Springen naar inhoud

Titratie van een sterk zuur met een sterke base.


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Farmarchist

    Farmarchist


  • >25 berichten
  • 29 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 november 2011 - 18:10

Hallo chemici,

Dit is mijn allereerste post hier op dit forum. Ik zit in het 6e jaar wetenschappen-wiskunde en de examens komen er bijna aan voor mij.

Ik heb nog wat moeite met ons laatste geziene thema, namelijk titraties. (Dit komt ook vooral doordat we een slechte leerkracht hebben). Ik ga hier een voorbeeldoefening plaatsen en ik hoop dat iemand deze kan uitwerken zodat ik het snap :).

De gegevens zijn dat we een sterk zuur (HCl) titreren met een sterke base (NaOH) dus het zuur zit in de erlenmeyer en de base in de buret. De base is een oplossing met c=0.1mol/l.
Bij titratie moeten we 13ml NAOH oplossing toevoegen aan de HCL oplossing om de PH sprong te verkrijgen.

Gevraagd is nu wat de molaire concentratie van de HCl oplossing is.

Hopelijk kan iemand me hierbij helpen!

Alvast bedankt

Milan

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Marjanne

    Marjanne


  • >1k berichten
  • 4771 berichten
  • VIP

Geplaatst op 26 november 2011 - 19:29

Ben je bekend met het begrip mol?
Want dat is toch wel een vereiste hier...

Wat is de reactievergelijking die optreedt bij het toevoegen van loog aan zoutzuur?

Hoeveel mol NaOH zit er in 13 ml met de gegeven concentratie?

Met hoeveel mol HCl komt dat overeen?

#3

Farmarchist

    Farmarchist


  • >25 berichten
  • 29 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 november 2011 - 20:20

- Tuurlijk ben ik bekend met het begrip mol.

- Reactievergelijking: HCl + NaOH -> NaCl + H2O denk ik.

- mol NaOH: n=c.V dus n=0.1mol/l . 0.013ml = 0.0013 mol

- Met hoeveel mol HCl dat overeenkomt weet ik niet precies. Ik denk dat er bij het equivalentiepunt even veel HCl en NaOH in de oplossing zit dus dat betekent dat er ook 0.0013 mol HCl in zit. Klopt dit?

#4

Farmarchist

    Farmarchist


  • >25 berichten
  • 29 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 november 2011 - 21:48

Iemand die de oefening kan oplossen aub? :)

#5

*_gast_Gerard_*

  • Gast

Geplaatst op 26 november 2011 - 22:47

Het equivalentiepunt is het punt waarbij de reagerende stoffen totaal zijn verbruikt en er geen overmaat van een van de reagentia aanwezig is.
De hoeveelheid verbruikte OH- is exact gelijk aan de hoeveelheid H+.
Het antwoord is Ja.
Om de concentratie van de HCl te berekenen moet je weten hoeveel ml oplossing je hebt getitreerd.

#6

patrickvda

    patrickvda


  • >100 berichten
  • 229 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 november 2011 - 07:40

uit je reactievergelijking zie je dat 1 mol base reageert met 1 mol zuur.

als je nu weet dat je 0.0013 mol aan NaOH verbruikt hebt, dan weet je direct met hoeveel mol zuur dit moet gereageerd hebben.

Wat ik wel nergens in de vraag zie staan: hoeveel ml zuur wordt er gebruikt in de erlenmeyer? Want dit gegeven heb je wel nodig om te weten hoeveel de uiteindelijke concentratie is van het zuur .

Ook 'Gerard' maakt hier deze opmerking.

dus : nog één gegeven en je kunt uitrekenen wat het aantal mol/l aan zuur is dat je gebruikt hebt.

#7

Farmarchist

    Farmarchist


  • >25 berichten
  • 29 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 november 2011 - 10:14

Ha oke bedankt jongens, dat gegeven was ik vergeten.

Het aantal ml HCl in de erlenmeyer bedraagt 20ml. Als je nu even de berekening schrijft snap ik het hopelijk voor altijd :D

#8

Marjanne

    Marjanne


  • >1k berichten
  • 4771 berichten
  • VIP

Geplaatst op 27 november 2011 - 11:05

Ja maar zo makkelijk gaat dat hier niet...

Je leert het misschien maar het gaat ook om begrijpen.


Eerst even een foutje rechtzetten:

- mol NaOH: n=c.V dus n=0.1mol/l . 0.013ml = 0.0013 mol


Het is niet 0,013 ml, maar 0,013 l. Kleinigheid (je uitkomst is goed in mol), maar we moeten wel secuur blijven.

Die 0,0013 mol HCl zit in 20 ml. Het enige wat je nog moet doen is omrekenen hoeveel mol HCl er in een liter zoutzuur zit.

#9

Farmarchist

    Farmarchist


  • >25 berichten
  • 29 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 november 2011 - 11:30

Ja maar zo makkelijk gaat dat hier niet...

Je leert het misschien maar het gaat ook om begrijpen.


Eerst even een foutje rechtzetten:

- mol NaOH: n=c.V dus n=0.1mol/l . 0.013ml = 0.0013 mol


Het is niet 0,013 ml, maar 0,013 l. Kleinigheid (je uitkomst is goed in mol), maar we moeten wel secuur blijven.

Die 0,0013 mol HCl zit in 20 ml. Het enige wat je nog moet doen is omrekenen hoeveel mol HCl er in een liter zoutzuur zit.

Bedankt Marjanne ;).

Je dat was even een typfoutje :)

We weten dus dat als we 13mol NaOH toevoegen in onze 20ml HCl het EP plaatsvind. En bij het EP weten we dat n(NaOH) = n(HCl)

Dus in 20ml HCl-oplossing moet 13mol HCl zitten. Dus 13mol/0.020l , of beter 0.26mol/l. Maar we moeten g/l uitkomen. Dus we moeten weten hoeveel gram 0.26mol HCl bedraagt

Dit zou ik zo doen:

n = m/M en dus m = n.M m=0.26mol . 36.46 g/mol = 9.4796 gram

Dus de molaire concentratie is: 9.4796 gram/ 0.020l. Dit is 50g/l


50g/l zou dus het antwoord zijn volgens mij. Heb ik ergens een fout gemaakt aub?

#10

Farmarchist

    Farmarchist


  • >25 berichten
  • 29 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 november 2011 - 13:36

Heb een foutje gemaakt in mijn vorige post zie ik nu.

- mol NaOH: n=c.V dus n=0.1mol/l . 0.013l = 0.0013 mol

Zoveel mol HCl zit er dus ook in onze erlenmeyer bij het EP.

We moeten onze molaire concentratie berekenen wat mol/l is.

We weten dat er 0.0013 mol in 0.020l oplossing zit dus de molaire concentratie is dan 0.0013/0.020=0.65mol/l

Dit zou volgens mij het juiste antwoord zijn.

Wat denken jullie ervan?

#11

Marjanne

    Marjanne


  • >1k berichten
  • 4771 berichten
  • VIP

Geplaatst op 27 november 2011 - 17:36

Je antwoord is niet juist....

Secuur werken....

Factortje 10 fout. En dan vermenigvuldigen met 36,46 levert g HCl/l.

#12

Farmarchist

    Farmarchist


  • >25 berichten
  • 29 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 november 2011 - 17:57

Ha ik zie het al: 0.065 mol/l is het juiste antwoord toch?

#13

Marjanne

    Marjanne


  • >1k berichten
  • 4771 berichten
  • VIP

Geplaatst op 27 november 2011 - 19:21

Yep ;)

#14

Farmarchist

    Farmarchist


  • >25 berichten
  • 29 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 november 2011 - 19:25

Yep ;)

Woehoe door er zo over na te denken begin ik het echt goed te begrijpen :).

Ik ga zometeen hier nog 1 oefening maken voor mezelf en hopelijk krijg ik dan nog eens een goede feedback :)

#15

Farmarchist

    Farmarchist


  • >25 berichten
  • 29 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 november 2011 - 20:13

Hier dus nog een laatste oefening als test voor mezelf.

Deze keer: Titratie van een sterke base (NaOH) met een sterk zuur (oxaalzuur(dihydraat)).

OPGAVE: Oxaalzuur heeft als molecuulformule H2C2O4. In dit practicum maken we gebruik van het dihydraat (COOH)2.2H2O (Snap ik niet :D)
Bereid hievoor 100ml oxaalzuuropl met c=0.5mol/l.

We bereiden dus eerst onze base en plaatsen deze in de erlenmeyer.

Na titratie van 13ml is het omslagpunt er.
Bij dit EP geldt echter dat 2n(NaOH)=n(H2C2O4) omdat oxaalzuur tweewaardig is.

Het aantal mol oxaalzuur berekenen:
n = c.V = 0.05mol/l . 0.013l = 0.00065mol.

Bij EP geldt:
n(H3O+) = 2n (H2C2O4) = n(OH-) = n(NaOH)

Aantal mol NaOH is dus 2. 0.00065mol = 0.0013mol

Dan is de concentratie: c= 0.0013mol/0.020l = 0.065mol/l

Net dezelfde uitkomst als de oefening hiervoor dus. Is dit mogelijk? :)





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures