Springen naar inhoud

[scheikunde] Vragen over een opdracht over gaschromatografie


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Jeesssyyyy

    Jeesssyyyy


  • >25 berichten
  • 29 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 29 december 2010 - 23:49

Dag scheikundigen,

Een opdracht in mijn scheikunde boek gaat over gaschromatografie en hier worden de woorden interne standaard en referentieoplossing gebruikt. Interne standaard wordt uitgelegd als een mengsel met evenveel mol als het te onderzoeken mengsel.
Een regel verder staat: 'Als uit het chromatogram blijkt dat de oppervlakte van de piek van de interne standaard 1,6 maal zo groot is als die van de andere stof, kun je deze waarde bij verdere berekeningen als correctiewaarde gebruiken'.

Mijn vragen:
- Welke stoffen moeten in de interne standaard zitten? (Dezelfde stoffen die ook in het kwantitatief te onderzoeken mengsel zitten?)
- Wat stelt een piek in een chromatogram voor? Welke eenheden staan bij de assen?
- Moet de interne standaard in z'n eentje door de gaschromatograaf of samen met het te onderzoeken mengsel? Waarom?
- Wat is een referentieoplossing? (Als jullie de context nodig hebben, laat dit dan even weten a.u.b.)

Ik weet slechts dat een gaschromatograaf een buis is met een plakkerig (a)polair vloeistof randje aan de binnenkant en dat met behulp van de plakkerigheid en dus ook de verblijftijd/retentietijd van stoffen hiermee een homogeen gasmengsel gescheiden en/of voor een deel geidentificeerd kan worden. Ook weet ik dat brandbare stoffen kwantitatief gedetecteerd kunnen worden met een vlammetje aan het einde van de buis (heeft dit soms iets met zo'n piek te maken?).

Alvast bedankt.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Ronnie_CF

    Ronnie_CF


  • >250 berichten
  • 723 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 30 december 2010 - 09:15

Over het principe van chromatografie vind je veel op het net, maar om even pragmatisch te zijn:

Bij (gas)chromatografie wordt er een mengsel bestaande uit enkele stoffen geïnjecteerd in een kolom. Die kolom heeft inderdaad een bepaalde pakking zodanig er een interactiemogelijk is tussen de moleculen in je mengsel. Door deze interacties, wordt het mengsel gescheiden omdat niet alle moleculen op dezelfde manier reageren met deze pakking (bij gaschromatografie geldt echter in het algemeen dat de scheiding gebeurt op basis van het verschil in kookpunt. Stoffen met laagste kookpunt verlaten eerst de kolom).

Je moleculen zullen aldus op een verschillend moment terug uit je kolom uitkomen, waar ze worden gedetecteerd met het vlammetje ("flame ionisation detector"). Op je chromatogram krijg je dan in de y-as: het signaal van de detector (kan in volt zijn, ampere, ... wat het is maakt eigenlijk zo veel niet uit). Op je x-as staat de tijd die nodig is om het signaal te geven (dus wanneer de component van de kolom afkomst).
Je krijgt dus zoiets:

Geplaatste afbeelding


Het oppervlak van je gekregen piek is evenredig met de concentratie.


Die definitie van je interne standaard is een beetje vreemd. Je kent immers de concentratie niet in je te ondezoeken mengsel (dat wil je net bepalen), dus je kan niet evenveel mol maken in je interne standaard.
Sowieso is interne standaard iets anders dan wat er bij jouw in het boek staat, maar volgens mij bedoelen ze het volgende (hoe deze techniek noemt, schiet me niet direct te binnen).

Stel je onbekende bevat ethanol en je wil daarvan de concentratie. Je injecteert de onbekende in het toestel, en krijgt het signaal in functie van de tijd (retentietijd genaamd). Je bepaalt de oppervlakte van die piek (gaat via de software). Je kan dan stellen dat de concentratie evenrededig is met de oppervlakte, zodat:

Opponbekende = cte * [conc]onbekende

Nu injecteer je een oplossing van ethanol met bekende concentratie en doet hetzelfde. Bepaalt de oppervlakte van je piek. Je krijgt:

Oppostandaard = cte * [conc]standaard

Je gaat er van vanuit dat de constente (cte) in beide gevallen gelijk is. De twee vergelijkingen kunnen dan samengevoegd worden, waaruit je de concentratie van je onbekende haalt:

Opponbekende = [conc]onbekende * Oppostandaard / [conc]standaard

Veranderd door Ronnie, 30 december 2010 - 09:16


#3

mmaarr

    mmaarr


  • >100 berichten
  • 184 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 30 december 2010 - 12:00

deze constente (cte) zijn niet gelijk, je zal ze op elkaar moeten delen zodat een nieuwe constante in de vergelijking komt.

#4

Ronnie_CF

    Ronnie_CF


  • >250 berichten
  • 723 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 30 december 2010 - 12:14

deze constente (cte) zijn niet gelijk, je zal ze op elkaar moeten delen zodat een nieuwe constante in de vergelijking komt.

Je kent de constante van je onbekende niet, want je kent je concentratie niet... Twee onbekenden in één vergelijking.

#5

Jeesssyyyy

    Jeesssyyyy


  • >25 berichten
  • 29 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 december 2010 - 12:27

Ik denk dat het nu begrijp.
Als je een mengsel met een bekende concentratie alcohol bijvoorbeeld door een gaschromatograaf laat gaan krijg je een bijbehorende piek en dan kun je uitrekenen hoeveel oppervlakte piek bij 1 mol alcohol bijvoorbeeld hoort.
Als je daarna het mengsel met onbekende concentratie alcohol door de gaschromatograaf blaast kun je de oppervlakte van de piek die hierbij hoort delen door de oppervlakte van de bekende piek en zo achter de concentratie komen.

Het is me in ieder geval gelukt om met deze nieuwe kennis mijn som te maken. Heel erg bedankt!





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures