Springen naar inhoud

Snelheidsconstanten


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Lientje22

    Lientje22


  • 0 - 25 berichten
  • 8 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 25 januari 2008 - 19:41

Hallo iedereen,

Ik heb een vraagje omtrent snelheidsconstanten.
Deze oefening kreeg ik voorgeschoteld:

Voor de reactie: 2 NO(g) + O2(g)-->2 NO2(g) ΔH= -57 kJ/mol werden bij t = 25įC volgende vaststellingen gedaan:

[NO]
1)1,0.10-3 mol/l
2)1,0.10-3 mol/l
3)2,0.10-3 mol/l

[O2]
1)1,0.10-3mol/l
2)2,0.10-3 mol/l
3)3,0.10-3 mol/l

V
1)3,5.10-6 mol/l.s
2)7,0.10-6 mol/l.s
3)4,2.10-6 mol/l.s

a) Leid de uitdrukking voor de reactiesnelheid af gebruik makend van de experimentele gegevens.
b) Welke is de globale orde van de reactie?

c) Hoe groot is de numerieke waarde van de snelheidsconstante?


Ik heb wat problemen met het vinden van de snelheidsconstante...
Ik snap niet waarom je de ΔH krijgt... het is een exotherme reactie, zover ben ik wel. Heeft het iets te maken met Arrhenius of moet je het oplossen aan de hand van de wet van de massaverwerking? Ik geraak er niet uit...
Voor vraag b) denk ik dat het een reactie is van de derde orde of eerste pseudo-orde
en wat is precies de numerieke waarde?

Kan iemand mij misschien opweg helpen?

Alvast bedankt.


# Moderatoropmerking
Beryllium: Gebruik sub- en superscript aub! Bekijk de helpfunctie hoe sub- en superscript te gebruiken.

Veranderd door Beryllium, 26 januari 2008 - 12:44


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 25 januari 2008 - 21:28

Doe even a b en c voor, dan kunnen we je beter helpen met je problemen.

Waarom ΔH gegeven is weet ik ook niet. Misschien om je te laten uitrekenen dat de teruggaande reactie verwaarloosbaar langzaam is.

#3

jillbocklandt

    jillbocklandt


  • >25 berichten
  • 40 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 25 januari 2008 - 22:22

bij mijn weten heb je ΔH niet nodig voor snelheidsconstante, wij hebben dat toch niet gebruikt

#4

Lientje22

    Lientje22


  • 0 - 25 berichten
  • 8 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 25 januari 2008 - 23:38

Voor a) dacht ik eerst dat je voor elk van de gegevens door de formule k=v/[NO][sub]2[sub][O2] k kan vaststellen... maar is dat dan bij een temperatuur van 25įC (=298,15K)? kan je dan v1, v2, v3 berekenen: v=[NO][sub]2[sub].[O2].k ? Ik weet dat je de temperatuur ook moet verwerken, maar ik weet niet precies hoe... zit ik al juist of totaal niet?

b) ik denk dus dat het een reactie is van de derde orde, aangezien je 2A + B -->... hebt (2+1=3), of het zou, aangezien NO in overmaat aanwezig is, is dit constant en dan kan je v≈[O2] is pseudo eerste orde?

c) de numeriek waarde van de snelheidsconstante... ik weet niet precies wat daar mee wordt bedoeld...

En ΔHį zal inderdaad overbodig zijn. Ik vind het vrij raar dat dit in de opgave staat.

alleszins al bedankt voor jullie hulp! :)

#5

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 26 januari 2008 - 13:44

Als ΔH klein is, dan gaat de teruggaande reactie op een bepaald moment storen bij het bepalen van de reactiesnelheid.

Hoe ben je gekomen tot de exponenten in de snelheidsvergelijking? De snelheid neemt AF van 2 -> 3 ?!?

De vergelijking verandert niet met de temperatuur. Alleen k. En k kun je natuurlijk zo alleen bepalen bij 25 graden, omdat daar de snelheid gegeven is als functie van de concentraties.

De verandering van k met de temperatuur kun je berekenen met behulp van Arrhenius.

#6

Lientje22

    Lientje22


  • 0 - 25 berichten
  • 8 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 januari 2008 - 14:55

Ahzo, de wet van Arrhenius is k=A.e[SUP]-ΔHa/R.T, maar moet A dan niet gegeven zijn?
en dan kan je ook ΔH gebruiken.
Ik ben tot de exponenten gekomen via v=k.[A][SUP]a.[B][SUP]b :oops:
ik dacht aangezien je dus 2 mol NO hebt, dat [NO][sub]2[sub] en 1 mol O2 [O2] is?
en dan kun je de vergelijking bepalen nadat je Arrhenius hebt bepaald?

#7

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 27 januari 2008 - 16:37

Nee, ik zou beginnen te kijken wat er met de reactiesnelheid gebeurt als de concentraties worden veranderd. Aan de hand daarvan kun je de reactiesnelheidsformule beginnen op te stellen.

Als [NO] er kwadratisch instaat moet de reactie dus 4x sneller verlopen als je de concentratie verdubbelt.

Als je de Arrheniusvergelijking alleen in "verhoudingen" berekent, heb je A niet nodig.

#8

Lientje22

    Lientje22


  • 0 - 25 berichten
  • 8 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 januari 2008 - 22:59

Bedoel je dus dat de reactiesnelheid bij het verdubbelen van [NO] 12 maal sneller verloopt? En bij het verdubbelen van [O2] verdubbelt de reactiesnelheid ook dus die mag je dan laten staan (tot de eerste macht). Maar je kan dit toch niet echt veralgemenen, want als je [O2] verdriedubbeld, dan verloopt de reactiesnelheid 6x zo snel... dus zou het dan tot de 2de macht verheven moeten worden? hoe bepaal je dan de exponenten algemeen? of maak je de vergelijking niet algemeen op, maar voor 1) 2) en 3) apart?
Wat bedoel je precies met in verhoudingen berekenen? Mag je A gewoon laten vallen?
Bedankt voor al je hulp!

Veranderd door Lientje22, 27 januari 2008 - 23:02


#9

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 28 januari 2008 - 17:49

Omstandigheden 3 zijn een combinatie van een verdrievoudiging van zuurstof en een verdubbeling van [NO]. Aangenomen dat de snelheid dan 4,2x10-5 eenheden is ipv 4,2x10-6 eenheden zoals je schreef, dan levert dat samen een factor 12 op in de reactiesnelheid.

Nee, je mag A niet zomaar laten vallen. Maar als je berekent hoeveel sneller het wordt bij een bepaalde temperatuur, dan kun je de twee op elkaar delen en dan valt A eruit. Zo kun je uit de snelheid bij verschillende temperaturen uitrekenen wat de activeringsenergie is.

#10

Lientje22

    Lientje22


  • 0 - 25 berichten
  • 8 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 28 januari 2008 - 20:48

Sorry dat ik nogmaals een vraag stel omtrent hetzelfde, maar ik snap dat echt niet goed van Arrhenius... je zegt dat je dat bij verschillende temperaturen kan berekenen en dat dan op elkaar stellen, maar de temperatuur is toch alleen gegeven bij 25įC? :oops: Of mag ik een willekeurige temp kiezen?
En hoe zet je factor 12 dan als exponent in de vergelijking?





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures