Springen naar inhoud

[scheikunde] Vitamine C bepaling


  • Log in om te kunnen reageren

#1

dejosine

    dejosine


  • 0 - 25 berichten
  • 16 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 14 december 2009 - 10:30

Hallo,
Ik moet een PO maken voor scheikunde over het vitamine-c gehalte in sinaasappelsap. Op zich een redelijk standaard onderwerp dus.

Ik loop alleen een beetje vast bij de vragen.
Ik heb de totaalreacties al gemaakt namelijk:

Reactie 1: opgeloste jodaat-ionen reageren met opgelost kaliumjodide.
10I- + 2IO3- + 12 H+ --> 6I2 + H2O

reactie 2: Vitamine C reageert met het gevormde jood uit reactie 1
C6H8O6 + I2 --> C6H6O6 + 2H+ + 2I-

nu snap ik deze vraag niet:
Je hebt bij deze titratie de beschikking over een 0,0030 M kaliumjodaatoplossing. Dit is de titreervloeistof.

Vraag: Bereken hoeveel sinaasappelsap je in de erlemeyer wilt pipetteren als je ongeveer 10 ml tireervloeistof wilt gebruiken. In 100 ml vitamine c zit ongeveer 30 mg vitamine c.

Ik heb het volgende al uitgerekend:
er is 0,3*10^-4 mol kaliumjodaatoplossing
de molmassa van vitamine c = 176,124 gram/mol

Maar ik weet nu niet wat ik verder moet doet.
Is hier een standaard stappenplan voor, of gewoon logisch nadenken?

Alvast bedankt voor de hulp!

Veranderd door Sjonn, 14 december 2009 - 10:31


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Derrek

    Derrek


  • >100 berichten
  • 217 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 december 2009 - 11:08

Het is inderdaad even logisch nadenken. Je ziet dat één mol vitamine C reageert met één mol I2. Uit de eerste reactievergelijking zie je dat één mol jodaat 6 mol I2 oplevert.

Als je weet hoeveel mol er in 10ml titervloeistof zit (concentratie = #mol / volume), weet je hoeveel I2 er hieruit gevormd wordt, waar evenveel vitamine C met reageert.

#3

dejosine

    dejosine


  • 0 - 25 berichten
  • 16 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 14 december 2009 - 12:49

Bedankt voor de snelle reactie!

Maar als ik het goed begrijp heb je dan dus 1,8*10^-5 mol I2. (verhouding I- : I2 --> 10:6)
Je hebt dan dus ook 1,8*10^-5 mol vitamine c
de molmassa van vitamine c = 176,1 g/mol
dus dan heb je 0,0032 gram vitamine c
In 100 mL vitamine c zit ongeveer 30 mg vitamine c.
Dus als je dit omrekent (mbv. kruistabel) dan heb je 10,57 mL Sinaasappelsap (vitamine C) nodig.

Klopt het zo?

#4

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 14 december 2009 - 13:43

Je eerste vergelijking klopt niet. En wel de waterstofbalans.

#5

dejosine

    dejosine


  • 0 - 25 berichten
  • 16 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 14 december 2009 - 14:12

Nee het moet inderdaad 6H2O zijn!

#6

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 14 december 2009 - 15:01

Dus dan kun je hem vereenvoudigen tot:

IO3- + 5 I- + 6 H+ --> 3 I2 + 3 H2O

Zo zie je dus dat 1 mol jodaat gelijk staat voor 3 mol jood. Dat er toevallig jodide gebruikt wordt, boeit niet. Die is toch in overmaat aanwezig. De enige stof waarvan je dus na de titratie zeker weet hoeveel mol je ervan gebruikt hebt, is het jodaat.

10 ml van 0,0030M jodaat-oplossing bevat 0,030 mmol (= millimol = 1/1000e mol) jodaat en dat is door de overmaat jodide omgezet tot 0,090 mmol jood.

0,090 mmol jood reageert met 0,090 mmol vit C. 0,090 mmol vit C komt overeen met 0,090 mmol * 176,1 g/mol = 16 mg vit C.

Je hebt dan 30mg / 16mg * 100 ml = 189 ml sap nodig.

Lijkt me een logische hoeveelheid aangezien het zeer lastig gaat worden om een goede kleuromslag te kunnen zien in een plasje sap, ipv 1/5e liter van dat sap ;)

Veranderd door Fuzzwood, 14 december 2009 - 15:03


#7

dejosine

    dejosine


  • 0 - 25 berichten
  • 16 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 15 december 2009 - 17:35

Alleen de laatste stap klopt niet.
In 100 ml zit namelijk 30 mg.
Dus voor 16 mg heb je 53,33333 ml sinaasappelsap nodig

Nu is de volgende vraag als volgt:
Bereken hoeveel ml 0,25 M kaliumjodideoplossing je wilt toevoegen als je ongeveer 10 ml Zetmeel I- wilt hebben als er kan reageren met 10 ml 0,0030 M kaliumjodaatoplossing.

Er is dus 1,03 mmol kaliumjodaat beschikbaar.
Maar verder weet ik niet wat ze nu precies willen weten....

Zou iemand mij misschien kunnen vertellen wat precies de vraag is? En mij een beetje op weg willen helpen?

Nogmaals bedankt!

Veranderd door Sjonn, 15 december 2009 - 17:38


#8

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 15 december 2009 - 18:22

K** ja je hebt gelijk, ik heb verkeerd om gedacht. Scherp van je overigens [|:-)].

En ze willen denk ik weten hoeveel KI-oplossing je minimaal moet toevoegen om aan die 3 mol I2 per mol jodaat te komen. Als je dus 0,030 (en ja die laatste 0 zet ik er extra bij, google maar eens op significante cijfers) mmol jodaat hebt, hoeveel mmol I- ga je dan nodig hebben?

Wat ze met dat 10 ml zetmeel I- bedoelen, snap ik niet helemaal. Maar je dient iig ietsje meer KI-oplossing toe te voegen dan echt nodig is om het jodaat om te zetten tot jood. Zodra er ook maar een molecuul meer jood ontstaat dan er vitamine C is, ontstaat onherroepelijk I3- als er ook nog I- aanwezig is. Dat morrelt zich dan in je zetmeel en geeft een blauwe kleur.

Misschien dien je dan dus 10 ml boven op de minimaal benodigde hoeveelheid toe te voegen.

Veranderd door Fuzzwood, 15 december 2009 - 18:23






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures