Springen naar inhoud

Galvanische cel


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Momentje

    Momentje


  • >25 berichten
  • 46 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 24 januari 2012 - 16:59

Beschouw de bijgaande galvanische elementen.
Welke van deze heeft de grootste potentiaal en welke de kleinste.
a) Cu(s) / CuSO4(1M) // Fe2(SO4)3 (0,5M), FeSO4 (1M) / Pt(s)
b) Cu(s) / CuSO4 (1M) // Fe2(SO4)3 (0,5M), FeSO4 (5M) / Pt(s)
c) Cu(s) / CuSO4 (0,1M) // Fe2(SO4)3 (0,05M), FeSO4 (0,1M) / Pt(s)

Om dit vraagstuk op te lossen heb ik de volgende formule gebruikt:
E = E0 - 0,059/n logQ

De reacties die er hier spelen zijn naar mijn idee:
Reductiereactie: Fe3+ --> Fe2+ (0,77V)
Oxidatiereactie: Cu --> Cu2+ (0,34V maar dit moet omgekeerd worden naar -0,34V).

Ik kom dan op de volgende antwoorden:
a) Reductiereactie moet omgerekend worden (niet alles is 1 molair, dus geen standaardvoorwaarden) --> Reductiepotentiaal = 0,75V --> ΔE = =-0,34 + 0,75 = 0,41V
(Met Q = 1 / 0,5)
b) Reductiereactie moet omgerekend worden (niet alles is 1 molair, dus geen standaardvoorwaarden) --> Reductiepotentiaal = 0,71V --> ΔE = =-0,34 + 0,71 = 0,37V
(met Q = 5 / 0,5)
c) Beide reacties omrekenen
Oxidatiepotentiaal: -0,31V
(Met Q = 0,1)
Reductiepotentiaal: 0,75V
(Met Q = 0,1 / 0,05)
ΔE = -0,31 + 0,75 = 0,44V

Antwoord --> Grootste is C, kleinste is B.

Dit antwoord is juist, maar volgens de uitwerkingen kloppen mijn potentialen niet omdat ik een fout maak bij de bepaling van Q.
Ik snap niet wat ik hier fout doe.
Volgens de antwoorden hoef ik bij A niets te herberekenen, en gelden de standaardvoorwaarden.
Bij B wordt in de antwoorden een Q gebruikt van 5 / 1.
Bij C wordt in de antwoorden een Q gebruikt van 0,1 bij de oxidatiepotentiaal (heb ik wel goed) en een Q van 0,1/0,1 bij de reductiepotentiaal (heb ik fout).
Ik snap niet hoe ze aan deze Q's komen, wie kan mij dit vertellen?

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Marjanne

    Marjanne


  • >1k berichten
  • 4771 berichten
  • VIP

Geplaatst op 24 januari 2012 - 18:08

Als je een 0,5 M Fe2(SO4)3-oplossing hebt, wat is dan de concentratie aan Fe3+-ionen in de oplossing?

Zelfde bij 0,05 M...

#3

Momentje

    Momentje


  • >25 berichten
  • 46 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 24 januari 2012 - 18:49

Fe2(SO4)3 --> 2Fe3+ + 3SO42-.
Je moet dus de concentratie Fe2(SO4)3 vermenigvuldigen met 2.
Ok, niet slim dat ik dŠt over het hoofd gezien heb.. :oops:
Bedankt! :D

#4

Momentje

    Momentje


  • >25 berichten
  • 46 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 25 januari 2012 - 13:35

Om nog even terug te komen op deze vraag:

Stel ik laat de volgende reductiereactie opgaan:
Zn(NH3)42+ + 2e --> Zn + 4NH3 (-1,03V).
Zeg dat gegeven is dat de concentratie Zn(NH3)42+ 0,5 M is.
Wil dat dan zeggen dat de concentratie NH3 2M is?
En wil dat dan ook zeggen dat, wanneer ik de Q op stel, het volgende eruit komt:
[NH3]4 / [Zn(NH3)42+] = 24 / 0,5 = 32?

#5

Marjanne

    Marjanne


  • >1k berichten
  • 4771 berichten
  • VIP

Geplaatst op 25 januari 2012 - 17:51

Ja.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures