Springen naar inhoud

[scheikunde] Molariteit bepalen van een thiosulfaat-oplossing


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Ssaturos

    Ssaturos


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 10 juni 2009 - 21:32

Hallo,

Ik heb een po uitgevoerd en gegevens verkregen, en nu moet ik daar een leuk verslagje over schrijven. Maar het is al laat en mijn hersenen zijn moe, en ik snap er helemaal niets van, normaal ben ik redelijk goed in scheikunde, maar ik wil het simpelweg niet snappen. zou iemand mij willen uitleggen wat ik moet doen?

Ik zal kort de vragen voor mijn verslag opschrijven.

Proef 1:
het stellen van thio.

we maken gebruik van de stof kaliumjodaat KIO3 die met een overmaat kaliumjodide in zuur milieu via een redox reactie jood vormt. Deze hoeveelheid jood wordt getitreerd met thio.

1. Waarom wordt er aangezuurd? (mijn antwoord zou zijn omdat de redoxreactie anders niet kan verlopen, goed? niet goed?)
2. Noem twee redenen waarom er een overmaat kaliumjodide wordt gebruikt (werkelijk geen idee)
3. Bereken de molariteit van de natriumthiosulfaat-oplossing (helemaal de weg kwijt...)

Mijn verkregen gegevens zijn:
142 mg Kaliumjodaat opgelost in 50 ml water
2,19 g kaliumjodide
20 ml zoutzuur
39,95 thio gebruikt tot een kleurloze oplossing is ontstaan.

Proef 2


Als kopersulfaatoplossing en kaliumjodideoplossing worden samengevoegd treedt de volgende redoxreactie op.

2Cu2+ + 4I- -> 2CUI + I2

1. bereken het aantal mol kristalwater in blauw kopersulfaat.
2. leg uit of deze methode ook geschikt is voor het bepalen van het aantal mol kristalwater in soda.

gegevens:
2,120g Kaliumjodide in 40ml water
1 g kopersulfaat
40,71 ml thio gebruikt.



Ik vis hier niet naar antwoorden, ik heb alleen geen flauw idee waar ik moet beginnen...

alvast heel erg bedankt!
Ruben

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 10 juni 2009 - 22:01

1.1) Is inderdaad goed, kijk maar eens in de redoxvergelijking. Je zult zien dat er zuur verbruikt wordt om water mee te maken.

1.2) Van welke stof ben je uiteindelijk afhankelijk om de molariteit van je thio te bepalen? Van het jodaat dat je precies afweegt of van de KI?

1.3) Hiervoor heb je eerst de redoxreactieS (ja meervoud, er zijn er 2 ;) ) nodig.

2.1) Je kunt deze niet doen voordat je de eerste proef uitgerekend hebt.
2.2) Die is eigenlijk wel logisch, kan natrium op dezelfde manier reageren als het koper?

Als je 2.2 niet kan beantwoorden, moet je je nog maar eens inlezen in redoxreacties.

#3

Derrek

    Derrek


  • >100 berichten
  • 217 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 11 juni 2009 - 10:38

Om je met de tweede proef op weg te helpen, bedenk je het volgende : je hebt 1g CuSO4.xH2O. Men vraagt je x te bepalen.

Door de titratie die je hebt uitgevoerd kan je het aantal mol Cu2+ bepalen. Hiermee weet je ook het aantal mol SO42-. In het 1g kopersulfaat zit er zowel koper, sulfaat, als water.

#4

Mauritsem

    Mauritsem


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 juni 2009 - 10:32

Heey Ruben,

Ik heb ook eigenlijk geen idee, maar zou het ook graag wel willen weten... :oops:

Mauritsem ;)

#5

Mush10

    Mush10


  • 0 - 25 berichten
  • 11 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 mei 2010 - 21:37

Ja hallo ik doe deze proef nu ook alleen moet ik nog 2 vragen hebben:

van proef 1:
2. Noem twee redenen waarom er een overmaat kaliumjodide wordt gebruikt

en van proef 2:
2. leg uit of deze methode ook geschikt is voor het bepalen van het aantal mol kristalwater in soda.


ik moet het morgen inleveren

#6

stefan741

    stefan741


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 mei 2010 - 21:48

hee muss

je bent een beetje laat he ;)

ik heb de antwoorden hoor, ik geef ze wel op msn

#7

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 27 mei 2010 - 22:29

Geen probleem, met over en weer e-mailen is dit eruit gekomen na destillatie van alle tekst. Ik neem zomaar even aan dat jij de vriend in de mail was. :P

Proef 1:
De overmaat heeft 2 redenen:

IO3- + 5 I- + 5 H+ --> 3 I2 + 3 H2O

Per mol jodaat is dus 5 mol jodide nodig om 3 mol jood te laten ontstaan. In het geval van een ondermaat jodide, reageert maar een onbekende hoeveelheid jodaat weg, en is er gewoonweg niets berekenen. Verder vormt jodide met jood I3- dat in zetmeel gaat zitten en zorgt voor de blauwkleuring. Tijdens de laatste fase van de reactie zal ook het I3- wegreageren en ontkleurt de oplossing. Dit geeft het eindpunt aan.

Proef 2:
Natrium kan op deze manier niet bepaald worden omdat het een zeer zwakke oxidator is, in ieder geval niet sterk genoeg om jood te reduceren tot jodide.

Veranderd door Fuzzwood, 27 mei 2010 - 22:33






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures