Springen naar inhoud

molrekenen aan concentraties e.d.



  • Log in om te kunnen reageren

#1

romywils

    romywils


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 12 juni 2013 - 14:18

Zoals ik al in de titel had gezegd, ik heb dringend hulp nodig, namelijk met scheikunde.
Ik weet dat het laat is maar helaas was het niet mogelijk dit eerder te doen.
Morgen heb ik een proefwerk scheikunde van hoofdstuk 4, 5 en 6 (boek Curie, scheikunde voor de 2e fase, VWO deel 1)
Het gaat over zouten, oplossen en mengen, rekenen aan reacties (molrekenen).
Wij hebben de volgende vragen gekregen die in het proefwerk zouden komen morgen (of in een andere vorm)

1 30 mL van een 0,10 M (molariteit) alimuniumnitraat oplossing wordt gemengd met 70 mL van een 0,10 M natronloog.
a. Bereken de concentratie [Al2+] [NO3-] [Na+] [OH-] na samenvoegen van oplossingen vóórdat het neerslag gevormd is.
b. Geef de reactievergelijking van de neerslagreactie.
c. Bereken de concentratie van de overgebleven ionen in de oplossing.
d. Bereken de hoeveelheid neerslag die gevormd is.

2 Een vegetarische krokodil eet per dag 25 kg brood (C12H22O11)
a. Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van C12H22O11
b. Bereken het aantal kg O2 dat nodig is voor de verbranding.
c. Bereken het aantal m3 O2 dat nodig is voor de verbranding.
Gebruik de algemene gaswet voor het berekenen van Vm (molair volume) ; T=310 Kelvin
d. Bereken het aantal liter CO2 werlke de krokodil uitademt.
e. Bereken het aantal mg H2O welke de krokodil uitademt.

Als je dit hele verhaal hebt gelezen, bedankt! Geplaatste afbeelding
Ik kom er gewoon niet uit, ben al meer dan een uur bezig geweest maar verder dan de reactievergelijk kom ik niet (als ik deze al wel goed doe). Ook hulp van leraar heeft niet geholpen.
Is er iemand die mij kan helpen met het begrijpen van de molariteit, hoe je de gevormde neerslag kan berekenen en welke formules je moet gebruiken voor 2 b c d en e?

Veranderd door Jan van de Velde, 12 juni 2013 - 19:49


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

dirkwb

    dirkwb


  • >1k berichten
  • 4172 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 12 juni 2013 - 14:25

Als je dit hele verhaal hebt gelezen, bedankt! Geplaatste afbeelding
Natuurlijk zou ik het helemaal fijn vinden als iemand 1 (of meer) van deze vragen voor mij zou kunnen uitwerken/beantwoorden.

Dat doen we hier niet: lees de huiswerkbijsluiter. Ook is je titel niet passend bij een topic van het huiswerkforum van WSF.
Quitters never win and winners never quit.

#3

romywils

    romywils


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 12 juni 2013 - 14:37

Dat doen we hier niet: lees de huiswerkbijsluiter. Ook is je titel niet passend bij een topic van het huiswerkforum van WSF.

Heb mijn bericht aangepast, kan alleen de titel niet veranderen..

#4

Th.B

    Th.B


  • >250 berichten
  • 523 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 12 juni 2013 - 17:14

Je hebt het over Al2+, het is Al3+ volgens mij :P

1a: berekenen hoeveel mol aluminiumnitraat en hoeveel mol natronloog je hebt. Daarna bereken je met de oplosvergelijkingen hoeveel mol er van elk ion is. Dat zit in ...mL en dus zit er ...mol in 1 liter.
1b: BiNaS 45 --> kijk welke ionen met elkaar neerslaan
1c: Reken uit hoeveel er in overmaat aanwezig is. Dan eigenlijk weer hetzelfde als bij a.
1d: Onthoud dat er zoveel mogelijk neerslag gevormd wordt.

2a: Verbranding betekent O2 voor de pijl en CO2 en H2O erna. Kloppend maken
2b: hoeveel mol is 25 kg brood? Hoeveel mol O2 was er dus nodig (kijk naar molverhouding!). Hoeveel kg was dat?

Bij de andere 3 moet je eigenlijk gewoon invullen in de algemene gaswet..? Waar loop je precies vast dan?

#5

romywils

    romywils


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 12 juni 2013 - 18:30

Je hebt het over Al2+, het is Al3+ volgens mij :P

1a: berekenen hoeveel mol aluminiumnitraat en hoeveel mol natronloog je hebt. Daarna bereken je met de oplosvergelijkingen hoeveel mol er van elk ion is. Dat zit in ...mL en dus zit er ...mol in 1 liter.
1b: BiNaS 45 --> kijk welke ionen met elkaar neerslaan
1c: Reken uit hoeveel er in overmaat aanwezig is. Dan eigenlijk weer hetzelfde als bij a.
1d: Onthoud dat er zoveel mogelijk neerslag gevormd wordt.

2a: Verbranding betekent O2 voor de pijl en CO2 en H2O erna. Kloppend maken
2b: hoeveel mol is 25 kg brood? Hoeveel mol O2 was er dus nodig (kijk naar molverhouding!). Hoeveel kg was dat?

Bij de andere 3 moet je eigenlijk gewoon invullen in de algemene gaswet..? Waar loop je precies vast dan?


Okee dankjewel voor je reactie. Jaa je hebt Al2+en Al3+, maar in dit geval moest het Al2+ zijn :)

Tot zover was ik gekomen:
1 30 mL van een 0,10 M (molariteit) alimuniumnitraat oplossing wordt gemengd met 70 mL van een 0,10 M natronloog.
a. Bereken de concentratie [Al2+] [NO3-] [Na+] [OH-] na samenvoegen van oplossingen vóórdat het neerslag gevormd is. (aantal mol/volume in L) (hoe bereken je vóór de neerslag?)
b. Geef de reactievergelijking van de neerslagreactie.
3 Al 2+ (aq) + 2 NO 3- (aq) + 6 Na + (aq) + 6 OH - (aq) --> Al3(OH)2 (s) + 2 NO 3- (aq) + 6 Na + (aq)
c. Bereken de concentratie van de overgebleven ionen in de oplossing. (hier loop ik vast)
d. Bereken de hoeveelheid neerslag die gevormd is. (hier loop ik vast)

2 Een vegetarische krokodil eet per dag 25 kg brood (C12H22O11)
a. Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van C12H22O11
C12 H22 O11 + 12 O2 --> 12 CO2 + 11 H2O
b. Bereken het aantal kg O2 dat nodig is voor de verbranding.
1 mol brood, 12 mol O2 (1:12)
aantal mol brood = 25000 g / 342,3 g/mol = 73,035 mol brood
12 x 73,035 mol = 876,42 mol O2
876,42 mol x 32,00 g/mol = 28045 g O2 = 28 kg O2

c. Bereken het aantal m3 O2 dat nodig is voor de verbranding.
Gebruik de algemene gaswet voor het berekenen van Vm (molair volume) ; T=310 Kelvin (ik snap de gaswet niet, hoe toe te passen?)
d. Bereken het aantal liter CO2 werlke de krokodil uitademt.
e. Bereken het aantal mg H2O welke de krokodil uitademt.

#6

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44820 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 12 juni 2013 - 19:45

1 30 mL van een 0,10 M (molariteit) alimuniumnitraat oplossing wordt gemengd met 70 mL van een 0,10 M natronloog.
a. Bereken de concentratie [Al2+] [NO3-] [Na+] [OH-] na samenvoegen van oplossingen vóórdat het neerslag gevormd is. (aantal mol/volume in L) (hoe bereken je vóór de neerslag?)

  • 30 ml 0,1 M Al(NO3)2
  • hoeveel mol Al2+ zit daarin?
  • Hoeveel mol NO3- zit daarin?
  • als je die hoeveelheden oplost in in totaal 30 + 70 = 100 mL, wat worden dan de concentraties?

Al2+

Het is dat je het zéker weet, maar ik vind het uiterst vreemd dat in een middelbareschoolsommetje met zo'n ongewoon ion wordt gewerkt. Ik ben het op dit niveau nooit anders dan als Al3+ tegengekomen.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#7

Marko

    Marko


  • >5k berichten
  • 8933 berichten
  • VIP

Geplaatst op 12 juni 2013 - 20:26

Zeker weten of niet: Al2+ bestaat niet. Niet in oplossing althans, en ook niet in aluminiumnitraat.

Zouden Al2+ en Al3+ beide mogelijk zijn (zoals dat bij ijzer het geval is), dan had er aluminium(II)nitraat moeten staan.

Misschien ook mede door deze fout, dat de reactievergelijking bij b) niet klopt.

Cetero censeo Senseo non esse bibendum







Also tagged with one or more of these keywords: scheikunde

0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures