Springen naar inhoud

[scheikunde] elektronen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

soepkip_CF

    soepkip_CF


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 28 april 2009 - 18:47

.iuyghbguhu

# Moderatoropmerking
rwwh: het is niet gebruikelijk om de vraag te wissen op dit forum. Die behouden we liever voor het nageslacht.

Veranderd door rwwh, 28 april 2009 - 22:32


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 28 april 2009 - 18:57

Zuurstof is elektronegatiever dan waterstof, dit betekent dat de bindingselektronen vooral om de zuurstof zullen hangen.

Een los zuurstofatoom dat neutraal is zal verder altijd 6 elektronen in de buitenste schil hebben. Waterstof zorgt voor de 2 andere, samen dus 8 elektronen. Voor een binding zijn altijd 2 elektronen nodig. De 2 H-O bindingen hebben daarom 4 elektronen in gebruik. Blijven er 4 over, die als 2 vrije elektronenparen aan het zuurstof zitten.

Uiteindelijk maak je bij 2 dus de denkfout om niet de elektronen van waterstof mee te tellen.

Eenzelfde redenering geldt bijvoorbeeld voor NH3.

Stikstof is elektronegatiever dan waterstof, dit betekent dat de bindingselektronen vooral om de stikstof zullen hangen.

Een los stikstof dat neutraal is zal verder altijd 5 elektronen in de buitenste schil hebben. Waterstof zorgt voor de 3 andere, samen dus 8 elektronen. Voor een binding zijn altijd 2 elektronen nodig. De 2 H-N bindingen hebben daarom 6 elektronen in gebruik. Blijven er 2 over, die als 1 vrij elektronenpaar aan het stikstof zit.

Of voor zoutzuur:

Chloor is elektronegatiever dan waterstof, dit betekent dat de bindingselektronen vooral om de chloor zullen hangen.

Een los chlooratoom dat neutraal is zal verder altijd 7 elektronen in de buitenste schil hebben. Waterstof zorgt voor de andere, samen dus 8 elektronen. Voor een binding zijn altijd 2 elektronen nodig. De H-Cl binding heeft daarom 1 elektronen in gebruik. Blijven er 6 over, die als 3 vrij elektronenparen aan het chloor zitten.

Zo zitten dus alle ionogene bindingen in elkaar. Die van zouten zoals natriumchloride dus ook. Men spreekt van covalente bindingen als er geen groot verschil meer zit in elektronegativiteit tussen de 2 atomen die deel uitmaken van die binding. Koolstof-koolstofbindingen bijvoorbeeld.

Als we bijvoorbeeld naar ethaan kijken H3C-CH3, dan zit 1 koolstof gebonden aan 3 waterstoffen en aan 1 koolstof.

Koolstof is elektronegatiever dan waterstof, dit betekent dat de bindingselektronen vooral om de koolstof zullen hangen.

Een los koolstofatoom dat neutraal is zal verder altijd 4 elektronen in de buitenste schil hebben. Waterstof zorgt voor 3 andere, samen dus 7 elektronen. Voor een binding zijn altijd 2 elektronen nodig. De H-C bindingen heeft daarom 6 elektronen in gebruik. Blijft er 1 over.

Probleem: er kan geen vrij elektronenpaar gevormd worden. Maar wacht: voor de andere koolstof geldt precies dezelfde situatie. Ook die zal 1 elektron overhebben. Beide elektronen zullen dus zorgen voor de C-C binding. Dat betekent meteen dat beide bindingselektronen dus een beetje bij beide koolstoffen horen.

Veranderd door Fuzzwood, 28 april 2009 - 19:03


#3

Derrek

    Derrek


  • >100 berichten
  • 217 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 28 april 2009 - 18:59

Edit : echo.

# Moderatoropmerking
rwwh: Het spammen met onzinnige berichten, zoals alleen een link, smilie of reclame, is niet toegestaan. Plaats alleen opmerkingen als je echt iets toe te voegen hebt!

Veranderd door rwwh, 28 april 2009 - 22:32






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures