Springen naar inhoud

pKa/b definiëring van een Arrhenius zuur/base


  • Log in om te kunnen reageren

#1

El Carlos

    El Carlos


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 03 december 2010 - 15:09

Hallo allemaal,
Ik werk al een hele tijd met zuren, basen en hun evenwichten. Ik gebruik altijd de gangbare regels voor zuren en basen zowel intrinsiek als in waterige oplossingen. De meest gangbare manier om producten of substraten te beschrijven in hun zuurheid (basischiteit) is de pKa (ook voor basen, de pka kan zo omgezet worden in de gec. pKb). De pKa/b (en bijhorende Ka/b) waarden werden telkens afgeleid uit de begin en eindconcentraties van het product in een reactie waar H+ werd opgenomen of afgestaan (of losgeslagen uit H2O in solvent). Nu heb ik mij echter nooit de vraag gesteld hoe dat zit met Arrhenius Basen die zelf OH- afstaan (dus niet losslaan uit hun solvent en ook niet werken met H+).

Kortweg: als de pKa van NaOH gelijk is aan 13 (opgezocht), hoe is die pKa dan gedefinieerd? Hoe komt men aan die pKa?

Het antwoord is waarschijnlijk simpeler dan ik dacht maar ik zit toch even vast met dit probleempje. Het staat niet beschreven in de cursus Kinetica en Evenwichtsreacties en ook internet helpt mij niet echt verder.

Alvast Bedankt! :)

El Carlos

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jooken

    Jooken


  • >250 berichten
  • 677 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 04 december 2010 - 15:41

Allereerst, de Arrheniustheorie van zuren en basen is een sterk verouderde theorie, die eigenlijk niet meer bruikbaar is. Zo kan deze theorie bvb niet verklaren waarom ammoniak, NH3, een base is. Het is veel beter om de Brönsted theorie te gebruiken.

Verder is de pKa van NaOH een zinloos begrip: Het basische deeltje ervan is OH- en dat heeft een pKa die allicht oneindig groot is. De pKa van het geconjugeerde zuur van OH- (en dan gebruik ik de Brönsted theorie); H2O, is 15,74. Dat kan je vinden in elk ordentelijk naslagwerk.

#3

El Carlos

    El Carlos


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 04 december 2010 - 21:45

Allereerst bedankt Jooken!

Ik ben er mij van bewust dat de Arrheniustheorie een erg verouderde theorie is.
Daarom refereerde ik in mijn vraag al naar Brönsted (Het opnemen/afstaan van H+)(Lewis is voor deze vraag buiten beschouwing gelaten).
Al mijn pKa/b berekeningen volgen ook rechtstreeks uit het evenwicht van de Brönstedreactie (Ka/b). Mijn probleem is juist dat NaOH zelf geen H+ opneemt maar zijn OH- wel!
Is het dan correct om te zeggen dat de pKb-waarde van basen die zelf geen H+ opnemen maar hun OH- wel (Een Arrheniusbase dus (puur voor de klassering) die zelf OH- afstaat), berekend word uit het oplosbaarheidsproduct van dat zout (=de beschouwde base) in het solvent en dan met de vrijgekomen OH- concentratie het evenwicht van de Brönstedreactie beschouwd om aan de pkb te komen?
m.a.w.: Van zulk een base als NaOH wordt de pKb berekend via het evenwicht van de Brönstedreactie waarin de concentratie OH- beschouwd word die eerder werd berekend uit het oplosbaarheidsproduct van de base in het solvent (voor NaOH dus praktisch 100%)?

De basischiteit van zo een base hangt dus af van de basischiteit van zijn OH- die op zijn beurt weer afhangt van zijn kation in het zout.

Dank

El Carlos





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures