ca2+ en CO32- of het nu van calciet of van aragoniet is? Kzou ook wel graag eens een verklaring hiervoor weten

#4

Marjanne

    Marjanne


  • >1k berichten
  • 4771 berichten
  • VIP

Geplaatst op 05 oktober 2007 - 09:58

Ik denk dat deze oplosbaarheden zijn bepaald uitgaande van de vaste stof (calciet en aragoniet) om daarna bijv. de concentratie aan Ca2+ te meten in de waterfase. Ik kan me voorstellen dat je dan verschillende oplosbaarheden vindt.

Ik kan me ook voorstellen dat je ng een andere oplosbaarheid vindt als je deze bepaalt uitgaande van een oplossing, van waaruit CaCO3 neerslaat. Dan speelt de post van Robin85. De neerslag zal amorf zijn.
Of het kan zijn dat de neerslag op deze wijze of calciet of aragoniet is. Dan zou je de oplosbaarheid behorend bij deze kristalvorm vinden.

Edit: na wat zoeken vind ik leuke info op klik. Hier staat dat in zeewater CaCO3 kan neerslaan als calciet of aragoniet. Hoe het neerslaat hangt voor het grootste deel af van de verhouding Mg2+:Ca2+ in het zeewater.
Er staat ook in dat theoretisch calciet eerder zal neerslaan vanwege de lagere oplosbaarheid. Dit lijkt triviaal, maar ondersteunt wel een beetje mijn verhaal van hierboven.

Veranderd door Marjanne, 05 oktober 2007 - 10:07


#5

hzeil

    hzeil


  • >1k berichten
  • 1379 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 oktober 2007 - 20:18

De deeltjesgrootte van een slecht oplosbaar zout als CaCO3 of BaSO4 bepaalt de oplosbaarheid van een zout in water. Hoe kleiner de deeltjes, hoe groter de oplosbaarheid. Bij heel kleine, colloidale deeltjes zit relatief een groot deel van de ionen aan het oppervlak en deze ionen zijn minder sterk gebonden dan de geheel omringde ionen in de bulk van het materiaal.
Als je deeltjes met verschillende grootte hebt krijg je de situatie dat de kleinste deeltjes oplossen en de grootste deeltjes aangroeien.
Als je twee verschillende kristalstrukturen van kalk naast elkaar in een neerslag hebt is het eventueel mogelijk dat de ene structuur aangroeit, ten koste van de andere.
Zo kun je bijvoorbeeld een fijnkorrelig neerslag van bariumsulfaat grover maken door het twee uur op een waterbad te verhitten. Daarna kun je het filtreren zonder dat kleine colloidale deeltjes de filterporien passeren of verstoppen.
Je kunt dit eventueel ook beredeneren met behulp van begrippen als deeltjeskromtestraal en oppervlakte-energie.
Uitleggen is beter dan verwijzen naar een website

#6

*_gast_Gerard_*

  • Gast

Geplaatst op 06 oktober 2007 - 17:40

Mijn idee was hetzelfde als die van Napoleon1981 namelijk dat we te maken hebben met een meetfout.

Mijn idee over het ontstaan van de meetfout zou nu de volgende zijn.

Het oplosbaarheidsproduct K]s=[M+][Z-] is een constante die niet afhankelijk is van de vaste fase zoals met de verwijzing naar calciet en aragoniet wordt geponeerd.
Het oplosbaarheidsproduct voor zouten gaat uit van de veronderstelling dat opgeloste zouten volledig geioniseerd zijn maar als ik kijk naar de reactie van hzeil is het mogelijk dat zouten ook in niet geioniseerde vorm in oplossing gaan en dat zou betekenen dat het heel moeizaam zal zijn de echte waarden van de concentraties van de ionen te meten en op basis hiervan meetfouten onstaan.

@Marjanne,
De situatie in zeewater is dermate complex dat de activiteit die in de Ks veronderstelt wordt 1 te zijn door de veelheid van ionen niet gelijk aan 1 zal zijn en daardoor afwijkingen in de meting van de Ks veroorzaakt.

Veranderd door Gerard, 06 oktober 2007 - 17:40


#7

Marjanne

    Marjanne


  • >1k berichten
  • 4771 berichten
  • VIP

Geplaatst op 06 oktober 2007 - 17:47

Het fenomeen dat er verschillende oplosbaarheidsproducten zijn voor verschillende morfologien van n verbinding komt vaker voor:

kwik(II)sulfide (rood en zwart)
nikkelsulfide (alfa en beta)
zinksulfide (alfa en beta)
mangaan(II)sulfide (roze en groen)
cobalt(II)sulfide (alfa en beta)

zie klik

Deze verschillen zijn veel te groot om toe te wijzen aan meetfouten. De oplosbaarheid ligt wel degelijk aan de morfologie van de stof. Ik maak me sterk dat dat bij CaCO3 toch ook zo is.

#8

*_gast_Gerard_*

  • Gast

Geplaatst op 06 oktober 2007 - 18:49

OK de gegevens in de tabel lijken me overtuigend, maar het blijft voor mij een raadsel hoe de configuratie van de vaste stof invloed kan hebben op de Ks omdat hierin de vaste stof helemaal niet voorkomt.

#9

hzeil

    hzeil


  • >1k berichten
  • 1379 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 17 oktober 2007 - 13:01

Het antwoord aan Gerard moet m.i. als volgt luiden:
In het getal dat het oplosbaarheidsprodukt van het zout MZ weergeeft zit de activiteit van het ongeioniseerde MZ opgenomen. Eigenlijk betreft het een gewoon evenwicht met drie deelnemende partners, M+ , Z- en MZ.
Het is gebruikelijk om voor vaste stoffen constante wandactiviteiten aan te nemen, in plaats van concentraties.
Concentratievariaties in oplossing kun je door roeren elimineren. Met activiteitvariaties aan een reagerende wand is het wat lastiger. Die moeten vanzelf verdwijnen. Als er geen vaste stof aanwezig is, is er geen evenwichtssituatie meer en verliest het oplosbaarheidsprodukt zijn praktische betekenis.
Uitleggen is beter dan verwijzen naar een website





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures