Springen naar inhoud

[scheikunde] Conductometrie (moeilijk)


  • Log in om te kunnen reageren

#1

sophie.b

    sophie.b


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 april 2011 - 21:32

Ik heb een praktische opdracht uitgevoerd, maar ik snap het niet helemaal.
Ik hoop dat jullie mij hierbij kunnen helpen!

De opdracht luidt als volgt:

"Vul een maatkolf met 100,00 ml oxaalzuur van nauwkeurig bekend modulariteit en breng azijnzuur kwantitatief over in een schoon bekerglas.

Roer het bekerglas mbv een magnetische roerder, stop een sensor in de bekerglas en sluit deze aan de computer. Plaats een druppelteller onder de buret en sluit deze ook aan de computer.

Start de meting en registreer voortdurend het specifiek geleidend vermogen tot ongeveer 1 mL na het equivalentiepunt.
"

Hieronder de grafiek die ik kreeg
Geplaatste afbeelding

Het specifiek geleidend vermogen hangt af van de soort ionen en concentratie. H3O+ en OH- hebben een veel grotere bijdrage tot het specifiek geleidend vermogen dan alle andere ionsoorten.

Vragen:
- Leg uit waarom in het begin het specifiek geleidend vermogen afneemt?
- Leg uit waarom na het eerste enquivalentiepunt het specifiek geleidend vermogen stijgt?
- Legt uit waarom het specifiek geleidend vermogen na het twede equivalentiepunt niet meer toeneemt?

Ik moet de bovenstaande vragen beantwoorden maar ik kom echt niet uit. Kunnen jullie mij helpen?

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

*_gast_Gerard_*

  • Gast

Geplaatst op 10 april 2011 - 13:21

Geef de opdracht eens precies weer.
Oxaalzuur in de maatkolf en azijnzuur overbrengen?
Wat telt de druppelteller?

Welke reactie loopt in het bekerglas tijdens het meten?

#3

sophie.b

    sophie.b


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 10 april 2011 - 22:40

Excuses!

De opdracht is eigenlijk een titratie van 100 ml oxaalzuur (0,0100 M) met ammonia van onbekende molariteit.

De druppelteller registreert hoeveel duppels ik getitreerd heb. Hierdoor kon de PC de bovenstaande grafiek maken.

Achter de reactievergelijking moet ik ook komen.

#4

gravimetrus

    gravimetrus


  • >100 berichten
  • 232 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 11 april 2011 - 13:22

Bedenk:

Oxaalzuur is een zuur dat reageert met ammonia dat een .... is.
Welke ionen tijdens de titratie aanwezig zijn, verdwijnen en ontstaan.

Zoek dan op: specifieke geleidbaarheid van die ionen.

Dan dan heb je alles in huis om de grafiek te verklaren.

[|:-)]

Veranderd door gravimetrus, 11 april 2011 - 13:22


#5

sophie.b

    sophie.b


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 13 april 2011 - 10:26

Is het geen reactie tussen twee sterke zuren?

En wat zou de reactie kunnen zijn op de tweede equivalentie punt?

Veranderd door sophie.b, 13 april 2011 - 10:26


#6

sophie.b

    sophie.b


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 25 april 2011 - 11:45

Kunnen jullie mij heeelpen?

#7

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 25 april 2011 - 12:20

Zowel oxaalzuur en azijnzuur zijn zuren, hoe zouden die met ammonia, een BASE reageren? En welk zuur zal daar eerder mee reageren? Denk aan wat pKa waarden voorstellen.

#8

sophie.b

    sophie.b


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 25 april 2011 - 19:31

Sorry dat was een fout. Het hoorde ammonia te zijn.

Het gaat om een reactie tussen ammonia en oxaalzuur waarbij bij elke equivalentiepunt oxaalzuur een H+ afstaat. (denk ik?)
Ik snap alleen niet waarom in het begin het specifiek geleiden vermogen afneemt en na het eerste equivalentiepunt het specifiek geleidend vermogen stijgt?

Veranderd door sophie.b, 25 april 2011 - 19:36


#9

sophie.b

    sophie.b


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 april 2011 - 17:48

Weet iemand het?? Sorry voor de herinnering

Veranderd door sophie.b, 26 april 2011 - 17:49


#10

Slimmertje_CF

    Slimmertje_CF


  • >25 berichten
  • 52 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 april 2011 - 15:07

Volgens mij, moet je het als volgt zien:
Voor het equivalentiepunt is de concentratie H3O+ ionen groot, dit is logisch oxaalzuur is nl. een zuur en bevat dus veel van deze ionen.

Vervolgens ga je titreren met een base (in de vorm van ammonia), deze zal de H3O+ ionen neutraal maken. Het gevolg hiervan is dat de concentratie H3O+ afneemt. Tot het equivalentiepunt.

Na het equivalentiepunt is de concentratie OH- ionen groot, dit is logisch ammonia is een base en zorgt dus voor veel deze ionen.

Nu jouw vraag.
"Ik snap alleen niet waarom in het begin het specifiek geleiden vermogen afneemt en na het eerste equivalentiepunt het specifiek geleidend vermogen stijgt?"

Zelf zeg je ook:
"Het specifiek geleidend vermogen hangt af van de soort ionen en concentratie. H3O+ en OH- hebben een veel grotere bijdrage tot het specifiek geleidend vermogen dan alle andere ionsoorten."

Dus...
Bij een hoge concentratie aan H3O+ ionen of OH- ionen, is het specifiek geleidend vermogen ook hoog. Hiermee kun je concluderen dat:
In het begin neemt het specifiek geleiden vermogen af doordat de conc. H3O+ afneemt. Na het equivalentiepunt stijgt het geleidend vermogen doordat de conc. OH- ionen stijgt.

Ten slotte wil ik zeggen dat elke titratie maar een equivalentiepunt bezit! Bij deze titratie houdt dat in dat al het oxaalzuur heeft gereageerd met ammonia, maar is er nog geen extra ammonia toegevoegd. Dus je als oxaalzuur een H+-ion afstaat aan ammonia, dan noemt men dat geen equivalentiepunt. Lees dit maar even: http://nl.wikipedia....quivalentiepunt.

Hopelijk snap je me uitleg.

Veranderd door Slimmertje, 27 april 2011 - 15:12






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures