Springen naar inhoud

vetzuur en alcohol analyse


  • Log in om te kunnen reageren

#1

stino123

    stino123


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 03 december 2011 - 12:15

We hebben als taak 2 spectra gekregen een van vetzuuranalyse en een van alcoholanalyse waar enkel het chromatogram dus van gegeven is en de retentietijden.

Bij de vetzuuranalyse komen de polaire componenten het eerst van de kolom waaruit ik dus mag afleiden dat de kolom hoogstwaarschijnlijk apolair is ? de retentie tijd van het eerste vetzuur is wel nog 8 min dus het zal niet echt heel apolair zijn ?

We moeten hier ook uit afleiden of het om GLC(verdelings) of GSC (adsorptie) gaat. Dit kunnen we toch nie enkel besluiten door te weten of de kolom polair of apolair is ?

Dan wordt er ons ook nog gevraagd om het aantal evenwichten per piek te berekenen bij de analyse van alcoholen. Hier snap ik al helemaal niet hoe we eraan moeten beginnen.

Ten slotte, hoe hoger het kookpunt van een stof hoe trager die van een GC kolom komt hoe is dit te verklaren ? :s

HELP! :)

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

pimmodenhollander1

    pimmodenhollander1


  • >100 berichten
  • 244 berichten
  • Validating

Geplaatst op 05 december 2011 - 17:13

Als polaire stoffen als eerst (en snel) van de kolom komen, hebben die de minste retentie ondervonden. Dan is de kolom in ieder geval niet polair en dus apolair.

Of een stof die na 8 minuten van een kolom komt niet heel apolair is: ik weet niet of je dat zo kan zeggen. Ik heb op school wel eens met GC gewerkt en het komt niet alleen maar aan op polariteit. Ook kookpunt is een zeer belangrijk deel (volgens mij even belangrijk als polariteit) van GC.

Als het goed is, weet je wel wat voor kolom je hebt gebruikt. Dan kun je wel afleiden of dat GLC of GSC is. Dat kun je opzoeken.

Een stof met een hoger kookpunt komt trager van de kolom dan een stof met lager kookpunt. Ik denk dat een stof bij GC niet per definitie meteen in de gasfase is. Het belangrijkste (lijkt mij) is dat je oplosmiddel wel direct in de gasfase is en ook als eerste van de kolom komt. Andere stoffen met een hoger kookpunt gaan meer als een soort damp (het is dan nog geen gas, aangezien de kolomtemperatuur zich onder het kookpunt bevindt) over de kolom, waardoor het denk ik meer interactie met de kolom heeft dan wanneer het echt een gas is. Een gas heeft minder interactie met de kolom, dus zal er sneller afkomen. Daarom ook de temperatuursprogrammering bij GC.

#3

Aertsvijand

    Aertsvijand


  • >100 berichten
  • 134 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 19 december 2011 - 23:07

Juist andersom eigenlijk. Je injectortemperatuur staat altijd hoger dan alle kookpunten (analiet, standaarden, eluens). De kolom daarentegen is op een temperatuurs hoger dan het kookpunt van je eluens, maar lager dan het laagste kookpunt van je analieten/standaarden. Hierdoor condenseren die allemaal op een hoopje aan het begin van je kolom. Daarna kan je met temperatuursprogrammatie ťťn voor een al die lieven analietjes verleiden naar de gasfase, waardoor die huppeldepuppel door het kolommetje lopen en, al-dan-niet hard, knuffel-knuffel doen met de stationaire fase.
"Success has been, and continues to be, defined as getting up one more time than you've been knocked down."
- Gary Raser, LIMU





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures