Springen naar inhoud

kan iemand helpen met dit aub?


  • Log in om te kunnen reageren

#1

wman2

    wman2


  • >25 berichten
  • 81 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 februari 2011 - 22:31

Hallo mensen,

Ik heb maandag een tentamen en tijdens maken van de oefententamens kwam ik de volgende vragen tegen. Hoe komen ze tot de gele antwoorden, kan iemand me aub helpen?

vraag A:
Geplaatste afbeelding

Vraag B:
Geplaatste afbeelding

hartelijk bedankt,

Veranderd door wman2, 05 februari 2011 - 22:40


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

murru

    murru


  • >25 berichten
  • 86 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 februari 2011 - 23:33

Vraag A: De afwijking is autosomaal dominant. Dit betekent dat 1 allel voor deze afwijking genoeg is om de ziekte te hebben. Een penetratie van 80% betekent dat in 80% van de personen met een dominant allel, de afwijking in het phenotype aanwezig is.
De kans dat de vader (I1) het dominante allel doorgeeft aan het nageslacht is 0, aangezien hij de afwijking niet heeft. De kans dat de moeder (I2) het dominante allel doorgeeft aan haar nageslacht is een half omdat zij heterozygoot voor de afwijking is (1 allel is gezond en 1 allel heeft een afwijking). De kans dat de zoon (II1) het afwijkend allel krijgt is dus een half, want in de helft van de gevallen zal de zoon het afwijkend allel van zijn moeder overerven. De penetrantie van het allel is echter maar 80%, dus een half maal 80%= 40%.

Vraag B: Pompe is autosomaal recessief; een persoon moet 2 recessieve allelen hebben om de ziekte te hebben. De opa van de moeder"s kant van het kind is drager (heeft 1 allel r). Voor de moeder is de kans om dit allel te ontvangen een half omdat de opa in de helft van de gevallen het recessieve allel r aan haar zal doorgeven. De oma van de vader"s kant van het kind is ook drager. Voor de vader is de kans om allel r te ontvangen dus ook een half. Zowel moeder als vader kunnen alleen drager zijn omdat ze altijd minstens 1gezond allel hebben van de andere ouder.
Als we nu aannemen dat beide ouders drager zijn, dan hebben ze beide het genotype Rr en is de kans dat het kind nu het aangedane genotype rr ontvangt een vierde: Rr x Rr= RR of Rr of rR of rr. Dus de uiteindelijke kans dat het kind de ziekte heeft is: de kans dat de moeder drager is, maal de kans dat de vader drager is, maal de kans dat het genotype rr krijgt. Dus: een half maal een half maal een vierde= een zestiende.

#3

wman2

    wman2


  • >25 berichten
  • 81 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 06 februari 2011 - 08:25

Beste murru,

Hartelijk bedankt voor uw uitleg. Bij vraag B:

dus de kans dat de ouders allebei drager zijn is 05 * 05 = 1/4

en dan als de kind toevallig ziekte krijgt zou recessief moeten zijn en dan doe je weer keer 1/4 en dat is 1/16. is dit het?

wens je een fijne dag

#4

martijntechno

    martijntechno


  • >25 berichten
  • 42 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 06 februari 2011 - 15:56

1ste familie:

R R
r rR rR
R RR RR kans is 1/2

2de familie:

R R
r rR rR
R RR RR kans is 1/2


beide dus 1/2 kans op die ziekt
0.5 * 0.5 = 0.25= 1/4 ;)

je heb 4 kans verdeling van het gevraagde kind, hiervan is de kans 1/4 *1/4= 1/16 <-- kan ik zo niet uitleggen

Veranderd door martijntechno, 06 februari 2011 - 16:02


#5

wman2

    wman2


  • >25 berichten
  • 81 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 06 februari 2011 - 19:02

Hallo,

hartelijk bedankt. Kan er mij aub ook als laatste uitgelegd worden hoe ze aan de volgende antwoord komen:

Geplaatste afbeelding

#6

murru

    murru


  • >25 berichten
  • 86 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 06 februari 2011 - 19:55

Hallo,

hartelijk bedankt. Kan er mij aub ook als laatste uitgelegd worden hoe ze aan de volgende antwoord komen:

Ik weet deze niet zeker, maar hiervoor kan je het Hardy-Weinberg principe gebruiken. Als A het dominante gezonde allel is, en a het aangedane recessieve allel is, dan kunnen de frequencies (f) van beide allelen als volgt worden uitgedrukt voor een populatie:

fAA = p2
fAa = 2pq
faa = q2

en geldt ook p+q=1.

De frequentie van een aangedane in deze populatie (faa) is gegeven, namelijk 1/1600. Dus:
q2= 1/1600, en q= 1/40.
Als deze twee personen een kind krijgen met de ziekte, moet de vrouw drager zijn. Het kind zal immers altijd 1 gezond allel ontvangen als de vrouw geen drager is.
De kans dat de vrouw drager is, is de frequentie van dragers in deze populatie (fAa), en deze is 2pq. p=1-q, dus p=39/40. 2pq= 2 x 39/40 x 1/40 = 78/1600.
Het kind moet het recessieve allel a van de moeder krijgen om aangedaan te zijn, en deze kans in een half. De vader geeft in alle gevallen het recessieve allel door omdat hij er twee heeft.

De uiteindelijke kans dat het kind aangedaan is, is dus: de kans dat de moeder drager is, maal de kans dat zij het recessieve allel doorgeeft, dus: 78/1600 maal een half= 39/1600. Dit getal is ongeveer gelijk aan 1/40, maar niet precies.

Veranderd door murru, 06 februari 2011 - 19:58


#7

wman2

    wman2


  • >25 berichten
  • 81 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 06 februari 2011 - 20:15

o bedankt, maar dit vraag moeten we uit onze hoofd doen, we mogen geen rekenmachine gebruiken:(

# Moderatoropmerking
biochemiefreak: Intern hebben we het onderwerp besproken. Over geplaatst in een geschikt subtopic.

Veranderd door biochemiefreak, 07 februari 2011 - 20:28






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures