Springen naar inhoud

Meerkeuzevragen



  • Log in om te kunnen reageren

#1

Hannibal1471

    Hannibal1471


  • >25 berichten
  • 57 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 19 januari 2013 - 15:03

Hallo allemaal,

Ik heb een opdracht gekregen voor natuurkunde, waarbij ik 5 meerkeuzevragen moest oplossen. Zou iemand even kunnen nakijken of ze juist zijn opgelost?


5. (VFO 2002)
Wanneer aan veer A met veerconstante k1 een voorwerp met massa m wordt opgehangen, rekt zij uit over een afstand x .
Veer B heeft een veerconstante k2 die tweemaal kleiner is. Ze wordt met hetzelfde voorwerp belast.
Bij evenwicht is dan de verhouding van de potentiele energie van veer B tot deze van veer A gelijk aan:
O a . 12
O b. 14
O c. 2
O d. 4

Veer A: Epot = ½ *1/2 x²
Veer B: Epot = ½ * x²

=> C

17. VFO 2011
Twee druppels vallen van dezelfde hoogte, druppel 1 valt eerst en een korte tijd later valt druppel 2. Druppel 1 heeft een massa m1, druppel 2 een massa m2. Je mag de wrijving verwaarlozen.
Dan zal zolang druppel 1 de grond niet bereikt heeft, de afstand tussen de druppels:

⦁ A. Constant blijven
⦁ B.  B toenemen enkel als m1>m2
⦁ c.  Toenemen ongeacht de massa’s
⦁ d.  Afnemen enkel als m1<m2


=>  C

⦁ geen wrijving





Vraag 33
We noemen F⃗ AB de kracht van QA op QB en F⃗ BA de kracht van QB op QA .
Er geldt dan dat:
O a. F⃗ AB = −3 F⃗ BA
O b. F⃗ AB = −F⃗ BA
O c. 3 F⃗ AB = −F⃗ BA
O d. −3 F⃗ AB = F⃗ BA

QA = 2*10^-6 C
QB = 6*10^-6 C




De lading van A is 3 keer kleiner dan die van B.
En de lading van B gaat in de tegenovergestelde richting.


⦁ C




36. (VFO 2003)
Een voorwerp met een massa van 5,0 kg is met een touw, waarvan we de massa verwaarlozen, vastgehecht aan een paal. Het beschrijft een eenparige cirkelvormige beweging in een horizontaal vlak met een straal gelijk aan 1,0 m. Op de paal wordt hierdoor een kracht uitgeoefend die een horizontale component heeft van 20 N.
De tijd nodig om e e n volledige cirkel te doorlopen is:
O a. 0,5 s.
O b. 1,5 s.
O c. 2 s.
O d. 2,5 s.
Geg :
⦁ B
m=5 kg
R = 1 m
F = 20N

F= mv²/r
20N= 5kg.v²/1
V=2m/s

Omtrek cirkel =r.r.pi
=3.14 m

T(s) =  = =1,5s


De laatste volgt nog ...

Veranderd door Hannibal1471, 19 januari 2013 - 15:06


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Hannibal1471

    Hannibal1471


  • >25 berichten
  • 57 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 19 januari 2013 - 15:34

5. (VFO 2002)
In een U-vormige buis heeft het brede been een doorsnede die tweemaal groter is dan het smalle been. Men giet een vloeistof A in de buis tot ze half gevuld is (zie figuur).
In het smalle been wordt daarna een tweede vloeistof B gegoten die niet mengbaar is met de eerste. Als het smalle been tot boven gevuld is, dan is de vloeistof in het brede been 1/8 van de totale hoogte h gestegen.
De verhouding van de dichtheid van beide vloeistoffen ( dichtheid A /dichtheid B) is dan:
a) 1/8.
b) 1/4.
c) 1/2.
d) 2.
[img]http://i50.tinypic.com/2rnilhe.png[/img]



Deze weet ik niet hoe ik die moet oplossen.

Wat ik dus denk :
1)C
2)C
3)C
4)B
5)?

Veranderd door Hannibal1471, 19 januari 2013 - 15:35


#3

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44865 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 19 januari 2013 - 15:52

33) nog eens rustig nadenken over actie = -reactie
36) omtrek van een cirkel is niet πr²

5) zou dat wel lukken als beide benen een gelijke doorsnede hadden?
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#4

Hannibal1471

    Hannibal1471


  • >25 berichten
  • 57 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 19 januari 2013 - 22:16

33 -> B?
Maar wwat ik hier niet begrijp, de lading B is toch 3 keer zo groot als A?
36
2rπ = omtrek cirkel = 6,28m
6,28m/2m/s= 3.14s
-> staat er niet bij?
Van die laatste heb ik echt geen enkel idee

Veranderd door Hannibal1471, 19 januari 2013 - 22:25


#5

aadkr

    aadkr


  • >5k berichten
  • 5441 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 19 januari 2013 - 22:41

Vraag 36
v=2 m/s
omtrek cirkel is 2 .pi
T=pi=3,14 seconde

#6

Hannibal1471

    Hannibal1471


  • >25 berichten
  • 57 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 19 januari 2013 - 23:30

Dat staat niet bij de opties :cry:

#7

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44865 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 19 januari 2013 - 23:32

33 -> B?
Maar wwat ik hier niet begrijp, de lading B is toch 3 keer zo groot als A?


gelijkaardig geval: welke (zwaarte)kracht denk jij dat jij op de aarde uitoefent? :-k
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#8

aadkr

    aadkr


  • >5k berichten
  • 5441 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 19 januari 2013 - 23:33

Het icoontje trekt een droevig gezicht.
Toch is je berekening volgens mij helemaal juist.
Volgens mij begrijp je de derde wet van Newton niet helemaal

Veranderd door aadkr, 19 januari 2013 - 23:35


#9

Hannibal1471

    Hannibal1471


  • >25 berichten
  • 57 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 januari 2013 - 00:21

Hoezo?

#10

Hannibal1471

    Hannibal1471


  • >25 berichten
  • 57 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 januari 2013 - 00:44

Dus tot nu toe :

1)C
2)C
3)B
4)?
5)?

#11

Hannibal1471

    Hannibal1471


  • >25 berichten
  • 57 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 januari 2013 - 13:21

Nu snap ik het, de wet van newton geld dus ook voor ladingen ...

#12

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44865 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 20 januari 2013 - 15:18

Bijna goed, die geldt ook voor krachten veroorzaakt door ladingen (Coulombkrachten)
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#13

Hannibal1471

    Hannibal1471


  • >25 berichten
  • 57 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 januari 2013 - 18:25

Die eerste is die 1/2 of 2?
De tweede en derde heb ik nu.
Ik heb er nog een ter vervanging van de laatste gevonden


17. (VFO 2010)
238U vervalt via een vervalreeks tot 206Pb. De eerste stap is de traagste, zodat je kunt zeggen dat 238U vervalt tot 206Pb met een halfwaardetijd van 4,47.109jaar. In een stuk meteoor wordt 2,00 mg 238U gevonden en 1,70 mg 206Pb. Men neemt aan dat er geen 206Pb aanwezig was bij het ontstaan van de meteoor. Dan is de leeftijd van die meteoor gelijk aan:
a. 1,21.108 jaar
b. 1,10.109 jaar
c. 4,00.109 jaar
d. 4,41.109 jaar

Deze is al zo lang geleden dat ik geen idee meer heb hoe deze ook al weer te berekenen

Alvast bedankt! :)

#14

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44865 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 20 januari 2013 - 18:52

wordt een zootje zo, geen idee welke je bedoelt met "die eerste"?

U-> Pb

Reken massa 206 Pb om naar een in mol gelijke massa 238U.
nu weet je hoeveel 238 U er in eerste instantie bij het ontstaan in die meteoriet moet hebben gezeten.
Een hoeveelste deel is daar nu nog van over?
komt allemaal niet op een cijfertje meer of minder achter de komma, je hebt keuzes die redelijk uit elkaar liggen.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#15

dannypje

    dannypje


  • >250 berichten
  • 595 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 januari 2013 - 19:28

Hallo allemaal,

Ik heb een opdracht gekregen voor natuurkunde, waarbij ik 5 meerkeuzevragen moest oplossen. Zou iemand even kunnen nakijken of ze juist zijn opgelost?


5. (VFO 2002)
Wanneer aan veer A met veerconstante k1 een voorwerp met massa m wordt opgehangen, rekt zij uit over een afstand x .
Veer B heeft een veerconstante k2 die tweemaal kleiner is. Ze wordt met hetzelfde voorwerp belast.
Bij evenwicht is dan de verhouding van de potentiele energie van veer B tot deze van veer A gelijk aan:
O a . 12
O b. 14
O c. 2
O d. 4

Veer A: Epot = ½ *1/2 x²
Veer B: Epot = ½ * x²

=> C

Als de uitrekking x 2 keer zo groot wordt, en de potentiele energie is evenredig met het kwadraat van die uitrekking, dan is het antwoord ... (niet C dus).
In the beginning, there was nothing. Then he said:"Light". There was still nothing but you could see it a whole lot better now.






Also tagged with one or more of these keywords: natuurkunde

0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures