Springen naar inhoud

Vroeggeboorten


  • Log in om te kunnen reageren

#1

stein

    stein


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 03 januari 2006 - 12:44

Goeidag, voor mijn studies moest ik volgend probleem oplossen:

[color=red]Willem is een jongen van 20 jaar die met zijn twee oudere broers bij zijn ouders woont.

Willem zit in het zesde middelbaar, sportwetenschappen. Hij is al twee keer blijven zitten en heeft een hekel aan school. Hij is al drie keer van school veranderd en heeft al in verschillende studierichtingen gezeten.

Willems vader is beginnen werken toen hij 16 was en heeft zelf geen hogere studies kunnen doen omdat hij geld moest verdienen voor de medicijnen van zijn zieke moeder. Heel zijn leven al voelt hij bitterheid omdat hij zichzelf toen heeft opgeofferd en hij is nu beschaamd om het leven dat hij nu leidt. Hij wil kost wat kost dat Willem een diploma haalt.

Zijn moeder werd door haar ouders streng en afstandelijk opgevoed. Als persoon maakt zij een rigide en onzekere indruk. Ze heeft vaak last van wisselende stemmingen. De zorgen rond Willems wankele schoolloopbaan maken haar overwegend neerslachtig en depressief. Ze weet niet meer hoe ermee omgaan en uit angst dat Willem niet zal `slagen' in het leven, houdt ze hem erg kort. Deze ongerustheid wordt bij haar nog versterkt wanneer ze terugdenkt aan Willems babytijd. Na een moeilijke zwangerschap werd hij te vroeg geboren. Hij lag nog 6 weken in de couveuse. Zijn zenuwstelsel bleek minder ontwikkeld in vergelijking met andere leeftijdsgenootjes. De dokters voorspelden toen al mogelijke leerproblemen (aandacht, intelligentie, …) op latere leeftijd.
Omdat zijn vader toen werkloos was, moest ze wel - vlak na de geboorte - gaan bijverdienen als poetsvrouw. Dat maakte dat ze Willem niet kon gaan bezoeken in het ziekenhuis. Ze zag ook op tegen de extra zorgen die dit derde kind haar zou geven. Ze vreest dat de opvoeding van Willem toen al is beginnen mislopen. Eens thuis uit het ziekenhuis weende Willem erg veel en moeder kon er zichzelf niet toe brengen tijd voor hem te maken, hem te knuffelen.

Als peuter was Willem erg hyperactief en voortdurend op ontdekkingstocht, wat altijd eindigde met rode billetjes in de hoek van de kamer. Moeder sloot ook alle kasten af en zette hem ook vaak in de box, zo was ze gerust dat hij nergens aan kon. Als kleuter wilde Willem vooral graag spelen met klei, verf, zand, dingen maken, grote dingen bouwen. Hij kon nooit lang met iets bezig zijn, hij wilde vooral veel afwisseling en alles moest vooruitgaan. Moeder kon niet tegen de rommel en stuurde hem dan maar naar buiten om te voetballen met zijn broers. Daar kon hij tenminste al zijn energie kwijt.
Maar meestel liep dat verkeerd af.. Willem zelf herinnert zich dat zijn broers er blijkbaar veel plezier in hadden om hem met opzet te doen vallen, tegen zijn schenen te schoppen en andere pijnlijke dingen met hem te doen. Willem klaagde hierover nooit, hij ging niet uithuilen bij moeder, zij zou hem toch maar terug naar buiten sturen. Zijn broers daarentegen verklikten hem voortdurend, zelfs als hij niets verkeerd gedaan had, en dat leverde hem dan weer straf op.

Nu is hij dus 20 en eigenlijk wou hij niet meer opnieuw beginnen aan zijn zesde middelbaar, maar omdat zijn ouders dit zo belangrijk vonden, heeft hij toch besloten te starten. Het lukt echter niet goed. Een ganse dag stil zitten en aandachtig zijn is een echte beproeving voor zowel Willem, zijn klasgenoten als zijn leerkrachten. Vaak loopt hij impulsief door de klas en stelt hij vaak onnodige vragen. Hij is er zich niet van bewust dat hij hiermee zijn klasgenoten mateloos irriteert. Als Willem zijn medicatie neemt, gaat het veel beter met hem. Hij vindt echter dat hij die medicijnen niet nodig heeft, en gebruikt ze bijgevolg dus heel onregelmatig. In de klas kan hij geen aansluiting vinden bij zijn medeleerlingen. In de kleuterklas en de lagere school al kon Willem slecht met andere kinderen overweg. Wanneer de juf probeerde om, door hem kleine verantwoordelijkheden te geven, een plaats te geven in de groep, maakte hij er keer op keer een zootje van. De meeste klasgenootjes hadden een hekel aan hem, ze vonden hem een moeilijk kind dat alleen maar voor problemen zorgt. Hij werd vaak gepest.

Enkel met Sofie kan hij goed opschieten. Sofie luistert naar hem, zij is “de enige die hem begrijpt”, zoals hij zelf zegt. Willem en Sofie kennen elkaar al heel lang. Vanaf hun dertiende ongeveer. Terwijl de jongens van de klas op het buurtplein sigaretten stonden te roken, meisjes achterna riepen “hey, lekker stuk” en blijkbaar niet doorhadden dat ze zich (volgens Willem) “onsterfelijk belachelijk” stonden te maken, zat Willem te praten met Sofie. Hij kon tegen haar - als enige van de hele wereld - vertellen wat hem bezighield, waar hij van hield, waar hij schrik voor had. Thuis moest hij moet die “nonsens”, zoals zijn vader het keer op keer noemde, niet afkomen.

Op school voelt hij een enorme druk van de leerkrachten. Hij studeert niet en haalt keer op keer slechte punten. De leerkrachten proberen Willem aan te zetten om te studeren, maar hij vertrouwt hen niet.

Hij wil eigenlijk schrijver worden. Dagenlang schrijft hij verhalen over een jongen die op avontuur gaat en zelf zijn weg in het leven zoekt. Hij heeft altijd zin om te schrijven. Het is zijn manier om tot rust te komen. Hierin kan hij al zijn gevoelens de vrije loop laten.

Hij is in de omgang eerder gesloten. Sinds kort heeft hij één vriend, Bjorn, met wie hij vaak optrekt en jointjes rookt. Bjorn is ook 20 jaar en is na zijn vijfde middelbaar gestopt met school omdat hij vindt dat het schoolsysteem niet is aangepast aan hem en hem niet verder helpt in zijn ontwikkeling. Samen hebben de twee jongens het gevoel dat de samenleving eisen aan hen stelt waar zij niet op willen ingaan. Bij Bjorn kan Willem zich laten gaan. Ze musiceren samen en schrijven gedichten.

Vaak spijbelt Willem. Hij vertrekt wel naar school, maar voelt dat hij naar de bossen wil om een dag alleen te zijn en te schrijven. Op school worden ze er razend van. Zelfs de groene leerkracht die Willem begeleidt kan dit niet begrijpen. “Volgens wetenschappelijk onderzoek”, zegt de groene leerkracht, “is aangetoond dat jongeren zonder diploma in België geen kans maken op de arbeidsmarkt en zich niet kunnen ontplooien”. “Maak dit jaar toch af, dan ben je vrij” roepen de leerkrachten, zijn broers en ouders daarom in koor.
Willem probeert wel, maar het lukt hem niet.

Hij moest een kleine stage doen in een lagere school. Hij moest daar speelse sportactiviteiten voorbereiden voor kinderen. Hij deed dat heel graag, maar het liep mis. Hij was altijd te laat en kon zich niet aanpassen aan de organisatie van de lagere school. De directeur die geen geduld met Willem had, schold hem op de speelplaats uit en stuurde hem weg. Willem vroeg zich af of het aan zijn voorbereiding lag. Volgens hem lag het echter aan de leerkrachten die hem niet graag hadden.

In de school heeft hij het moeilijk met de sportactiviteiten. Hij brengt nachten door met Bjorn, ze roken samen joints en 's morgens is Willem doodmoe en heeft hij geen zin om te sporten. Willem voelt zich veel beter met het roken van joints. Hij vindt ze veel effectiever dan zijn medicijnen. Hij heeft het gevoel dat hij niet meer zonder kan.
Met zijn broers kan hij heel slecht opschieten. Zij hebben een bachelordiploma en verwijten Willem dat hij profiteert van zijn ouders. Zij vinden Willem een loser. Dat hebben ze altijd al gevonden.

Willem van zijn kant vindt zichzelf een kunstenaar, die maatschappijkritisch is. Hij wil maar één ding: stoppen met school en een reis van een jaar maken met zijn ligfiets.

Zijn vader trekt zich de laatste tijd weinig van Willem aan. Het lijkt alsof hij het heeft opgegeven om vader te zijn. Hij is ook weinig thuis. Zijn moeder is radeloos en wordt vaak erg emotioneel. Zij voelt dat ze mislukt is in haar taak als moeder en wil kost wat kost dat Willem een diploma haalt. Tegelijkertijd knaagt het ook aan haar dat ze - nu de jongens toch allemaal jongvolwassen zijn - nog altijd niet de tijd en de ruimte heeft om haar eigen leven te leiden. Zij hoort haar vriendinnen, die grote kinderen hebben van dezelfde leeftijd, wel eens zeggen: “het is zo stil in huis, nu ze allemaal de deur uit zijn”. Wel, stiekem is ze jaloers, was het bij haar ook maar stil in huis… maar nee: 3 volwassen zonen en ze zitten allemaal nog rond de tafel om te eten.

Willem heeft via Internet een school gevonden in Nederland waar je schrijver kan worden zonder diploma. Daar wil hij wel heen. Maar de school is heel erg duur en zijn ouders zien het niet zitten dit te financieren.

In juni ziet het er allemaal heel slecht uit voor Willem : Hij is weer gebuisd in school. Hij is erg depressief en trekt zich volledig terug. Hij wil zijn ligfiets verkopen. Dat raadt zijn vader af omdat het Willems enige toeverlaat is. Hij smeekt hem de ligfiets niet te verkopen en helpt Willem om een reis van een jaar met de fiets te maken. Eerst is Willem verwonderd over de reactie van zijn vader, zoveel meeleven had hij niet verwacht. Blijkbaar heeft zijn vader ook enkele beslissingen genomen in zijn leven. Dat stimuleert Willem erg om er echt werk van te maken. Samen met zijn vader stippelt hij een route uit. Zijn vader wil hem met de auto afzetten aan de Franse grens. Zijn moeder is in alle staten en blijft emotioneel reageren.

Ondertussen heeft Willem in de bossen een rijke oude vrouw, een kunstenares, leren kennen, die gelooft in de talenten van Willem. Zij wil hem financieel ondersteunen als hij een uitgever vindt om zijn boek te publiceren. Willem heeft enorm veel respect voor deze vrouw. Zij is zo sterk, zij vertelt hem hoe moeilijk har leven geweest is, welke misstappen ze allemaal heeft gezet in haar jonge leven, hoe ze heeft moeten opboksen tegen heel wat mensen die het niet zagen zitten dat een vrouw bewust ongehuwd bleef, bewust geen gezin wilde stichten en daarbij ook nog met kunst nota bene, in haar eigen levensonderhoud wilde voorzien. Willem bewondert haar: zij toont in gans haar houding helemaal niets van haar moeilijke leven: ze is nog altijd knap, bijna atletisch gebouwd, altijd goed gezind en enorm begripvol. Hoe hou je dat voor mogelijk bij een 85-jarige? De enige ouderen die Willem kende waren zijn grootouders en die konden alleen maar “zielig doen” en “over vroeger vertellen alsof het toen het paradijs was”.

Willem stuurde nu pas zijn manuscripten naar uitgevers en schrijvers, en wacht op antwoord.

Ondertussen is hij vertrokken met zijn ligfiets, helemaal alleen, richting Spanje om alles in zijn leven op een rijtje te zetten. Hij wil klusjes doen onderweg : druiven plukken, seizoenarbeider worden en schrijven, weg van de samenleving met haar onmogelijke verlangens. Hij hoopt door deze reis zichzelf en zijn weg in het leven te vinden.


De vraag die ik moest beantwoorden klinkt als volgt:

Hoe komt het dat Willem zijn zenuwstelsel minder ontwikkeld is in vergelijking met andere leeftijdsgenoten?

Ik vond een redelijk interresant artikel op het internet en schreef volgende tekst als verklaring voor mijn vraag:

Het zou kunnen zijn dat Willem zijn moeder in armoede leefde toen ze van Willem zwanger was. Door de manier waarop zijn moeder toen leefde en hoe ze zich tijdens de zwangerschap gedroeg, kan het zijn dat Willem, als kansarm kind, al van voor de geboorte minder zenuwcellen heeft ontwikkeld.
Zijn levensomstandigheden kunnen van die aard zijn dat er minder verbindingen gevormd worden tussen de zenuwcellen in de eerste levensjaren, sommige netwerken zullen over gestimuleerd worden, anderen zullen onder gestimuleerd worden.
In de gebieden van de hersenen die instaan voor de gedragscontrole kan er bij kansarme kinderen, als Willem, een overmaat aan adrenaline aangetoond worden naast een ondermaat aan serotonine. Deze combinatie kan agressie opwekken en onderhouden. Dus het zou goed kunnen zijn dat Willem in bepaalde omstandigheden agressief uit de hoek komt.

Ook is Willem te vroeg geboren, het zou kunnen zijn dat de ontwikkeling van bepaalde zenuwcellen zich pas in een latere fase van de zwangerschap voordoet. Wanneer Willem te vroeg geboren is, kan het zijn dat deze zenuwcellen nog niet ontwikkeld waren en dat hij daardoor een achterstand heeft op zijn leeftijdgenootjes.


Zijn er hier mensen die er nog iets aan toe te voegen hebben? Ikzelf stelde me nog enkele vragen:

Welk gebied van de hersenen staat eigenlijk in voor het gedrag?

Iemand een wetenschappelijk artikel of verklaring voor de eventuele schade aan zijn zenuw/hersenstelsel?

Kan hyperactiviteit of depressie er iets te maken mee kunnen hebben?

Of zijn er nog andere bedenkingen die bij iemand opkomen?

Alvast bedankt voor de eventuele reactie's.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.




0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures