Springen naar inhoud

meerkeuzevraag botsende massa's



  • Log in om te kunnen reageren

#1

Bickyburger

    Bickyburger


  • 0 - 25 berichten
  • 4 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 23 december 2012 - 09:34

1) Twee voorwerpen met massa M en massa 2M maar met zelfde grootte van snelheid botsen onder een hoek van 90° en vormen na de botsing één geheel dat met een zekere snelheid beweegt.

a. Wegens behoud van energie is de kinetische energie na de botsing gelijk aan de som van de kinetische energieën van elk van de botsende voorwerpen.
b. De snelheid na de botsing is gelijk aan de som van de snelheden vóór de botsing.
c. De grootte van de snelheid na de botsing zal groter zijn dan de grootte van de snelheid van één van de deeltjes vóór de botsing.
d. Geen enkele van voorgaande beweringen is juist.

a. klopt volgens mij niet omdat er het een volkomen niet-elastische botsing is en er dus geen behoud van energie geldt.
b. klopt ook niet, want: M*v1 + 2M*v2 = 3M*Vf <=> Vf = (1/3)*(v1+2*v2)
c. ik denk dat dit klopt, maar ik heb geen idee hoe ik dit zou kunnen bewijzen...

Zou iemand me kunnen bevestigen of C inderdaad klopt en kan hij/zij eventueel ook verduidelijken waarom dit zo zou zijn?

2) Twee identieke voorwerpen worden vanaf dezelfde hoogte weggegooid. Het eerste voorwerp wordt met een snelheid v0 vertikaal naar boven gegooid, het tweede wordt met dezelfde snelheid v0 vertikaal naar beneden gegooid. Wrijving met de lucht is verwaarloosbaar.
a. Het eerste voorwerp komt met een grotere snelheid dan het tweede op de grond.
b. Het tweede voorwerp komt met een grotere snelheid dan het eerste op de grond.
c. Beide voorwerpen komen met dezelfde snelheid op de grond.
d. Onmogelijk af te leiden uit het gegeven.

Ik denk dat dit c is. Bevestiging?


3) Omcirkel het juiste antwoord (goed = 2, verkeerd = -0,5, geen = 0)
Het traagheidsmoment rond de draaias van een roterend voorwerp is afhankelijk van:
a. De hoeksnelheid, vorm en massa van het voorwerp.
b. De hoekversnelling, massa van het voorwerp en positie van de draaias.
c. Massa, vorm, grootte van het voorwerp en positie van de draaias.
d. Geen van voorgaande beweringen is juist.

En ook dit moet c zijn volgens mij. Bevestiging?

Alvast bedankt voor jullie antwoorden! ;)

Veranderd door Jan van de Velde, 23 december 2012 - 11:27
titel en tag aangepast


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44879 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 23 december 2012 - 11:23

beter een voor een:

b. klopt ook niet, want: M*v1 + 2M*v2 = 3M*Vf <=> Vf = (1/3)*(v1+2*v2)

dat optelsommetje klopt niet. impuls is een vectorgrootheid, beide impulsen zul je eerst vectorieel moeten optellen. Dan is het overigens prima op te lossen omdat |v1|=|v2|.
kijk daarmee even opnieuw of je afkeuring van antwoord B terecht is.
zo niet, dan heb je tegelijkertijd de juiste weg voor een controle van antwoord C
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#3

aadkr

    aadkr


  • >5k berichten
  • 5441 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 23 december 2012 - 22:33

Stel dat voorwerp A met massa M horizontaal naar rechts beweegt
Stel dat voorwerp B met massa 2M vertikaal omhoog beweegt
De massainpulsvector van voorwerp A wijst nu horizontaal naar rechts en heeft een grootte van M.v
De massaimpulsvector van voorwerp B wijst vertikaal omhoog en heeft een grootte van 2.M.v
Tel deze nu eens bij elkaar op ,hoe groot is dan de resulterende massaimpulsvector?






Also tagged with one or more of these keywords: natuurkunde

0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures