Springen naar inhoud

[scheikunde] Reactiesnelheid


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Bonzai

    Bonzai


  • >100 berichten
  • 190 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 december 2007 - 14:19

Een vraagje over reactiesnelheden.
Wanneer je een aflopende reactie in grafieken omzet waarbij de concentratie ifv de tijd wordt uitgedrukt, krijg je twee typische vormen. (een hyperbool-achtige en een wortel-x-achtige)
Nu is mijn vraag: als een stof A begint bij 1.2 M en volledig opgebruikt wordt in een welbepaalde tijd, waarbij er tijdens die reactie twee stoffen ontstaan (een stof B en C waarbij in de tijd dat A wegreageert er 0.8 M stof B ontstaat en 0.4 M stof C), geef dan de reactie weer.
Ik antwoorde: A --> 2B + C
het juiste antwoord was echter: 3A --> 2B + C
De verklaring blijft me schuldig, weet iemand ene goede uitleg hoe je aan die 3 komt bij stof A.

Alvast bedankt

nog een poging om alles duidelijker te maken :D
Geplaatste afbeelding

Veranderd door Bonzai, 14 december 2007 - 14:43


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 14 december 2007 - 14:28

Volgens jouw reactie; A --> 2B + C zou er 2.4 mol B ontstaan en 1,2 mol C. mol, niet M want dat is mol/l

#3

Bonzai

    Bonzai


  • >100 berichten
  • 190 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 december 2007 - 14:44

En hoe redeneer je Fswd?

#4

Chemist

    Chemist


  • >25 berichten
  • 89 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 december 2007 - 14:52

Als ik zo'n vraag zie maak ik altijd een "voor-tijdens-na"-schema dat de concentraties van de stoffen weergeeft resp. voor, tijdens en aan het einde van de reactie.

......A ..--> 2/3 B + 1/3 C
v: .1,2.........0...........0
t: .-1,2......+0,8.......+0,4
n: ..0...........0,8.......0,4

Deze tabel kun je wel invullen denk ik. Tevens blijkt uit de tabel dat 1 molecuul A reageert met 2/3 molecuul B tot 1/3 molecuul C (zie de reactievergelijking boven de tabel). Aangezien breuken over 't algemeen niet "mogen" voorkomen in reactievergelijkingen, moet je dus een vermenigvuldiging van de coŽfficiŽnten in de reactievergelijking toepassen. Een vermenigvuldiging van alle coŽfficiŽnten met 3 levert het juiste antwoord op:
A --> 2/3 B + 1/3 C
3 A --> 2 B + C

Veranderd door Chemist, 14 december 2007 - 14:53


#5

Bonzai

    Bonzai


  • >100 berichten
  • 190 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 december 2007 - 14:55

Ik snap het volledig, bedankt :)





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures