Springen naar inhoud

[scheikunde] aanlengen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

gordonbeer

    gordonbeer


  • 0 - 25 berichten
  • 11 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 27 september 2008 - 11:02

We kregen een reeks met oefeningen die we moesten maken bij chemische principes.

Ik ben niet goed in deze soort van oefeningen. Toch heb ik de meeste opgelost. bij twee oefeningen zit ik echter nog vast. Kunnen jullie mij op weg helpen.

Oefening 5 heb ik al opgelost maar de gegevens heb je nodig om oefen 6 te maken.

5. Bereken de molariteit van de volgende commerciŽle oplossingen van zuren en basen
Oplossing Massa% Dichtheid (g/ml)
Azijnzuur 96 1.06
Waterstofchloride 37 1.19
Salpeterzuur 65 1.40
Zwavelzuur 98 1.84
Zwavelzuur 25 1.18
Ammoniak 30 0.88

6. Hoeveel ml moet men van de voorgaande oplossingen nemen om telkens 500 ml 0.1 M oplossing te bereiden?

7. Een laborant heeft 100 ml van een 20m% H2SO4-oplossing nodig met een dichtheid van 1.14 g/ml. Hoeveel ml van een geconcentreerde oplossing met een dichtheid van 1.84 g/ml die 98m% H2SO4 bevat, moet worden aangelengd door de laborant?

Wat ik al geprobeerd heb voor oefening 7:

20m% betekent 20 g per 100g oplossing.
per 100g oplossing hebben we 87,72ml (100g/1,14g/ml)
Moleculaire massa van H2SO4 is 98g/mol

bij de eerste oplossing is er 0,204 mol H2SO4
bij de tweede oplossing is er 1 mol H2SO4

wat ik nog geprobeerd heb:

20,0g/1,14g/ml=17,54ml (maar ik weet niet meer hoe ik hieraan kwam)

Ik dacht even dat ik nu niet ver meer was van het antwoord, maar ik geraakt toch niet meer verder. Hopelijk kunnen jullie mij verder helpen.

weet er ook iemand waar ik soortgelijke oefeningen (opgelost) kan vinden zodat ik een oplossingsmethode in het vervolg daar kan zoeken.

Alvast bedankt



Verbeter mij indien nodig.

Veranderd door gordon, 27 september 2008 - 12:08


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 27 september 2008 - 11:13

Bij zowel opgave 6 als 7 moet je eerst kijken hoeveel mol je nodig hebt. Kom je dan verder?

#3

gordonbeer

    gordonbeer


  • 0 - 25 berichten
  • 11 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 27 september 2008 - 11:27

bij de eerste oplossing is er 0,204 mol H2SO4


is dat dan dit?

20g/98g/mol= 0,204mol

heb ik eigelijk de massadichtheid van het water nodig dat ik toevoeg aan die oplossing om aan te lengen?

#4

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 27 september 2008 - 11:43

Waar staat dan dat je 20 gram zwavelzuur nodig hebt? Je hebt toch "100ml 20%" nodig, niet "100 gram 20%"?

#5

gordonbeer

    gordonbeer


  • 0 - 25 berichten
  • 11 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 27 september 2008 - 12:07

Betekent 20m% niet 20g van de stof per 100g oplossing (opgeloste stof en oplosmiddel) ?

ik zie dat ik het verkeerd had geschreven.

20m% betekent 20 g per 100g opgeloste stof. = FOUT!!

=> 20m% betekent 20 g per 100g oplossing



20g/98g/mol= 0,204mol klopt dit dan wel of niet?

Veranderd door gordon, 27 september 2008 - 12:18


#6

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 27 september 2008 - 14:55

Je neemt nergens de dichtheid mee, wat betekent dat je 100g aan 100ml gelijk gaat stellen. DAT is de fout.

Probeer eerst eens 6 te maken. Als je dat onder de knie hebt, lijkt 7 me een stuk makkelijker.

Veranderd door FsWd, 27 september 2008 - 14:56


#7

gordonbeer

    gordonbeer


  • 0 - 25 berichten
  • 11 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 27 september 2008 - 15:19

Dit zijn mijn antwoorden van 5:
kloppen deze? Zodat ik niet met de verkeerde geg aan 6 werk.

ē Azijnzuur
Geg: CH3COOH opl. 96m% => 96g per 100 g oplossing
Ρ=1,06 g/ml
Gevr: M
Opl: MM(CH3COOH) = 60 g/mol
N(CH3COOH)=


ē Waterstofcloride
Geg: H2Cl 37m% => 37g per 100g oplossing
Gevr: M
Opl:MM(H2Cl) = 37g/mol
n(H2Cl) =
= 84,03ml

M = 1 mol / 84,03 ml = 0,012 mol/ml = 12 mol / l

ē Salpeterzuur
Geg: HNO3 opl. 65m% ρ=1,40g/ml
Gevr: M
Opl: MM(HNO3) =63 g/mol
n(HNO3) =


M = 1,03 mol / 71,43 ml = 0,014 mol / ml = 14 mol / l
ē Zwavelzuur
Geg:H2SO4 opl. 98m% ρ=1,84g/ml
Gevr:M
Opl: MM=(H2SO4) = 98 g/mol
N(H2SO4) = 1 mol



M= 1 mol / 54,35 ml = 0,018 mol / ml = 18 mol / l

ē Zwavelzuur
Geg: H2SO4 opl. 25m% ρ=1,18 g/ml
Gevr: M
Opl: MM(H2S04) = 98g /mol
N(H2S04) =


M= 0,26 mol / 84,75 ml = 0,00307 mol/ml = 3,07 mol / l

ē Ammoniak
Geg:NH3 Opl. 30m% ρ=0,88 g/ml
Gevr:M
Opl: MM(NH3)= 17g/mol
N(NH3)=

100g/0,88g/mol = 113,64ml

M = 1,76 mol/ 113,64 ml = 0,0155 mol/ml = 15,5 mol/l

Edit: hebben jullie ook een hint voor 6?

Bedankt voor de reacties

Veranderd door gordon, 27 september 2008 - 16:01


#8

Marjanne

    Marjanne


  • >1k berichten
  • 4771 berichten
  • VIP

Geplaatst op 27 september 2008 - 17:10

Je werkwijze is goed. Eentje klopt er niet: waterstofchloride is HCl, niet H2Cl. Dat verandert je molmassa en dus je antwoord.

Als je deze nog hebt gecorrigeerd, dan weet je van elke oplossing hoeveel mol en in 1000 ml zit.

Je hebt 500 ml 0,1M van elke oplossing nodig. Hoeveel mol zit in die 500 ml?

Hoeveel ml heb je dus van elk van je oplossingen nodig?

#9

gordonbeer

    gordonbeer


  • 0 - 25 berichten
  • 11 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 27 september 2008 - 21:53

ok, hiermee moet het lukken. Morgen zal ik eraan verder werken.
hartelijk dank =D





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures