Springen naar inhoud

Examen chemie


  • Log in om te kunnen reageren

#1

arnevandevijver

    arnevandevijver


  • 0 - 25 berichten
  • 9 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2008 - 14:04

hallo mensen, ik heb morgen examen chemie, en probeer nu al 3 dagen mijn chemie onder de knie te krijgen, dit lukt me echter niet... de leerstof die ik zie gaat een beetje als volgt...
ik moet van metaaloxiden en niet metaaloxiden de oxiden kunnen vormen, maar weet niet hoe...
een voorbeeld...

Li + O2 => 2Li2O
---^---
LiO2
dit staat in mn cursus maar ik zou niet weten hoe eraan te beginnen om dit resultaat uit te komen

van zuren moet ik een ionisatiereactie kunnen geven, hierbij snap ik ook niet hoe dit moet
Een voorbeeld
Hcl==>H+Cl
of een ander vb.
HNO3==>h+no3

Van basen en zouten moet ik ook reacties kunnen geven, dit snap ik ook niet, kortom ik ben ten einde raad en hoop dat dit iets oplevert...

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

linolium

    linolium


  • >250 berichten
  • 292 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2008 - 16:58

Li + O2 => 2Li2O


het is dus wel degelijk Li2O

Om dit resultaat te bekomen moet je kijken in je tabel van mendeliev, daar zie je dat Li 1+ is en zuurstof 2- als oxidatietrap hebben, dit 'moet' nul worden anders krijg je een stof die positef of negatief geladen is.

2Li1+ + O-2 --> Li2O
je hebt dus 2Li nodig om de 2- van zuurstof te 'compenseren'

Veranderd door linolium, 09 juni 2008 - 16:59


#3

Thionyl

    Thionyl


  • >1k berichten
  • 1595 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2008 - 17:08

Vertel eens effe op welk niveau of school je examen moet doen, dan helpen we je er wel een beetje doorheen. Heb je Binas?

#4

Mark J

    Mark J


  • >100 berichten
  • 243 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2008 - 17:10

Voor de zuren, een zuur onderscheidt doordat het de eigenschap heeft om een H+-ion af te staan. Op de middelbare school (de HAVO) heb ik altijd geleerd dat wanneer een zuur zich in water bevindt het H+-ion de zuurrest loslaat (bijvoorbeeld Cl- of NO3-).
In werkelijkheid reageert het zuur echter met water en zal het H3O+ vormen.
Bij zuren als H2SO4 en H3PO4 verloopt bovenstaand proces in stapjes :D

#5

Thionyl

    Thionyl


  • >1k berichten
  • 1595 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2008 - 17:21

Denk dat de problemen fundamenteler liggen. Laat ArneVdV eerst maar eens wat basisgegevens laten zien. Nivo en tot waar ie het wel snapt en dan verder. Anders gaat elke uitleg of hulp de mist in.

#6

arnevandevijver

    arnevandevijver


  • 0 - 25 berichten
  • 9 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2008 - 18:11

ik studeer (wel in belgiŽ) technische, in het 5e jaar secundair onderwijs.

#7

arnevandevijver

    arnevandevijver


  • 0 - 25 berichten
  • 9 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2008 - 18:12

Vertel eens effe op welk niveau of school je examen moet doen, dan helpen we je er wel een beetje doorheen. Heb je Binas?

binas ? ken ik niet, ik zit in het 5e jaar secundair technisch onderwijs (in BelgiŽ)

#8

arnevandevijver

    arnevandevijver


  • 0 - 25 berichten
  • 9 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2008 - 18:15

Li + O2 => 2Li2O


het is dus wel degelijk Li2O

Om dit resultaat te bekomen moet je kijken in je tabel van mendeliev, daar zie je dat Li 1+ is en zuurstof 2- als oxidatietrap hebben, dit 'moet' nul worden anders krijg je een stof die positef of negatief geladen is.

2Li1+ + O-2 --> Li2O
je hebt dus 2Li nodig om de 2- van zuurstof te 'compenseren'

dankje voor de uitleg, nu begrijp ik dit onderdeel van de leerstof al :) maar zuren , basen en zouten blijven een raadsel voor mij

#9

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 09 juni 2008 - 18:18

Mja, de vraag is dus: wat snap je er nu niet aan? Dat is namelijk nogal cruciaal, wil er iets uitgelegd kunnen worden.

#10

arnevandevijver

    arnevandevijver


  • 0 - 25 berichten
  • 9 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2008 - 18:19

Voor de zuren, een zuur onderscheidt doordat het de eigenschap heeft om een H+-ion af te staan. Op de middelbare school (de HAVO) heb ik altijd geleerd dat wanneer een zuur zich in water bevindt het H+-ion de zuurrest loslaat (bijvoorbeeld Cl- of NO3-).
In werkelijkheid reageert het zuur echter met water en zal het H3O+ vormen.
Bij zuren als H2SO4 en H3PO4 verloopt bovenstaand proces in stapjes :D

ok... dat is al een stap in de goede richting, maar hoe vorm ik dan precies zo'n zuurvormingsreactie?

#11

arnevandevijver

    arnevandevijver


  • 0 - 25 berichten
  • 9 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2008 - 18:20

Mja, de vraag is dus: wat snap je er nu niet aan? Dat is namelijk nogal cruciaal, wil er iets uitgelegd kunnen worden.

wel, zoals linolium het uitlegde snap ik het wel , ik snap gewoon de werkwijze niet om tot de reactie te komen


===> de zuren snap ik nu ook al, ik heb de basisformule gevonden
HnR ==> nH + R[SUP]n-

Veranderd door arnevandevijver, 09 juni 2008 - 18:49


#12

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 09 juni 2008 - 18:49

Voor de zuren, een zuur onderscheidt doordat het de eigenschap heeft om een H+-ion af te staan. Op de middelbare school (de HAVO) heb ik altijd geleerd dat wanneer een zuur zich in water bevindt het H+-ion de zuurrest loslaat (bijvoorbeeld Cl- of NO3-).
In werkelijkheid reageert het zuur echter met water en zal het H3O+ vormen.
Bij zuren als H2SO4 en H3PO4 verloopt bovenstaand proces in stapjes  :D

ok... dat is al een stap in de goede richting, maar hoe vorm ik dan precies zo'n zuurvormingsreactie?

Je moet in eerste instantie weten of het aangeboden zuur sterk of zwak is. Omdat er maar een paar sterke zuren zijn, is het makkelijker gewoon dit rijtje uit je hoofd te leren. Hier komt ie: HCl, HBr, HI, HNO3, H2SO4, HClO3, HClO4. Ze heten achtereenvolgens zoutzuur, waterstofbromide, waterstofjodide, salpeterzuur (waterstofnitraat), zwavelzuur (diwaterstofsulfaat), chloorzuur (waterstofchloraat) en perchloorzuur (waterstofperchloraat).

De term sterk zuur betekent dat elk molecuul van een van deze zuren zijn waterstofjes volledig loslaat als je dat zuur in water mikt.

Het enige verschil met de zouten is dat deze stoffen, nou ja, zuur zijn.

Voorbeeldje:

HCl + aq --> H+ + Cl-.

De term aq betekent: oplossen in water. Aq komt van de term aqua, in feite zeg ik dus zoutzuur + water geeft proton (ga maar na wat waterstof zonder een elektron is) + chloride. Zo kun je dat ook voor elk ander beschreven zuur doen.

Zwakke zuren zullen hun protonen niet zo graag vrijgeven, maar een heel klein deel zal echt uiteenvallen in zijn proton en zuurrest. Van 1 mol azijnzuur in een liter water zal maar 4 tot 5 duizendste mol echt uiteenvallen.

Veranderd door FsWd, 09 juni 2008 - 18:53


#13

arnevandevijver

    arnevandevijver


  • 0 - 25 berichten
  • 9 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2008 - 18:59

Voor de zuren, een zuur onderscheidt doordat het de eigenschap heeft om een H+-ion af te staan. Op de middelbare school (de HAVO) heb ik altijd geleerd dat wanneer een zuur zich in water bevindt het H+-ion de zuurrest loslaat (bijvoorbeeld Cl- of NO3-).
In werkelijkheid reageert het zuur echter met water en zal het H3O+ vormen.
Bij zuren als H2SO4 en H3PO4 verloopt bovenstaand proces in stapjes :D

ok... dat is al een stap in de goede richting, maar hoe vorm ik dan precies zo'n zuurvormingsreactie?

Je moet in eerste instantie weten of het aangeboden zuur sterk of zwak is. Omdat er maar een paar sterke zuren zijn, is het makkelijker gewoon dit rijtje uit je hoofd te leren. Hier komt ie: HCl, HBr, HI, HNO3, H2SO4, HClO3, HClO4. Ze heten achtereenvolgens zoutzuur, waterstofbromide, waterstofjodide, salpeterzuur (waterstofnitraat), zwavelzuur (diwaterstofsulfaat), chloorzuur (waterstofchloraat) en perchloorzuur (waterstofperchloraat).

De term sterk zuur betekent dat elk molecuul van een van deze zuren zijn waterstofjes volledig loslaat als je dat zuur in water mikt.

Het enige verschil met de zouten is dat deze stoffen, nou ja, zuur zijn.

Voorbeeldje:

HCl + aq --> H+ + Cl-.

De term aq betekent: oplossen in water. Aq komt van de term aqua, in feite zeg ik dus zoutzuur + water geeft proton (ga maar na wat waterstof zonder een elektron is) + chloride. Zo kun je dat ook voor elk ander beschreven zuur doen.

Zwakke zuren zullen hun protonen niet zo graag vrijgeven, maar een heel klein deel zal echt uiteenvallen in zijn proton en zuurrest. Van 1 mol azijnzuur in een liter water zal maar 4 tot 5 duizendste mol echt uiteenvallen.

dankje voor de uitleg al, maar die aq heb ik nog niet gezien in mijn leerpakket, en moeten wij dus niet kennen, wij zien nu de ionisatiereactie HnR ==> nH+Rn-

#14

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 09 juni 2008 - 19:02

Zo kun je hem ook opstellen. Je zult wel net zoals zwakke en sterke zuren moeten weten welke zouten wel en niet goed oplossen in water. Natriumcarbonaat en zilvernitraat lossen bijvoorbeeld goed op. Calciumcarbonaat en zilverchloride niet.

En even nog terugkomen op die oxides, die van lithiumoxide was makkelijk. Alle metalen in de eerste kolom zullen deze oxides geven: natrium en kalium bijvoorbeeld.

Die in de 2e rij zijn nog makkelijker aangezien die altijd 2+ zullen zijn.

Nu de 3-waardigen zoals ijzer en aluminium, Fe3+ en Al3+.

Daar laat ik je even een trucje voor zien:

Fe3+ heeft 3+, zuurstof heeft 2-. Die 2 gaat onder het ijzer, de 3 onder het zuurstof, we krijgen: Fe2O3. Zelfde geldt voor aluminium, ook 3+, we krijgen Al2O3.

Veranderd door FsWd, 09 juni 2008 - 19:08


#15

arnevandevijver

    arnevandevijver


  • 0 - 25 berichten
  • 9 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2008 - 19:04

Zo kun je hem ook opstellen. Je zult wel net zoals zwakke en sterke zuren moeten weten welke zouten wel en niet goed oplossen in water. Natriumcarbonaat en zilvernitraat lossen bijvoorbeeld goed op. Calciumcarbonaat en zilverchloride niet.

en heeft dit goed /slecht oplossen in water dan een effect op de reactie/ formule?





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures