Springen naar inhoud

Atoom- en molecuulorbitalen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Ruud M

    Ruud M


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 07 december 2010 - 20:27

Hoi iedereen

ik had ook nog een vraagje i.v.m. de molecuulorbitalen enzovoort, ook over die gewone binding (sigma) en de antibinding, zoals dat bij ons genoemd wordt (sigma*). In de cursus kan ik lezen dat een binding bindend is wanneer de 2 atoomorbitalen in fase zijn, maar dat er een antibinding is wanneer deze uit fase zijn. Maar wat ik me afvraag is: hoe kan een atoomorbitaal in of uit fase zijn? Waar is dat afhankelijk van?

Ook staat er in de cursus het volgende: Er is effectieve overlapping mogelijk tussen orbitalen wanneer zowel de energie als de symmetrie dit toelate. Een goede overlap resulteert in een bindende MO, maar wanneer het teken van het ene atoomorbitaal veranderd wordt, dan wordt er een antibindende MO gevormd.

Hoe kan het teken van een atoomorbitaal veranderen?

P.S. Misschien zijn mijn 2 vragen ongeveer dezelfde, maar dat komt omdat ik niet zo'n klare kijk heb op dit hoofdstuk.

P.S.2 Ik had mijn vraag al onder een ander bericht gepost, maar het leek me effectiever om er maar direct een nieuw topic van te maken.

Veranderd door Ruud M, 07 december 2010 - 20:27


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Typhoner

    Typhoner


  • >1k berichten
  • 2446 berichten
  • VIP

Geplaatst op 07 december 2010 - 21:23

Het concept "fase" krijg je als je elektronen als golven voorstelt (elektronen kunnen zo mooi wiskundig worden beschreven). Golven kunnen "in fase" zijn, waarbij ze elkaar versterken, en "in tegenfase" als ze elkaar verzakken.

Het teken van de golffuncties van elektronen (orbitalen zijn daar een voorstelling van) slaat op hun faseverschil: hetzelfde teken is "in fase", een verschillend teken "uit fase".

Maar: dit is een voorstelling. Het is eenvoudig om je dat zo voor te stellen.

Het is zo dat elke binding zowel bestaat uit een bindend als een antibindend orbitaal. Dus zowel een overlap meen manier om de oorsprong van de twee bindingsorbitalen te verklaren.
This is weird as hell. I approve.

#3

Ruud M

    Ruud M


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 07 december 2010 - 21:37

Allereerst bedankt voor je reactie Typhoner

Maar wat moet ik me voorstellen bij de term antibindend? Bij bindend weet ik dat er 2 elektronen per binding zijn die gedeeld worden door 2 atomen om zo aan hun octetstructuur te raken. Maar wat gebeurt er dan bij antibindend? Of kan je me een defenitie geven van wat antibindend is?

En ik weet dat in fase en uit fase slaat op de beweging van elektronen, maar is het feit dat je atoomorbitaal in of uit fase is dan te wijten aan het feit dat dat ene eletron in of uit fase is?

#4

drhillebrand

    drhillebrand


  • 0 - 25 berichten
  • 5 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 16 januari 2011 - 16:25

De orbitalen van een atoom kun je het beste als wolken voorstellen, die de electronen (die aanwezig zijn) creeren als trillende golfdeeltjes. Als deze wolken in fase trillen (en overlappen) krijg je dus een bonding MO en uit fase dus anti-bonding. Dit zijn voor elke orbitaal mogelijke fasen waarin deze kan verkeren. De bonding MO daalt in energie en is dus stabieler. De antibonding MO stijgt juist in engergie, exact evenveel dat de bonding MO daalt. En in een MO diagram worden al deze MO´s op energielevel weergegeven. De beschikbare electronen zullen van onder naar boven (en dus steeds verder weg vd kern) de MO´s vullen.
Maar het is afhankelijk van de hoeveelheid electronen aanwezig of al deze ´fasen´gevuld worden door electronen.
Daarnaast is de theorie van orbitalen gebaseerd op de waarschijnlijk van waar de electronen het meest aanwezig zullen zijn.

vb onderstaande link
MO[/URL]http://www.meta-synthesis.com/webbook/39_diatomics/O_3.png
mo
Hier vullen de 16 beschikbare electronen alle bindende MO´s en anderhalf antibonding MO´s. Dit betekent dat de electronen meer aanwezig zullen zijn in de bindende MO´s en de bondorder is dan (10-6)/2 = 2 en dus een dubbele binding.
Als O2 bijvoorbeeld een electron erbij zou krijgen, dan zou deze in de hoogst gevulde antibonding MO gaan ´zitten´. Hiermee wordt de verhouding tussen bezette bonding MO´s en antibonding MO´s verkleind. De electronen zullen elkaar dus in totaal iets meer afstoten dan voorheen en de bondorder en stabiliteit daalt dus.
Als O2 bijvoorbeeld een electron zou verliezen, dan zou de hoogst bezette antibonding MO dus een electron minder bezitten en de binding tussen de atomen versterken.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures