Springen naar inhoud

[scheikunde] drijvende kracht?


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Noeshie

    Noeshie


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 19 januari 2010 - 15:44

Hey

Ik heb nog eens een paar oefeningentjes proberen maken, deze keer gingen ze iets gemakkelijker hoewel ik nog steeds vast zit op het bepalen van die drijvende kracht.

1)Bij toevoeging van kaliumchoride aan een cadmiumnitraat oplossing treedt er:
a) reactie op met drijvende kracht vorming van een gas
b)reactie op met drijvende kracht vorming van een neerslag
c)reactie op met drijvende kracht vorming van zwak elektroliet
d) geen reactie

Motivatie:
KCl+ CdNO3 => KNO3 + CdCl
Ik snap niet zo goed hoe je de drijvende kracht kan bepalen?

2)In de laatste stap bij de productie van waterstofnitraat wordt er stikstofdioxide gas door water geleid. Hierbij worden er zowel nitraationen gevormd als NO-dampen. Bepaald de maximale concentraite van de salpeterzuuroplossing indien in 5l water 100g stikstofdioxide wordt verbruikt:
Ik had berekend dat dat; 0,43 mol/l moest zijn maar dit lijkt mij zo weinig?
Motivatie:
NO2=46,01 molaire massa
n=m/MM=2,17
C=n/V=2,17/5=0,43

3)Bepaal voor de vorige opgave het volume NO-dampen dat ontsnapt indien de reactie wordt uitgevoerd bij atmosferische druk en 35°C
Motivatie:
Hier heb ik geen idee hoe er aan te beginnen heeft er iemand een hint?

4)In een reactie wordt A +2B omgezet in C + D. De reactie is van 1[sub]2[sub] orde tov A en van de 2de orde tov B. Indien de concentraties van beide reagentia 1 M is blijkt de reactiesnelheid ook 1 te zijn. Als A voor 25% is weggereageerd zal:
a)de reactiesnelheid nog steeds hetzelfde zijn
b)ligt de reactiesnelheid tussen 20 en 40 % van de oorspronkelijke snelheid
c)is de reactiesnelheid kleiner dan 20% van de oorspronkelijke snelheid
d)is de reactiesnelheid groter dan 40% van de oorspronkelijke snelheid
Ik denk: d)
Motivatie:
A=25% weg, 2B = dan voor 87,5% weg ge reageert want 25/2=12,5% - 100%

5)Van welke concentratie HCl moet er vertrokken worden als men vertrekt van 50g natriumwaterstofcarbonaat opgelost in 1l van de HCl-oplossing?
Ik had berekend dat dit 0,60 was.
Motivatie:
NaHCO3 +HCl => NaCl + H2CO3
NaHCO3=84,010 molaire massa
n=m/MM=50/84,010=0,60
C=n/V=0,60

6)vast natriumsulfiet reageert met H2SO4 (3M). Deze reactie heeft als drijvende kracht:
a)enkel gasvorming
b)enkele neerslagvorming
c)de vorming van een zwak electoliet H2O
d)de vorming van een onbestend, zwak zuur
Ik denk:
Motivatie:
NaSO3+ H2S04 => NaS2O5 + H2O
Dit is weer met die drijvende krachten, bestaat er een trucje om dit te vinden?

7)Bij en temperatuur van 20°C wordt in een kamer met een volume van 100m³ een emmer met 10 liter water geplaast. De dampspanning van water bij deze temperatuur bedraagt 25 mmHg. Na voldoende lange tijd zal de lucht in de kamer verzadigd zijn met water;
a)deze verzadiging kan niet bereikt worden want er is onvoldoende water in de emmer
b)bij volledige verzadiging zal er minder dan 5 liter water in de emmer overblijven
c)bij volledige verzadiging zal er nog 7,5 l water in de emmer overblijven
d) is het volume water in de emmer: ...
Ik denk: d) nl. 0,2 l maar dit lijkt mij te weinig
Motivatie:
V=((P-P. h/13,6)/ 76 x 1000)/n.0,082.T
=( (((25.1.10/13,6) x 1000)/76) / (10 000/200,59) x 0,082. 293)
= 0,2 l


groetjes Noeshie

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 19 januari 2010 - 15:54

1) Hiermee wordt bedoeld dat de reactie afloopt. Bij het oplossen van keukenzout en kaliumchloride zal niets gebeuren. Gooi je er zilvernitraat bij, dan ontstaat er onherroepelijk een neerslag van zilverchloride. Die reactie is aflopend en de vorming van het neerslag is de drijvende kracht.

2) Het is bij deze vragen altijd een goed idee om een reactievergelijking op te stellen.

3) Dit is een gevalletje gaswet, maar je dient eerst te weten hoeveel mol NO er ontstaat, zie inderdaad 2.

5) Klopt als een bus, wel netjes mol/l achter die 0,60 zetten.

6) Zie 1) Ook hier draait het erom of de reactie aflopend is en wat daar precies voor zorgt.

#3

jhullaert

    jhullaert


  • >1k berichten
  • 2337 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 19 januari 2010 - 15:58

Je moet blijkbaar dringend eens je zoutvorming herhalen. Cadmium vormt geen eenwaardig positieve ionen!

Drijvende kracht bepaal je door te kijken naar wat er gevormd wordt.

is er een zout gevormd? dan kijk je (of denk je na) of dit een oplosbaar zout is. als het gevormde zout niet goed oplosbaar is ontstaat er een neerslag. Dat is dan de drijvende kracht van de reactie.

Als er H2S wordt gevormd, of H2CO3 dat ontleedt in water en CO2 (een gas) of er wordt H2SO3 gevormd dat ontleedt in water en SO2 (een gas) dan is gasvorming de drijvende kracht.

Zuur-base reacties zijn voorbeelden voor de vorming van een zwak elektrolyt, water. Het H+ van het zuur zal binden met het OH- van de base en samen vormt dit water. Door de vorming van water is er een reacties.
azijnzuur (elk zwak zuur eigenlijk) is een ander voorbeeld van een zwak elektrolyt maar dit moet je nog niet onthouden het gaat je anders in verwaring brengen.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures