Springen naar inhoud

covalentie zwavel


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Paulol-oh

    Paulol-oh


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 23 februari 2011 - 11:43

Met behulp van het boek Scheikunde Samengevat voor de HAVO probeer ik wat basiskennis scheikunde te vergaren. Deze vragen hebben dus helaas het niveau van een pinda maar een degelijk antwoord zou bij mij voor heel wat opheldering kunnen zorgen, bvd.

-----------------------------------------------------------------------

Vraag 1:

In het boek scheikunde samengevat voor de HAVO lees ik dat S(maar ook O) een covalentie heeft van 2.

Covalentie wordt uitgelegd als: het aantal atoombindingen waarmee het niet-metaalatoom zich bindt(of kan binden) aan naburige niet-metaalatomen.
Hieruit begrijp ik dat S zich kan binden aan 2 andere atomen.

Op de volgende bladzijde kom ik een sulfaation tegen SO42-

Hoe kan het dat er hier 4 zuurstof atomen aan het zwavelatoom zitten?

-------------------------------------------------------------------------

Vraag 2:

Alkanen (verzadigde koolwaterstoffen) hebben de formule CnH2n+2

methaan(n1) is dus CH4
ethaan(n2) is C2H6

De structuurformule geeft bij ethaan inderdaad 2xC en 6xH aan

Het boek geeft mij voor aklaanzuren deze formule: CnH2n+1COOH

Nu vul ik de formule voor ethaanzuur(n2?) in C2H5 +COOH

Echter geeft dit boek de structuurforume van ethaanzuur als CH3-COOH (moet dit niet methaanzuur zijn?) Hoe wordt C2H5 CH3???

Mis ik iets, is de naamgeving in dit boek onjuist, of moet de formule voor alkaanzuren Cn-1H2n-1COOH zijn?

MVG,

Paul

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Beryllium

    Beryllium


  • >5k berichten
  • 6314 berichten
  • Minicursusauteur

Geplaatst op 23 februari 2011 - 13:31

Wat er in de uitleg niet staat, is dat er wel meer elektronen in de structuur van zwavel zitten die voor extra bindingen kunnen zorgen (en er dan en passant voor zouden kunnen zorgen dat het atoom geladen wordt).

Voor SO4 heb je 1 centraal zwavelatoom, met daaraan 2 zuurstofatomen die met een dubbele binding zijn verbonden, en 2 die met een enkele binding zijn gebonden.

De moeilijkheid is dus dat zwavel meer elektronen heeft dan de pure covalentie-elektronen, en daarom anders kan voorkomen.

En wat betreft vraag 2...
De onduidelijkheid zit het 'm in de extra koolstof die uit de COOH komt. Ethaanzuur is inderdaad CH3COOH, want er zijn 2 koolstoffen dus is de basis van de naamgeving ethaan en niet methaan.
Je zou wel kunnen spreken van methaancarbonzuur, de extra 'carbon' wijst er dan op dat de C van -COOH niet al in de basisketen zit.
You can't possibly be a scientist if you mind people thinking that you're a fool. (Douglas Adams)

#3

Echtepino

    Echtepino


  • >250 berichten
  • 794 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 24 februari 2011 - 08:55

Nu vul ik de formule voor ethaanzuur(n2?) in C2H5 +COOH

Dat is dus geen ethaanzuur maar propaanzuur





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures