Springen naar inhoud

Polarografie


  • Log in om te kunnen reageren

#1

yensjackers

    yensjackers


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 31 mei 2008 - 10:02

hoi,

ik had een vraagje

we hebben op school nu een cursus voltametrie , specifiek polarografie. 8-[

ik had een paar vraagjes waarover ik geen verduidelijking vind in mn cursus 8-) maar waar jullie wsl wel op kunnen antwoorden :

1. wat zijn de eisen of voorwaarden dat een stof polarografisch kan bepaald worden?

2. hoe kan je overlappende golven van elkaar onderscheiden?

3. hoe zit het met het meten van een golf in aanwezigheid van een overmaat materiaal dat ontlaadt bij een meer negatieve potentiaal? en bij een meer positieve potentiaal?

dikke zoen :D

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jooken

    Jooken


  • >250 berichten
  • 677 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 01 juni 2008 - 14:18

Lijkt op (voorbeeld)examenvragen ;)

1. Een stof die je polarografisch wil bepalen moet een reductiegolf (of eventueel een oxidatiegolf) geven binnen het venster dat beschikbaar is voor die specifieke elektrode. Voor een druppelende kwikelektrode is dit ongeveer +0.4 tot -1.6 (vs SCE)

2. Eventueel door de eerste afgeleide te nemen. Anders kan je een complexerend ligand toevoegen, of de pH veranderen.

3. Als de golven niet overlappen is er geen interferentie, anders: zie 2.

#3

hzeil

    hzeil


  • >1k berichten
  • 1379 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 01 juni 2008 - 14:44

Is de cursus uitsluitend schriftelijk of werk je ook zelf met een polarograaf? Dat laatste is nodig om het echt te leren.
Centraal probleem is: Het onderscheiden van de kathodische reductiestroom van de capacitieve basis stroom. Daarom kun je slechts in een beperkt concentratiegebied werken. Hoe lager de concentratie is hoe meer je moet corrigeren voor die basisstroom. De beste concentratie is van de grootteorde 10-3 Mol per liter.

Niet alle redukties geven een bruikbare diffusiestroom. Soms laat de reductiesnelheid aan de druppel het afweten en krijg je geen mooi plateau. Als de gemeten stroom schuin blijft oplopen is er geen duidelijke scheiding tussen het kinetische deel en het diffusiedeel. Sommigen zeggen dan dat de reductie īrreversibel is maar dit is wel een wat vaag begrip.
Als je meerdere stoffen tegelijk wilt bepalen zonder een voorafgaande scheiding moet er voldoende verschil tussen de respectievelijke E1/2 waarden zijn.

Nogmaals: het gaat bij polarografie om het meten van diffusiegrensstromen. Daarbij mogen geen reaktiekinetische problemen optreden. Dus je moet geen redukties nemen die een grote overspanning aan kwik vereisen. Zoals bij heel veel organische stoffen. Dan lukt het niet.
Bij anorganische stoffen gaat het beter. Meestal neemt men cadmiumionen als modelstof.
Zuurstof moet je altijd verwijderen als je andere stoffen wilt analyseren. Maar je kunt de zuurstofreduktie zelf ook onderzoeken. Theoretisch moet het een tweetrapsreduktie worden met twee keer twee elektronen per mol. Dat levert dan twee gescheiden diffusiegrensstromen. Maar ik denk dat je er maar een zult vinden. vanwege de reeds genoemde kinetische problemen bij de reduktie van zuurstof aan kwik.
Let ook op het ladingsnulpunt van kwik in een KCl-oplossing. Dat is de potentiaal met de minimale stroomfluktuaties. Dat moet je allemaal zelf ontdekken achter een laboratoriumtafel. Als de potentiaal ervan nogal afwijkt van de opgegeven waarde is je geleidingselectroliet misschien niet zuiver genoeg. Je mag alleen maar werken met p.a. kwaliteit. De verklaringen van een en ander laat ik hier nu maar achterwege.
Uitleggen is beter dan verwijzen naar een website





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures