Springen naar inhoud

Chemisch rekenen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Bakkerbolletje

    Bakkerbolletje


  • >25 berichten
  • 42 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 04 januari 2012 - 16:20

Beste mede leden,

Ik loop vandaag tegen een vraag aan waar van ik geen idee heb hoe ik die moet aan pakken.(zie plaatje)

De uitleg die er boven staat is alles waar ik het mee moet doen.
En die is logisch.

Echter in de vraag zou je dan toch denken dat je geen NaOH moet toevoegen maar alleen Na
Ook zie je die CL van de CaCL nergens meer terug waar is die naar toe?

Ik zou om de OH- te laten weg reageren het volgende doen.

1 mol Ca = 40 gram
er zit 6gram in dus 6/40=0.15 mol

De verhouding Ca OH is 1:2 dus heb ik 0.15x2=0.3mol OH-
Dus heb ik ook 0.3mol Na nodig
1mol Na = 23 g x 0.3mol=6.9 gram

Zie ik het totaal verkeerd?

Geplaatste afbeelding

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

pimmodenhollander1

    pimmodenhollander1


  • >100 berichten
  • 244 berichten
  • Validating

Geplaatst op 04 januari 2012 - 16:37

Echter in de vraag zou je dan toch denken dat je geen NaOH moet toevoegen maar alleen Na
Ook zie je die CL van de CaCL nergens meer terug waar is die naar toe?

Ik zou om de OH- te laten weg reageren het volgende doen.

1 mol Ca = 40 gram
er zit 6gram in dus 6/40=0.15 mol

De verhouding Ca OH is 1:2 dus heb ik 0.15x2=0.3mol OH-
Dus heb ik ook 0.3mol Na nodig
1mol Na = 23 g x 0.3mol=6.9 gram


Fundamenteel verkeerd. Als je van 6 gram CaCl2 wil weten hoeveel mol dat is, moet je dit door de molmassa van CaCl2 delen. Molmassa is 110,99 ofwel 111 gram per mol. Dan heb je hoeveel mol CaCl2?

Vervolgens moet je gaan bepalen hoeveel mol calciumionen in 1 mol calciumchloride aanwezig zijn. Dan zie je dat dat 1 mol is. Dus bovenstaande: aantal mol CaCl2 is gelijk aan aantal mol calciumionen aanwezig.

Vervolgens kijk je naar de reactievergelijking met de natronloog en zie je de reactieverhouding tussen de calcium en de OH- staan. Die is 1 op 2. Dan weet je hoeveel mol OH- je nodig hebt. Hoeveelheid mollen OH- is gelijk aan hoeveelheid mollen NaOH (waarom?). Nu alleen nog aan de hand van de molmassa van NaOH berekenen hoeveel gram NaOH je nodig hebt.

#3

Momentje

    Momentje


  • >25 berichten
  • 46 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 04 januari 2012 - 17:15

Volgens mij zie je ook nog iets anders verkeerd, en dat is het feit dat je niet "alleen" geladen ionen kunt hebben. Ik zal dit proberen voor je uit te leggen:
Wanneer je bijvoorbeeld OH- moet toevoegen aan een oplossing, doe je dat altijd met een neutrale stof (een stof zonder plusje of minnetje daarachter), dus bijvoorbeeld NaOH, of KOH.
Het is niet mogelijk om een fles met "Na+ ionen" of "OH- ionen" te pakken, deze positieve ionen zijn altijd gebonden aan negatieve ionen zodat ze neutraal worden.
In water is het anders: als je bijvoorbeeld NaOH in water doet, valt de stof uiteen in zijn ionen, te weten Na+ en OH- (het "lost op").

#4

Bakkerbolletje

    Bakkerbolletje


  • >25 berichten
  • 42 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 04 januari 2012 - 18:10

Maar waarom zie ik in de vergelijking die ze geven de CL element niet meer?
en waar is de Na naar toe?
Bedoel alles wat je er in steek moet terug komen, er kan niks verdwijnen toch.

Ik kan gewoon niks met de reactie vergelijking.
Wat ik tot dus ver begrijp van het hele moleculen gebeuren is dat alles gelijk moet zijn aan beide kanten van de reactie.

Maar om jullie reacties aan te vullen

Dan heb je hoeveel mol CaCl2?

54 mmol

Vervolgens moet je gaan bepalen hoeveel mol calciumionen in 1 mol calciumchloride aanwezig zijn. Dan zie je dat dat 1 mol is

Dus 1 mol Ca en 2 mol CL toch? (probeer te volgen :) 1 week geleden wist ik nog niks van scheidkunde :oops: )

Dan weet je hoeveel mol OH- je nodig hebt. Hoeveelheid mollen OH- is gelijk aan hoeveelheid mollen NaOH (waarom?)

Je hebt 2 mol NaOH nodig omdat de verhouding 1 mol Na is en 1 Mol OH

De massa van 1mol NaOH = 40g x 2 mol = 80g nodig?


@ Momentje,
Dat ionen alleen gevormd worden door met een ander element ion de edelgasconfiguratie aan te nemen is me bekend.

Veranderd door Bakkerbolletje, 04 januari 2012 - 18:11


#5

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 04 januari 2012 - 18:21

Omdat zowel het weggelaten natrium- als de chloride ionen niets doen in de desbetreffende reacties. Dus waarom inkt eraan verklooien? ;) Google maar eens op tribune-ionen. En die 80 gram NaOH is natuurlijk om 1 mol Ca2+ neer te slaan, jij hebt echter niet zoveel. Je laat wel goed zien dat je reactievergelijkingen begrijpt.

Veranderd door Fuzzwood, 04 januari 2012 - 18:41


#6

Momentje

    Momentje


  • >25 berichten
  • 46 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 04 januari 2012 - 18:41

Terugkomend op je rekensom:
De 54 mmol is correct berekend, maar daarna ga je met de molverhouding toch nog de mist in.
Het klopt dat de molverhouding in CaCL2 1:2 is, maar je hebt niet 1 mol CaCl2....
Probeer eens te berekenen hoeveel Ca2+ je werkelijk in je reactie hebt zitten, en probeer dan via de molverhouding het werkelijk aantal OH- ionen uit te rekenen.

#7

Bakkerbolletje

    Bakkerbolletje


  • >25 berichten
  • 42 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 januari 2012 - 11:15

Na te Googlen op wat nu een neerslag reactie is,kan ik er een beeld bij vormen.

Tot dusver was hier nog nooit over gesproken in de lesstof, dus vandaar dat ik er geen touw aan vast kon knopen.

Maar ik heb hem nu door.

Je rekend dus eerst uit hoeveel mol er in de oplossing zit aan CaCL2 wat dus 54mmol is.

Dan ga je aan de slag met de reactie vergelijking.

Waar de verhouding Ca en OH- uit rolt.
Te weten 1:2
Dus je hebt 108mmol NaOH nodig om de CaCL neer te laten slaan als vaste stof in de oplossing.

108mmol x 40mmol = 4.3gram.

Zie ik hem zo goed?

#8

Orgsyn

    Orgsyn


  • >25 berichten
  • 76 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 05 januari 2012 - 11:54

Dit is de correcte aanpak! Netjes gedaan!!

108mmol x 40mmol = 4.3gram.


Let wel op je eenheden, het antwoord is goed. Alleen de 40mmol heb je neem ik aan van NaOH. Wat zijn de correcte eenheden hiervan?

#9

Bakkerbolletje

    Bakkerbolletje


  • >25 berichten
  • 42 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 januari 2012 - 11:55

Na = 23
O = 16
H = 1
-----
40

#10

Orgsyn

    Orgsyn


  • >25 berichten
  • 76 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 05 januari 2012 - 12:07

Klopt :) Het getal is goed, het ging me om de eenheid mmol (dikgedrukt).

#11

Bakkerbolletje

    Bakkerbolletje


  • >25 berichten
  • 42 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 januari 2012 - 13:27

Ah oke ik snap hem.
Ik had 40mg/mol moeten neer zetten correct?

Om even zeker te zijn dat ik hem nu snap heb ik nog 2 opgaves waar ik geen goed antwoord van heb.

Opgave:
Je wilt Zilver-ionen uit een afvalwaterstroom laten neerslaan met Soda (Na2CO3).
De hoeveelheid afvalwater bedraagt 5.000m3 en de molariteit van de zilvernitraat oplossing (Ag2CO3) bedraagt 0.00100 mol/l.
Hoeveel soda heb je nodig om al het zilver als zilvercarbonaat te laten neerslaan?
Neerslag reactie = 2 Ag+3 (L) + CO3-2 (L) -> Ag2CO3 (S)

Mol per liter is gegeven dus 5000x0.00100 = 5 mol
Verhouding is 2:1 word 1:0.5

Gewicht van de Soda = 106g/mol 2=x 2,5 = 265gram nodig.

Opgave:
Je hebt 2 bekerglazen met een zoutoplossing.
In het ene glas zit 5,2 gram kaliumjodide en in het andere glas zit 50 gram kwik(I)nitraat.
Hoeveel kwik(I)jodide ontstaat er als je de oplossingen met elkaar mengt?
Je mag er van uit gaan dat alle kwik(I)i=jodide neerslaat.

Reactie vergelijking = Hg+ (L) + I-(L) -> HgI (S)

hier hebben ze dus niet de moleculen formule gegeven dus heb ik die ge googled.
Kaliumjodide = KI = 166g/mol
Kwik(I)nitraat = Hg(NO3)2 = 324.5g/mol <- dit ben ik niet 100% zeker opbouw is 1 Hg 2 N 6 O

De verhouding is 1:1
Kalium is dus de beperkende reactant.
5,2g/166g/mol=0.031 mol

Dus zal er maar 0.031mol kwiknitraat nodig zijn.
0.031 mol x 324,5 g = 10g

Totale gewicht zal dan zijn 10g + 5,2 = 15 gram.

#12

Machiavelic

    Machiavelic


  • >25 berichten
  • 94 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 januari 2012 - 13:49

Ah oke ik snap hem.
Ik had 40mg/mol moeten neer zetten correct?

mg/mmol of g/mol

#13

Machiavelic

    Machiavelic


  • >25 berichten
  • 94 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 januari 2012 - 13:53

Totale gewicht zal dan zijn 10g + 5,2 = 15 gram.

Waarom doe je die 5,2 gram na afloop erbij? Is die er nog zodra er kwik(I)nitraat is gevormd?

#14

Orgsyn

    Orgsyn


  • >25 berichten
  • 76 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 05 januari 2012 - 14:22

Mol per liter is gegeven dus 5000x0.00100= 5 mol


Je zit er heel dichtbij ;) Kijk nog eens goed naar het volume afvalwater dat je hebt en deze berekening. De rest van de aanpak is volgens mij foutloos bij deze opgave.

Kwik(I)nitraat = Hg(NO3)2


Wat is de lading van het nitraation apart? Als je dit nitraation dan twee keer in het bovenstaande neutrale molecuul hebt, wat zegt dit dan over de lading van kwikion?

Veranderd door Orgsyn, 05 januari 2012 - 15:18


#15

Bakkerbolletje

    Bakkerbolletje


  • >25 berichten
  • 42 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 januari 2012 - 14:23

Er ontstaat toch uit 10g kwiknitraat en 5,2g kalium jodide 15.2g kwikjodide?

Hm maar als ik dan de reactievergelijking ga wegen.
Dan ontstaat er dus 0.031mol Kwikjodide.
En dat weegt dus 0.031 mol x 327,5 = 10gram.

Zo kan ik hem dan beter benaderen, aangezien de mol verhouding in de reactie 1:1:1 was.
Had ik dat dus beter gedaan.

Vraag die dan nu wel rest is hoe komt dit dan dat ik uit 5,2g kalium en 10 gram kwik maar 10 gram eindproduct kreeg?
Zit hem dat in de tribune ionen?





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures