Springen naar inhoud

[scheikunde] ph bepalen en equivalentiepunt


  • Log in om te kunnen reageren

#1

noni

    noni


  • 0 - 25 berichten
  • 4 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 17 februari 2009 - 21:45

Hallo ik heb heb vraagje, twee eigenlijk…ik hoop dat iemand me kan helpen :cry:
Ik heb; Een oplossing van 0,10M HCl pH van 1
Een 0,10M oplossing van azijnzuur met een pH van bijna 3
0,10M mierenzuur oplossing pH van 2,4

Nu wil ik graag weten hoe ik die bovenstaande pH"s exact uit kan rekenen. Ik heb alleen geen volumes, moet ik dan maar per liter berekenen? Ik dacht dat ik de molmassa x 0,10 moest (0,10M) doen en daar dan de -log uit moest nemen. Kan dat kloppen? Of was t nou -log concentratie, maar die kan ik niet berekenen want ik heb geen volumes, als t niet anders kan gebruik ik wel 15 ml van ieder dat moet bij de andere opdracht ook.
Vraag 2; Hoe kan ik nu uitrekenen wat de pH in het equivalentiepunt is wanneer;
-ik van de bovenstaande zuren 15 mL heb
-titreer met 0,05M NaOH
Bij een sterk zuur en sterke base is dit natuurlijk 7 maar bij een strek zuur en zwakke base?

Ontzettend bedankt!!!
Groetjes noni :oops:

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

jasper2

    jasper2


  • >100 berichten
  • 111 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 18 februari 2009 - 10:36

[/SUP]Vraag 1

HCl 0.10M dus [H+] = 0.10M
pH is de -log uit de concentratie H+ dus
-log 0.10= pH 1.0

Azijnzuur (HAc) 0.10M

hierbij moet je gan werken met de pKz (Zuurconstate) omdat dit een zwak zuur is waardoor ik de concentratie van H+ niet gelijk mag stellen aan de molarieteit van de azijnzuur. hij splits maar gedeeltelijk.

[H+] * [Ac[/SUP]-]
--------------------------------------------- = pKz
[HAc]

Aangazien azijnzuur reageert volgens

1HAc--> 1H
+ + 1Ac-

dus
[H
+] = [Ac-]

dus

[H
+]2 / [HAc] = pKz

Als je hier de concentratie invult die je oplost maak je een kleine fout. Namelijk een deel van de opgeloste azijnzuur zal zijn gesplitst. De verhouding tussen wat er gesplitst is en wat niet is echter zo groot dat je dit in eeste instantie mag verwaarlozen. (Zal er niet verder op ingaan wat te doen als dat niet mag omdat dat denk ik een aantal niveautjes verder zal zijn.)

Deze mag je zelf verder uitrekenen

Mierenzuur

Hiervoor geld hetzelfde als voor de azijnzuur, probeer het maat eens.


Vraag 2

Bij vraag 2 kun je uitrekenen hoeveel mol zuur je hebt, hoeveel mol loog je moet toevoegen tot het equivalentiepunt, hoeveel ml oplossing loog dat is en dus hoeveel je eindvolume na de titratie is.
Je weet ook dat er dan net zoveel zuur als base toegevoegd moet zijn. Een zwak zuur zal dus omgezet zijn naar zijn geconjugeerde base. Je weet hoeveel mol geconjugeerde base je hebt in hoeveel ml (eindvolume) dus ook een concentratie.

Aanghezien we nu een geconjugeerde base overhouden zitten we in het basische gebied en gaan we rekenen met de pOH. Dus de - log van de concentratie OH
-

volgens

[HAc] * [OH
-]
-------------------------------------------- = pKb
[Ac
-] * [H2O]
aangezien water het oplosmiddel is stellen we deze gelijk aan 1

We gaan ervanuit dat alle azijnzuur is weggereageerd en er alleen geconjugeerde base over is. Hiervan zal een deel weer terug reageren naar azijnzuur volgens bovenstaand evenwicht.
Dan;
[HAc] = [OH
-]

dus;
[OH-]2 / [Ac[sup]-
] = pKb

en 14-pOH =pH

Hiermee moet je het maar eens proberen.

Jasper

#3

noni

    noni


  • 0 - 25 berichten
  • 4 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 19 februari 2009 - 11:38

mag die H20 dan wel in die formule? ik had iets opgevangen dat een zuivere stof er niet in mocht, of is dat niet bij dze formule? Mja, die 5 procent regel moest er ook in..... maar die ga ik zo wel even aan mijn leraar vragen. Het blijft toch een lastig onderwerp!!! In ieder geval bedankt voor je snelle reactie :) .

#4

jasper2

    jasper2


  • >100 berichten
  • 111 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 19 februari 2009 - 13:03

Water is niet een zuivere stof maar je hebt gelijk dat je het oplosmiddel niet meeneemt in de verglijking, daarom stel je deze gelijk aan 1. Hierdoor heeft hij geen invloed op de reactie. Ter verduidelijking een voorbeeld waarbij met 1 vermenigvuldigd word.

12 / 3 = 4
(12*1) / 3 = 4


succes Jasper





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures