Springen naar inhoud

[scheikunde] bepaling oxaalzuur in mengsel via mengseltitratie


  • Log in om te kunnen reageren

#1

rubinho93

    rubinho93


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2009 - 13:48

Hallo,

bij een scheikundepracticum moesten wij het volgende doen. In een mengsel van zwavelzuur en oxaalzuur moeten we doormiddel van een zuur/base titratie en een redoxtitratie (daar stond bij oxidimetrisch???) de volumeverhouding van het oxaalzuur in het mengsel bepalen.

We hebben hiervoor de volgende titraties uitgevoerd met de volgende gegevens:

1e titratie zuur/base; 10,00 mL mengsel H2SO4 en H2C2O4 met NaOH (en indicator fenolftaleine) voor het bepalen van de hoeveelheid zuur.

Hier kwam uit dat er 10,30 mL NaOH nodig was tot de omslag
De molariteit van NaOH is 0,0988

2e titratie oxidimetrisch (???): 10,00 mL mengsel H2SO4 en H2C2O4 met KMnO4 voor het bepalen van de hoeveelheid H2C2O4 en daar dan de volumeverhouding van nemen.

Hier kwam uit dat er 6,35 mL KMnO4 nodig was tot omslag
De molariteit van KMnO4 is 0,02040

Om dit te gaan berekenen hebben we natuurlijk reactievergelijkingen nodig. Ik had de volgende bedacht, weet dus niet of ze kloppen:

Voor de 1e titratie:
H2SO4 + 2NaOH ---> Na2SO4 + 2H2O
H2C2O4 + NaOH ---> Na2C2O4 + 2H2O

Voor de 2e titratie:
MnO4- + 5e- + 8H3O+ ---> Mn2+ + 12H2O (2x)
H2C2O4 + 2H2O ---> 2CO2 + 2 H3O+ + 2e- (5x)
----------------------------------------------------------------------------------------------
2MnO4- + 6H3O+ + 5H2C2O4 ---> 2Mn2+ + 14H2O + 10CO2

Nogmaals, ik weet niet of ze kloppen...

Dan ga ik eerst proberen het zuur te bepalen. Dus ik begin zo:
In 10,30 mL 0,0988 M NaOH zit 10,30 x 0,0988 x 10-3 = 1,01764 x 10-3 mol NaOH
Dat heb ik dan, maar nu moet ik het aan iets gelijk gaan stellen om het aantal mol zuur te vinden, maar omdat ik dus een mengsel heb met 2 zuren weet ik niet welke ik moet pakken, of hoe ik die 2 kan combineren.

Als je dat dan hebt uitgerekend, kun je aan het 2e deel (redox) beginnen, die ik ook niet helemaal snap...

Dan is er nog 1 vraag over, waarop ik het antwoord niet precies weet; Waarom hoef je bij de oxidimetrische titratie niet meer bij te verwarmen als de kolf is afgekoeld? (we moesten aan het begin de kolf met oxaalzuur en zwavelzuur verhitten tot ongeveer 60 graden)... Trouwens, oxidimetrische titratie is toch hetzelfde als redox, hoop ik?

Het antwoord hierop zou iets moeten zijn in de trant van; dat het mengsel zelf een katalysator is die alleen maar op gang hoeft te worden gebracht doormiddel van verhitting, als hij is verhit is hij op gang gebracht en mag hij gerust weer afkoelen... klopt dit?

Dus ik snap het berekenen niet helemaal, weet niet of mijn reactievergelijkingen kloppen en het antwoord op de vraag... Een hele lijst dus, ik hoop dat er iemand is die kan helpen.

Veranderd door rubinho93, 07 juni 2009 - 13:50


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 07 juni 2009 - 15:15

Je moet beide zuren nemen omdat ook beide zuren reageren. In feite bepaal je dus met de 1e titratie het totaal aantal mol zuur, dat volgens jou dus gelijk staat aan 0,00102 mol. Hoeveel van elk weet je hier dus nog niet, alleen hoeveel het samen is.

Oxidimetrisch betekent dat je met een oxidator iets bepaalt. Zo zal er waarschijnlijk ook reductometrisch bestaan. Verwarmen is nodig omdat het begin van de redoxreactie lastig verloopt. De ontstane stof uit de reductie van permanganaat katalyseert de reactie, die moet eerst gevormd worden, en warmte helpt daarbij.

Hoeveel mol permanganaat had je uiteindelijk nodig, en met hoeveel mol oxaalzuur reageerde dat dus? (Je reactievgl kloppen)

Veranderd door Fuzzwood, 07 juni 2009 - 15:16


#3

rubinho93

    rubinho93


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2009 - 15:39

okee, dus het totaal aantal zuur is 0,00102 mol. Dus met de 2e titratie ga je berekenen hoeveel daarvan H2C2O4 is, denk ik.

Als dat zo is gaan we even rekenen...
in 6,35 mL KMnO4 zit 6,35 x 10-3 x 0,02040 = 1,2954 x 10-4 mol MnO4-
Dan is dat dus 2/5 van het aantal mol H2C2O4... Dus het aantal mol H2C2O4 is dan 5/2 x 1,2954 x 10-4 = 3,2385 x 10-4 mol H2C2O4

Klopt dat? Dan moet ik nog de volumeverhouding, ik ben een beetje vergeten hoe dat zit, is dat het aantal mL oxaalzuur t.o.v. het totaal aantal mL zuur?

oftewel dit? 3,2385 x 10-4 / 1,01764 x 10-3 = 0,32 -> dus ongeveer 8 staat tot 25?

Veranderd door rubinho93, 07 juni 2009 - 15:59


#4

rubinho93

    rubinho93


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2009 - 21:47

Ik ben er volgens mij uit... Bedankt voor het op weg helpen! (Toch iets anders dan wat ik hierboven had getypt.)

En Joost moet inderdaad maar even goed zoeken...

Veranderd door rubinho93, 08 juni 2009 - 10:16






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures