Springen naar inhoud

PO - Tanderosie



  • Log in om te kunnen reageren

#1

ScheikundePraktischeOpdracht

    ScheikundePraktischeOpdracht


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 13 februari 2013 - 00:17

Beste wetenschapsforum gebruikers,

Wij zijn drie 5 havo studenten en gaan met ons scheikunde PO onderzoek doen naar tanderosie.

We gaan naar 4 verschillende (zure) stoffen kijken;
cola, sinaasappelsap, spinazie en cola met speeksel.

We willen gaan kijken welk van de 4 stoffen het meest de tandglazuur aantast. Dit gaan we doen door in de vier oplossingen stukjes marmer toe te voegen. Daarna gaan we dit 5 dagen laten staan (van een maandag tot een vrijdag). We gaan dan drie keer de concentratie Ca2+ meten, op de eerste dag, maandag, op woensdag en op de laatste dag, vrijdag. We gaan ook elke dag de pH-waarde meten van de vier oplossingen.

We gaan de concentratie Ca2+ meten d.m.v. titratie. Hier lopen we alleen op enkele problemen.

We weten dat salpeterzuur een zuur is dat alleen met calciumcarbonaat reageert. Dit zuur kunnen we dus gebruiken om te laten reageren met calciumcarbonaat. We nemen dan bijvoorbeeld 10 mL van de zure oplossing met het marmer erin en doen daar salpeterzuur bij. We zorgen ervoor dat het goed mengt, bijvoorbeeld door te roeren.
Je krijgt dan de reactie:
CaCO3 + 2 HNO3 --> Ca(NO3)2 + H2O + CO2

Een deel van de salpeterzuur reageert met het calciumcarbonaat (word calciumnitraat?), en het andere deel blijft over.
Als je dus precies weet hoeveel salpeterzuur je oorspronkelijk hebt toegevoegd en ook precies hoeveel je over hebt, dan is het verschil precies die hoeveelheid salpeterzuur die met het calciumcarbonaat heeft gereageerd. (Je kan zien aan de reactie vergelijking dat 1 mol CaCO3 staat tot 2 mol HNO3, hier moeten we ook nog op letten..)

De overgebleven salpeterzuur, die bepaal je door titratie, bijvoorbeeld met natronloog.
Hier weten we al helemaal niet meer of we het goed doen..
Je gaat dan titreren door de natronloog in de buret te doen en de andere oplossing in de erlenmeyer.
Voor het omslagpunt:
Je voegt de indicator toe aan het zuur in de erlenmeyer (ongeveer 2 druppels) zodat je het omslagpunt kan waarnemen (als de kleur veranderd). Je kan het omslagpunt echter ook waarnemen m.b.v. een pH-meter, als de pH-waarde opeens heel erg veranderd weet je ook dat dit het omslagpunt is.

Dan lees je bij de buret af wat het verschil tussen de beginstand van de natronloog en de eindstand. Dit verschil is.... *hoeveel natronloog er nodig was om met het salpeterzuur te reageren?*. Aan de hand hiervan weet je dus hoeveel salpeterzuur er over was enzovoort.


We hopen dat jullie ons kunnen helpen door te zeggen waar het fout gaat en hoe we het kunnen verbeteren.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

ScheikundePraktischeOpdracht

    ScheikundePraktischeOpdracht


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 13 februari 2013 - 17:08

Waar we nu niet uitkomen zijn de reactievergelijkingen en de concentraties van de stoffen die we moeten gebruiken om de berekeningen straks uit te voeren.

#3

Drieske

    Drieske


  • >5k berichten
  • 10217 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 16 februari 2013 - 10:30

Opmerking moderator :

Iemand die hier een handje kan toesteken?
Zoek je graag naar het meest interessante wetenschapsnieuws? Wij zoeken nog een vrijwilliger voor ons nieuwspostteam.

#4

Kliche

    Kliche


  • >100 berichten
  • 196 berichten
  • VIP

Geplaatst op 17 februari 2013 - 14:19

Ik weet 0,0 van mondhygiëne, maar niks te doen vandaag, dus hier een poging.

Het idee is dus om bij een iets (vaste stof) de vrijgekomen Ca2+-concentratie te meten na toevoeging van een oplosmiddel en additief (frisdrank, spinazie). Aan de hand van de vrijgekomen concentratie Ca2+ wil je de degradatie van de calciumhoudende vaste stof meten. Zeg ik het goed?


Om te beginnen zou ik een vaste stof nemen die het meest overeenkomt met een echte tand. Glazuur komt daar dichter bij in de buurt dan marmer, maar echte tanden (van hetzelfde organisme) nog meer.

Ik ben ook even gaan zoeken, en de toplaag van een tand, de tandkroon, bestaat voornamelijk maar niet geheel uit gekristalliseerd calciumhydroxyapatiet in de vorm van Ca10(PO4)6(OH)2, wat binnen het dierenrijk vrij uniform is. Daarom zou je dierlijk materiaal kunnen gebruiken, maar als dat voor school niet verantwoord is kan je een vorm van glazuur nemen, of zuiver calciumhydroxyapatiet als je dat voorhanden hebt. Bedenk in ieder geval dat je voornamelijk de degradatie van calciumhydroxyapatiet meet, en niet de degradatie van de tand an sich.

En waarom meet je CaCO3, kun je dat uitleggen?

Veranderd door Kliche, 17 februari 2013 - 14:23







Also tagged with one or more of these keywords: scheikunde

0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures