Springen naar inhoud

[scheikunde] Hoe kun je het omringingsgetal te weten komen?


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Jenyus

    Jenyus


  • 0 - 25 berichten
  • 18 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 02 november 2009 - 21:28

Ik heb er lang naar gezocht, maar kon niet het antwoord vinden wat ik zocht.

Het normale antwoord is: tel de bindende en de niet-bindende elektronenparen bij elkaar op. Dat snap ik. En ik snap ook dat bij bijvoorbeeld NH3 het aantal bindende elektronenparen aan N 3 is.

Maar hoe weet je of er ook niet-bindende elektronenparen zijn?

Ik zie in mijn boek dat er bij NH3 1 niet-bindend elektronenpaar is, en daarom een tetraŽder is.

Maar soms heeft een molecuul de vorm van een gelijkzijdige driehoek op een plat vlak. (ik weet geen voorbeeld). Als er dan net zoals bij NH3 1 middelste atoom is en 3 buitenste atomen zijn, dan heeft die molecuul geen bindende elektronenparen, toch?

Oftewel, hoe weet ik of er naast de bindende elektronenparen ook niet-bindende elektronenparen aanwezig zijn, en dan heb ik dus geen tekening waar ik het uit kan halen. Of kan ik dit niet weten en moet deze info altijd in de vraag staan?

Misschien kon het iets korter, maar ik wilde duidelijk maken wat ik al wist, zodat jullie denk ik beter antwoord kunnen geven.

Alvast bedankt!

Chemical X

Veranderd door Chemical X, 02 november 2009 - 21:29


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

jhullaert

    jhullaert


  • >1k berichten
  • 2337 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 02 november 2009 - 21:51

Wel hoeveel elektronen heeft N in zijn buitenste schil?
Hoeveel bindingen kan het dan covalent maken?
Hoeveel elektronen blijven dan over? is dat niet toevallig een even getal?

#3

Jenyus

    Jenyus


  • 0 - 25 berichten
  • 18 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 02 november 2009 - 21:59

Hoi,

bedankt voor je snelle reactie. Ik snap het nog niet helemaal.

Wel hoeveel elektronen heeft N in zijn buitenste schil?

Ik ben vergeten hoe het precies ging. Moet je dan in het periodiek systeem kijken, zien dat N atoomnummer 7 heeft en daar iets mee doen? Ik ben vergeten hoe je kan bepalen hoeveel elektronen een atoom in zijn buitenste schil heeft. Had dat ook met dat 2 8 8 1 en K L M N ofzo te maken?

groetjes

#4

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 02 november 2009 - 22:30

Kijk eens naar de kolom waar het instaat. En ja ook daarmee, dat is precies waar het mee te maken heeft, met die K en L :)

Veranderd door Fuzzwood, 02 november 2009 - 22:30


#5

Jenyus

    Jenyus


  • 0 - 25 berichten
  • 18 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 02 november 2009 - 22:33

Het staat in groep 15. 15 - 2 - 8 = 5 , dus 5 elektronen in zijn buitenste schil? Dat wijst volgens mij niet echt op 4 elektronenparen of wel?

Ik snap gewoon niet hoe ik dat groep 15 moet toepassen...

#6

the clam

    the clam


  • 0 - 25 berichten
  • 25 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 02 november 2009 - 22:41

Je moet die b-groepen niet meetellen, alleen de hoofdgroepen ;-)

#7

Jenyus

    Jenyus


  • 0 - 25 berichten
  • 18 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 02 november 2009 - 22:45

B-groepen en hoofdgroepen komen me niet bekend voor...

*edit OUD*

Okee, na op wikipedia het stukje over valentie-elektron gelezen te hebben is het iets duidelijker.

N heeft atoomnummer 5, waarvan 2 samen een (niet-bindend elektronen)paar vormen, zodat je nog 3 elektronen over hebt die covalente bindingen kunnen aangaan.

Maar dan nog, waarom is het zo dat er niet 2 paren worden gevormd en nog 1 elektron over is om een covalente binding aan te gaan?

En hoeveel niet-bindende elektronenparen worden er gevormd bij bijvoorbeeld S met atoomnummer 16?

Is dit soms een kwestie van uit je hoofd leren, zoja, waar zijn die gegevens te vinden? Of kan je het wel logisch beredeneren?

*edit*

Stuk logischer geworden als ik me bedenk dat de covalentie van N 4 is. Ik keek nu pas naar de afbeelding die bij wikipedia valentie-elektron staat :)

Veranderd door Chemical X, 02 november 2009 - 22:56


#8

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 02 november 2009 - 22:55

B-groepen en hoofdgroepen komen me niet bekend voor...

*edit*

Okee, na op wikipedia het stukje over valentie-elektron gelezen te hebben is het iets duidelijker.

N heeft atoomnummer 5, waarvan 2 samen een (niet-bindend elektronen)paar vormen, zodat je nog 3 elektronen over hebt die covalente bindingen kunnen aangaan.

Maar dan nog, waarom is het zo dat er niet 2 paren worden gevormd en nog 1 elektron over is om een covalente binding aan te gaan?

En hoeveel niet-bindende elektronenparen worden er gevormd bij bijvoorbeeld S met atoomnummer 16?

Is dit soms een kwestie van uit je hoofd leren, zoja, waar zijn die gegevens te vinden? Of kan je het wel logisch beredeneren?

Die B groepen slaan op die rits transitiemetalen.

Bindingen zijn altijd paartjes van elektronen. Als ik 3 waterstofjes bind aan een N, heeft deze 5+3 = 8 elektronen. Waterstof heeft er dan 1+1 = 2 elektronen. De elektronen van een binding worden beide verdeeld over beide betrokken atomen.

Ik heb voor de N dus 3x2 elektronen in gebruik, 2 per H-N binding. Blijven er 2 over die een paartje maken.

Op die manier kun je ook verklaren waarom een proton (H+) met NH3 kan reageren. Het naakte waterstof, want dat is een proton, gebruikt beide elektronen van het paartje om een N-H binding te vormen. Omdat de N nu technisch een elektron mist, wordt deze positief geladen. Verder zijn alle 4 de N-H bindingen gelijk, ook al kwam er eentje tot stand via het vrije elektronenpaar.

Om dat laatste te begrijpen dien je spx hybridisatie te leren.

Veranderd door Fuzzwood, 02 november 2009 - 22:59


#9

Nikos

    Nikos


  • >250 berichten
  • 374 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 02 november 2009 - 23:00

edit: dit was dus de reactie op "B-groepen en hoofdgroepen komen me niet bekend voor..."

Het gaat hier helemaal niet om schillen.

Je moet kijken hoeveel electronen er in het hoogste energie niveau zitten.(alleen kijken naar de verschillende n'en)

n=1 l=0 ml=0 ms=+1/2, -1/2 zijn dus twee mogelijk heden.

n=2 l=1 ml=1 ms=+1/2, -1/2
ml=0 ms=+1/2, -1/2
ml= -1 ms=+1/2, -1/2 zijn dus 6 mogelijkheden.

n=3 l=2 ml=2 ms=+1/2, -1/2
ml=1 ms=+1/2, -1/2
ml=0 ms=+1/2, -1/2
ml=-1 ms=+1/2, -1/2
ml=2 ms=+1/2, -1/2 10 mogelijkheden.

enz.
maximaal aantal electronen in energie niveau n = 4n-2

de B-groepen die je noemt zijn de verschillende l voor een bepaalde n

Veranderd door Nikos, 02 november 2009 - 23:03


#10

jhullaert

    jhullaert


  • >1k berichten
  • 2337 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 02 november 2009 - 23:09

Nu is chemical x zeker de draad kwijt nikos.

Waar ik naartoe wou was inderdaad het aantal valentie elektronen, meestal vormt een atoom in een verbinding de octetconfiguratie dus 8 elektronen. Je weet dus dat N er nog 3 nodig heeft en dus 3 elektronen met 3 waterstoffen zal delen.(covalente verbinding) Een atoom met ťťn vrij elektron zal nooit stabiel zijn het zal altijd een paar moeten vormen. Hoeveel vrije elektronenparen zal chloor nu hebben in HCl?

#11

Jenyus

    Jenyus


  • 0 - 25 berichten
  • 18 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 02 november 2009 - 23:13

Bedankt voor jullie reacties. Ik snap alleen beide niet.

Nikos, die methode met n en l hebben wij nooit gehad.

Fuzzwood:
Als ik 3 waterstofjes bind aan een N, heeft deze 5+3 = 8 elektronen.
Het getal 3 zijn neem ik aan de 3 elektronen die de waterstofjes ook hebben, maar wat is dan die 5? N heeft toch atoomnummer 7, dan zou ik denken dat ie er nog 7 - 3 = 4 over had ipv 5. Waarschijnlijk zeg ik hele domme en vage dingen maar dat is omdat ik het niet snap.

Op die manier kun je ook verklaren waarom een proton (H+) met NH3 kan reageren. Het naakte waterstof, want dat is een proton, gebruikt beide elektronen van het paartje om een N-H binding te vormen. Omdat de N nu technisch een elektron mist, wordt deze positief geladen. Verder zijn alle 4 de N-H bindingen gelijk, ook al kwam er eentje tot stand via het vrije elektronenpaar.


Dat snap ik eigenlijk helemaal niet, is dat belangrijk om te weten of is het extra info?

#12

Jenyus

    Jenyus


  • 0 - 25 berichten
  • 18 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 02 november 2009 - 23:19

Hoeveel vrije elektronenparen zal chloor nu hebben in HCl?

chemaniac, bedankt, dit komt allemaal bekender voor, ik zal proberen je vraag te beantwoorden.

Cl heeft atoomnummer 17. 17 - 2 - 8 = 7. Dat is 1 minder dan 8 voor een volgende volle schil, dus hij heeft covalentie 1. Hij bindt zich met 1 ander atoom (H) en heeft daarnaast 3 vrije elektronenparen want 1 + 3*2 = 7. Klopt het wat ik zeg?

Klopt het dan ook dat de covalentie (1) + het aantal vrije elektronenparen (3) bij elkaar altijd 4 is, dus niet alleen bij HCl?

#13

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 02 november 2009 - 23:19

N heeft atoomnummer 7, maar bevindt zich in de 5e kolom van het periodiek systeem. Daarom heeft het als formele lading -3, zuurstof kan als formele lading -2 hebben en fluor -1. De laatste 2 staan respectievelijk in de 6e en 7e kolom. Neon wat ernaast staat, in de 8e kolom, heeft ook 8 elektronen in de buitenste schil, dat tevens het maximum is voor de buitenste schil. Vandaar ook het woord octetregel, octo = 8.

En op je post erna, klopt helemaal!

Daarom kan er ook zoiets als HClO4 bestaan. 3 van deze zuurstoffen zitten 2x gebonden aan het chloor, de 4e maar 1x. Die zit met de andere kant aan de H vast.

Doen we zuurstof ook even. 6e kolom, dus 6 elektronen in de buitenste schil. Plakken we er 2 H aan. De Htjes zullen hun elektron delen met het zuurstof, de O zal op zijn beurt 2 elektronen delen met voor elk elektron een H. Voor elke binding zijn er 2 elektronen in gebruik: 2 x 2 = 4 elektronen in gebruik. De laatste 4 vormen 2 elektronenparen.

Veranderd door Fuzzwood, 02 november 2009 - 23:23


#14

Rand

    Rand


  • 0 - 25 berichten
  • 16 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 09 oktober 2010 - 23:29

Ik heb precies dezelfde vraag, en ik snap de uitleg hier niet :(
De vraag in mijn boek is:
Bepaal voor elke verbinding (CO2, COCl2, BF3, PCl3) het omringingsgetal van het centrale atoom.

De elektronenformules zijn voor alle vier de stoffen gegeven, maar ik heb echt geen idee hoe ik het omringingsgetal te weten moet komen!

#15

D-Boss

    D-Boss


  • 0 - 25 berichten
  • 23 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 28 april 2011 - 21:23

Mischien een beetje een late reactie maargoed. Een atoom bestaat dus uit schillen. Elk atoom 'wil' dat die schillen vol raken met elektronen. In je binas tabel 99 zie je het periodiek systeem.

De schillen zijn als het ware vertegenwoordigd als de groepen. Als we bijvoorbeeld naar periode 2 kijken(Wat dat is staat in binas tabel 99 vermeld) daar zie je 8 elementen staan. Daaruit kun je afleiden dat de 2de schil ook 8 elektronen bevat.

De elektronen in de buitenste schil worden valentie elektronen genoemd. Alleen deze elektronen kunnen betrokken raken bij chemische reacties(Ofwel, alleen met hen kan interactie plaats vinden tussen atomen). Zoals ik zei hebben atomen de neiging hun schillen vol te willen krijgen. Zo kun je verklaren dat groep 18 nauwelijks reageert, groep 17 zich meestal aan 1 atoom bindt en groep 16 aan 2, enz.

Hoeveel bindingen een atoom aan kan gaan kun je vaak zien door te kijken hoeveel atomen verderop je een edelgas krijgt. Bij C zijn dat er 4 namelijk N, O, F en Ne. Daardoor gaat dit element 4 bindingen aan. Dat kun je in veel(Niet alle) gevallen uit de binas afleiden.

Als je nu wilt kijken naar het omringingsgetal moet je:

1: kijken hoeveel valentie elektronen een atoom bevat.
2: Kijken hoeveel er nodig zijn om de schil te vullen
3: Het verschil tussen waarde 1 en waarde 2 bepalen.
4: dit getal delen door 2.
5: Het omringingsgetal is dan de som van het getal wat je bij 4 hebt gevonden en het aantal bindingen dat het atoom aangaat binnen een molecuul.

In formule vorm zou je kunnen stellen:

Og = B + ((Ve-Ce)/2)

Waarin Og het omringingsgetal is, Ve het aantal valentie elektronen, Ce het aantal elektronen dat nodig is om de schil te vullen en B het aantal bindingen dat het atoom in een molecuul aangaat. Ik zou zeggen doe dit met een aantal elementen zoals stikstof en probeer met die formule aan te tonen dat het omringingsgetal van N in het geval van NH3 gelijk is aan 4 en dat Og bij C in HCN gelijk is aan 2.

En dat is hoe dit zo'n beetje in elkaar steekt, ik hoop dat ik dit duidelijk uitgelegd heb :)

Veranderd door D-Boss, 28 april 2011 - 21:42






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures