Springen naar inhoud

Kristalwater in soda



  • Log in om te kunnen reageren

#1

Betanoobs

    Betanoobs


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 27 mei 2013 - 16:44

Hoi allemaal,

Wij moeten voor een scheikunde PO de hoeveelheid kristalwater in soda bepalen. We hebben 150 mg soda 'opgelost' in 25 ml 0,1 M HCl. Daarna hebben we de CO2 eruit laten gaan door de stof te verwarmen. Vervolgens hebben we drie druppels fenolftaleïnen toegevoegd. Toen hebben we getitreerd met NaOH. Na ongeveer 11 ml NaOH sloeg de kleur van het mengel om.

Hoe halen we hier de hoeveelheid kristalwater in soda uit?


Dit was onze hypothese:

De volgende zuur-base reacties zullen plaatsvinden:
Na2CO3•X H2O à 2 Na+ + CO32- + x H2O
2 H3O+ + CO32-à 3 H2O + CO2
OH- + H3O+ à2 H2O

De hoeveelheid soda die we gaan afwegen is het volgende:

150 mg = 0,150 g
nsoda= m/M
0,150/(106 + 18x) mol soda
Msoda = 2 • 23 + 12 + 3 • 16 + x • 18 = 106 + 18x

nHCL = c • V = 0,1 • 0,02500 = 0,0025 mol
CO32- : H3O+ = 1:2, dus nCO32- = 0,00125 mol
Na+ : CO32- = 2:1, dus nNa+ = 0,0025 mol

De helft van H3O+ reageert met CO32-, dus blijft er 0,00125 mol H3O+ over. Dit reageert met natronloog.

H3O+ + OH- à 2 H2O

De H3O+ reageert op. Daarvoor is evenveel OH- nodig als er aanwezig is aan H3O+, dus er is 0,00125 mol OH- nodig.

Er is 0,00125 mol OH- nodig, dus ook 0,00125 mol Na+. Er is dus 0,00250 mol NaOH nodig. Het aantal mL is als volgt te bepalen:

V = n/C = 0,00250/0,1 = 0,025 L = 25 mL

Bij voorbaat dank!

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44893 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 27 mei 2013 - 19:44

Wij moeten voor een scheikunde PO de hoeveelheid kristalwater in soda bepalen.

Ik zie wel een heel verhaal, correct tot en met

nHCL = c • V = 0,1 • 0,02500 = 0,0025 mol

, maar ik zie niet hoeveel kristalwater er nu eigenlijk in je soda zat. Als je laatste regel "25 mL" het antwoord is dan heb je heel het principe van kristalwater niet begrepen. 25 mL water in dat mespuntje soda dat je gebruikte??
  • door je titratie bepaal je hoeveel H+ is verbruikt in de reactie met de soda.
  • door de verhouding CO32- : H+ als 1: 2 weet je hoeveel mol carbonaat er zat in die 0,150 g soda
  • nu weet je ook hoeveel mol Na2CO3 daar in zat.
  • dat reken je om naar gram Na2CO3
  • dat is waarschijnlijk minder maar in elk geval niet meer dan 0,150 g
  • de ontbrekende massa was kristalwater.
  • die massa kun je eventueel weer omrekenen terug naar mol, en in verhouding zetten tot de hoeveelheid mol Na2CO3
  • en daarmee ken je ook de "x" in mol Na2CO3.xH2O
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#3

Betanoobs

    Betanoobs


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 27 mei 2013 - 19:55

Bedankt! Wij hebben nu dit:

nH3O+ = c · V = 0,1 · 11,3 = 1,13 mmol
2,5 mmol was in het begin aanwezig
Dus 1,37 mmol H3O heeft gereageerd met soda.

1,37/2 = 0,685 mmol soda
M= m/n = 174,6/ 0,685 = 254,9 mmol/mg = 254,9 mol/g
Msoda = 2 • 23 + 12 + 3 • 16 + x • 18 = 106 + 18x
254,9 = 106 + 18x
148,9 = 18x
x = 8,3 mol

Na2CO3•8,3 H2O, dus Na2CO3 : H2O als 1 : 8,3

Klopt dat?

#4

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44893 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 27 mei 2013 - 20:36

M= m/n = 174,6/ 0,685 = 254,9 mmol/mg = 254,9 mol/g

hier klopt iets niet.
met M=m/n bedoel je volgens mij molmassa is massa gedeeld door hoeveelheid, en dan springt daar ineens een onverklaard getal 174,6 tevoorschijn, en een eenheid mol/g? Er kan nooit 254 mol atomen in een gram. In een gram kun je hoogstens 1 (één) mol losse waterstofatomen kwijt, en kleiner hebben we ze niet.......

bereken de massa van 1 mol Na2CO3 (molmassa)
1 mol is y gram, dus 0,000685 mol is z gram
en 0,150 - z is dan je massa kristalwater
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#5

Betanoobs

    Betanoobs


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 28 mei 2013 - 15:15

Oja! Bedankt! :) Het moet natuurlijk g/mol zijn. 174,6 is trouwens de massa van soda in mg. Klopt het dan wel?

#6

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44893 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 28 mei 2013 - 17:14

bereken de massa van 1 mol Na2CO3 (molmassa)

nee, dat klopt niet. Ik ben echt reuze benieuwd hoe je daaraan komt.
Deze klopt wel namelijk :

Msoda = 2 • 23 + 12 + 3 • 16

en daar komt geen 170+ uit.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#7

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44893 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 28 mei 2013 - 20:08

hold your horses...

bedoel je dat je 174,6 mg soda hebt gebruikt in plaats van de 150 mg uit je eerste bericht? Want dan begin ik ineens iets te begrijpen in je aanpak.................
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#8

Betanoobs

    Betanoobs


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 29 mei 2013 - 14:19

Ja, dat klopt.

We hebben de berekening trouwens iets overzichtelijker gemaakt:

nH3O+ = c · V = 0,1 · 11,3 = 1,13 mmol
H3O+ : OH- als 1 : 1, dus nH3O+ = 1,13 mmol
2,5 mmol was in het begin aanwezig
Dus 1,37 mmol H3O heeft gereageerd met soda


Soda : H3O+ = 1 : 2
nsoda = 1,37/2 = 0,685 mmol
Msoda= m/n = 174,6/0,685 = 254,9 mg /mmol = 254,9 g/mol
Msoda = 2 • 23 + 12 + 3 • 16 + x • 18 = 106 + 18x
254,9 = 106 + 18x
148,9 = 18x
x = 8,3

Na2CO3•8,3 H2O, dus Na2CO3 : H2O als 1 : 8,3

#9

Marko

    Marko


  • >5k berichten
  • 8937 berichten
  • VIP

Geplaatst op 29 mei 2013 - 14:55

Ja, dat klopt.

We hebben de berekening trouwens iets overzichtelijker gemaakt:


Zo ziet het er al een stuk beter uit. Ik heb nog een paar kritische puntjes:


nH3O+ = c · V = 0,1 · 11,3 = 1,13 mmol


Je wil je berekening beginnen door aan te geven hoeveel OH- je hebt verbruikt tijdens de titratie. Schrijf hier dus liever nOH- = .... in plaats van nH3O+

Daarna kun je inderdaad aangeven dat ze 1:1 reageren dus dat 1.13 mol OH- overeenkomt met 1.13 mol H+ dat nog aanwezig was. Maar schrijf er dan duidelijk boven op welke reactie de berekening betrekking heeft. Nu staan er 3 reacties boven en degene die het leest (of die het nakijkt....) moet dan maar gokken welke je bedoelt? ;)

Wees ook niet bang om tussen de vergelijkingen door in woorden op te schrijven wat je doet. Jullie doen dat een paar keer, maar het is helemaal niet erg om dat nog wat uitgebreider te doen.

Tenslotte valt me op dat je het volume van de NaOH-oplossing in 3 cijfers geeft, maar de molariteit van de HCl en van de NaOH-oplossing slechts in 1 cijfer.
De atoommassa's van de elementen geef je in 2 cijfers; dat maakt in dit geval voor het antwoord niet uit, maar het lijkt me netter om wat meer nauwkeurige getallen te gebruiken. Zou je een andere keer bijvoorbeeld een dergelijke berekening met Cl moeten maken, dan kom je in de knoei als je de molmassa weergeeft als 35 en daarmee verder rekent, in plaats van 35.45

Cetero censeo Senseo non esse bibendum


#10

Betanoobs

    Betanoobs


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 mei 2013 - 22:05

Bedankt voor al jullie hulp! Nu hopen op een 10...






Also tagged with one or more of these keywords: scheikunde

0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures