Springen naar inhoud

vraag i.v.m. afschermingseffect NMR


  • Log in om te kunnen reageren

#1

zheddie

    zheddie


  • >100 berichten
  • 150 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 22 oktober 2011 - 08:54

Hallo,

Bij een NMR legt men een extern magnetisch veld aan, dat ter hoogte van het proton bijna altijd zwakker zal uitvallen door het shielding effect van de elektronen daar. Dus hoe ik het zie is: hoe minder elektronen, hoe minder shielding hoe groter het plaatselijk magneetveld kan zijn?

En van de uitdrukkingen voor die afscherming is D (delta)= de absolute waarde van:(Magneetveld referentie - magneetveld rond proton)/ Magneetveld referentie . Dat kan dan via andere formules omgevormd worden tot de resonanties van referentie en proton.

Wat ik nu niet snap is:
Als men naar een H kijkt, gebonden op een elektronegatiever element zoals O, dan zal er minder shielding zijn omdat de elektronen worden weggetrokken door O. Dat zou aanleiding moeten geven tot een chemische shift naar een grotere D.
Maar als ik redeneer volgens wat ik beschreef in de eerste alinea: er is minder shielding, dus een groter plaatselijk magneetveld in het proton, dus een kleinere D (delta) volgens die formule voor D?

D moet zowieso groter worden indien H gebonden is op O, maar ik zie het na lang denken nog steeds niet in.

Bedankt voor je hulp alvast!

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Typhoner

    Typhoner


  • >1k berichten
  • 2446 berichten
  • VIP

Geplaatst op 22 oktober 2011 - 12:20

de formule is

D = (frequentie van kern X - frequentie referentie)/frequentie spectrometer

frequenties zijn allen evenredig met B0 (aangelegd veld), en door dse stoffen ook met hun omgevingsveld. Het is nu zo dat de referentieverbinding (TMS) het meest is afgeschermd, en het kleinste lokale veld heeft. Hoe groter het effectieve veld, hoe groter de shift van X.

Dus om het kort te zeggen: het magneetveld rond de referentie is altijd het kleinst, dus zal een groter magneetveld zorgen voor een grotere shift.

Veranderd door Typhoner, 22 oktober 2011 - 12:22

This is weird as hell. I approve.

#3

Nicola

    Nicola


  • >25 berichten
  • 27 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 22 oktober 2011 - 12:26

Als men naar een H kijkt, gebonden op een elektronegatiever element zoals O, dan zal er minder shielding zijn omdat de elektronen worden weggetrokken door O. Dat zou aanleiding moeten geven tot een chemische shift naar een grotere D.


Dat is juist: minder elektronen op de H het proton resoneert bij een lager veld.

Maar als ik redeneer volgens wat ik beschreef in de eerste alinea: er is minder shielding, dus een groter plaatselijk magneetveld in het proton, dus een kleinere D (delta) volgens die formule voor D?


Minder shielding dus is er een LAGER veld nodig om tot resonantie te komen en dus een GROTERE δ (daarom staat het nulpunt van de δ schaal ook aan de rechter kant)
Een 'kaal' proton resoneert bij een laag veld: δ=30 ppm.

Hoop dat dit helpt.

Veranderd door Nicola, 22 oktober 2011 - 12:27


#4

zheddie

    zheddie


  • >100 berichten
  • 150 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 22 oktober 2011 - 12:54

Ahzo... Ik denk dat ik het doorheb nu.
Dus het magneetveld nodig voor resonantie van TMS houdt in feite al rekening met maximale shielding (elektron die het aangelegde magneetveld tegenwerkt), en als er dan een situatie is met minder shielding, heb je minder tegenwerking van het elektron, dus zal er geresoneerd worden bij een lager magneetveld. Daaruit volgt dan die verhoogde D.

Bedankt voor je tijd!





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures