Springen naar inhoud

[scheikunde] Elektrolyse


  • Log in om te kunnen reageren

#1

StanK

    StanK


  • >25 berichten
  • 26 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 10 mei 2011 - 10:42

Hallo,

Wij moeten een verslag maken over elektrolyse.
Over 2 vragen zijn we niet helemaal zeker.

1. Verklaar waarom in de meeste gevalen de geleidbaarheid van elektrolytoplossingen afneemt met dalende temperatuur.

In elektrolytoplossingen hebben ionen een gemiddelde kinetische energie die evenredig is met de absolute temperatuur. Wanneer de temperatuur van een oplossing afneemt, neemt de gemiddelde kinetische energie van de ionen ook af, hierdoor bewegen de ionen langzamer, en hierdoor neemt de geleidbaarheid van de elektrolytoplossing ook af.

Hierna hebben we een vraag die over een elektrolyse van AgNO3 gaat.

2. Leg uit hoe de concentratieverschillen tussen linker- en recherhelft zijn ontstaan. Betrek de zilver- en de nitraationen in je betoog.

Hier hebben we helemaal geen idee over. Graag zouden wij een tip krijgen waarmee we verder kunnen.

Kloppen deze antwoorden een beetje?

Alvast bedankt!

Groetjes,

StanK

Veranderd door StanK, 10 mei 2011 - 10:43


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 10 mei 2011 - 21:25

1. Klinkt niet slecht.
2. Je vertelt helemaal niets over de proef. Welke concentraties zijn gemeten?

#3

StanK

    StanK


  • >25 berichten
  • 26 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 11 mei 2011 - 11:47

In het begin is het een oplossing met daarin 3,00 mmol AgNO3.
Het aan beide kanten 1,50 mmol AgNO3
Op het einde van de elektrolyse bevat de linkerhelft 1,60 mmol AgNO3.
Dit zijn de enige dingen die bekend zijn.

Dit hebben we ervan gemaakt:

Concentratieverschillen tussen linker- en rechterhelft ontstaan als volgt: Doordat er stroom op de elektroden worden gezet is er een groot lading verschil tussen de kathode en de anode. De kathode is negatief geladen en de anode is positief geladen. De negatief geladen kathode heeft een overschot aan elektronen, deze worden afgegeven en reageren met de sterkste oxidator. In dit geval de Ag+ ionen. De anode is positief geladen, deze heeft een tekort aan elektronen. Deze krijgt elektronen doordat de deeltjes die hebben gereageerd weer met de sterkste reductor reageren. In dit geval de Ag(s). Hierdoor ontstaan weer elektroden. Doordat er aan de kathode de vaste stof Ag(s) ontstaan omdat de Ag+ met een elektron reageert, wordt deze steeds zwaarder. Hierdoor ontstaan concentratieverschillen. De elektronen lopen naar de kathode. En reageren daar tot een vaste stof.

Hoe klinkt dit?

Veranderd door StanK, 11 mei 2011 - 13:51


#4

Marjanne

    Marjanne


  • >1k berichten
  • 4771 berichten
  • VIP

Geplaatst op 12 mei 2011 - 16:06

Schopje

#5

StanK

    StanK


  • >25 berichten
  • 26 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 12 mei 2011 - 17:15

Sorry dan ik wou een gedeelte van dit topic verwijderen.
Omdat de eerste vraag nu beantwoord is.
Dan heb ik iets verkeerd gedaan.
Maar ik wacht nog vol smacht op antwoord op vraag 2.
# Moderatoropmerking
Marjanne: Laat die eerste vraag maar lekker staan voor leden die naar een soortgelijk antwoord zoeken...

Veranderd door Marjanne, 13 mei 2011 - 08:36


#6

Marjanne

    Marjanne


  • >1k berichten
  • 4771 berichten
  • VIP

Geplaatst op 13 mei 2011 - 08:44

Uit je verhaal bij de tweede vraag begrijp ik dat je wel begrijpt wat er gebeurt, maar het komt wat rottig uit je pen (toetsenbord).

De anode is positief geladen, deze heeft een tekort aan elektronen. Deze krijgt elektronen doordat de deeltjes die hebben gereageerd weer met de sterkste reductor reageren. In dit geval de Ag(s).


Over welke deeltjes hebben we het hier? Uit je verhaal destilleer ik dat je de Ag+-ionen bedoelt die aan de kathode een electron hebben opgenomen.
Maar die verhuizen natuurlijk niet ineens naar de anode.

En dit:

De elektronen lopen naar de kathode. En reageren daar tot een vaste stof.


Electronen reageren niet tot een vaste stof. Een reactie is altijd mŤt iets.


Tot slot: ik vind de uitdrukking ¬īelektronen reageren¬ī een beetje vreemd. Maar goed, ik ben ouderwets onderwezen, denk ik. Voor mij is het dat elektronen worden opgenomen door een atoom of worden afgestaan.

Veranderd door Marjanne, 13 mei 2011 - 08:46


#7

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 13 mei 2011 - 21:23

Heb je het over een cel die uit twee gescheiden gedeeltes bestaat met een zoutbrug?

Ik ben ook even in de war doordat je over "mmol" praat en "concentraties" zoekt. Een concentratie wordt natuurlijk gegeven in mol/liter, niet in mmol.

Verder klinkt je relaas dus redelijk, maar zou ik het eens als twee reactievergelijkingen schrijven. Dan zie je vanzelf weer hoe je verder moet.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures