Springen naar inhoud

Trillingen



  • Log in om te kunnen reageren

#1

peter_meesters

    peter_meesters


  • >25 berichten
  • 73 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 29 juni 2012 - 19:37

Beste
Ik ben nu bezig met een oefening over een trilling waar ik a, b en c moet afleiden uit een functie

Ik heb volgende functie gekregen F(x) = c.sin (ax+b)
A.d.h.v de gegeven functie kan ik c (amplitude) en a bepalen, maar met b zit ik vast

Weet er iemand hoe je a.d.h.v een functie de waarde b kunt bepalen.

Alvast bedankt

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

tempelier

    tempelier


  • >1k berichten
  • 1765 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 29 juni 2012 - 19:51

Bedenk:
LaTeX als LaTeX
In de wiskunde zijn er geen Koninklijke wegen Majesteit.

#3

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 29 juni 2012 - 20:23

En dat dat bij elk veelvoud van π ook het geval zal zijn.

#4

peter_meesters

    peter_meesters


  • >25 berichten
  • 73 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 29 juni 2012 - 22:07

Sorry maar ik kan echt niet volgen.
Met behulp van de afbeelding in bijlage kan ik afleiden dat de amplitude 1,5 is en a=2
Maar de waarde van b kan ik echt niet afleiden, ondanks jullie suggesties

Bijgevoegde miniaturen

  • Naamloos.jpg

Veranderd door peter_meesters, 29 juni 2012 - 22:07


#5

fertjuh

    fertjuh


  • >25 berichten
  • 28 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 29 juni 2012 - 22:44

Probeer eerst uit te vinden wat b precies doet voor de trilling.
Plot bijvoorbeeld eens sin(x), sin(x+pi/2) en sin(x+pi) .
Je krijgt dan een beeld wat b precies voorstelt ;)

#6

Jaimy11

    Jaimy11


  • >250 berichten
  • 614 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 29 juni 2012 - 23:37

Je kent de formule LaTeX

Je weet hierbij dat de de evenwichtsstand aangeeft (in jouw voorbeeld 0).
C geeft, zoals je al aangeeft, de amplitude aan (1.5)
De a geeft hierbij aan wat de periode gaat zijn van je sinus (voor a=1, periode=2pi. hoe groter je a hoe kleiner je periode)
Tot slot geeft de b de verschuiving van je grafiek aan voor b=pi schuif je de sinus pi op naar links en voor b=-pi schuif je de grafiek pi naar rechts op.

Om de verschuiving iets beter te begrijpen, kijk hier eens naar:

LaTeX

En zoals Fertjuh aangeeft, speel gewoon eens met de formule en kijk wat er gebeurd!

Om je vraag dan iets meer te beantwoorden:
Welke snijpunten verwacht je op de x as/voor y=0 als je a=2?
Zijn deze gelijk aan wat je dacht?
Als deze gelijk zijn aan wat je zou verwachten, is er dan wel een verschuiving (in dit geval)?






Also tagged with one or more of these keywords: wiskunde

0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures