Springen naar inhoud

bewijs complexe vergelijking


  • Log in om te kunnen reageren

#1

heikneuter

    heikneuter


  • 0 - 25 berichten
  • 14 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 14 september 2013 - 19:51

Goedenavond, ik heb van de wiskundeleraar het boekje Complexe getallen van Bert Nijdam en Hans Freudenthal geleend. Ik kom niet uit het volgende stukje:

Toon aan dat iedere kwadratische vergelijking az^2+bz+c=0 (a,b,c∈R en a ≠0) te schrijven is als a(z-α)(z-β)=0 met α,β∈ C.
Een kwadratische vergelijking heeft in C tenminste 1 oplossing; twee als α≠β en 1 als α=β. Wanneer doet dit laatste zich voor?

Kan iemand hier te hulp schieten? B.v.d.
Groeten Michel.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Th.B

    Th.B


  • >250 berichten
  • 523 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 september 2013 - 20:57

Ken je de standaardoplossing voor een kwadratische vergelijking (de abc-formule)? Daar had je 3 gevallen: D > 0 geeft 2 oplossingen, D = 0 geeft er 1 en D < 0 betekent geen oplossing in R. De formule blijft precies hetzelfde voor complexe getallen, maar D < 0 geeft nu gewoon 2 oplossingen. Die discriminant is dus meer een maat voor het aantal oplossingen, niet voor of ze bestaan of niet. D = 0 geeft 1 oplossing (de grafiek raakt x-as) en D niet-nul betekent 2 oplossingen, beide met complex deel 0 of complex deel niet-nul.

#3

Safe

    Safe


  • >5k berichten
  • 9907 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 15 september 2013 - 11:54

Je moet dus laten zien dat je alpha en beta altijd in de vorm p+qi kan schrijven. Denk eraan dat a,b,c element van R zijn.
Op dit punt in dit boekje kan je het nog niet laten zien voor a,b,c element van C ...

Veranderd door Safe, 15 september 2013 - 11:55


#4

tempelier

    tempelier


  • >1k berichten
  • 1765 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 17 september 2013 - 16:51

Een beroep op de abc-formule lijkt me onjuist, er zou dan eerst aangetoond moeten worden dat die ook voor complexe waarden geldt.

Het bewijs kan gevonden worden via kwadraat afsplitsen.
(dat is ook een van de manieren om de abc-formule te vinden)
In de wiskunde zijn er geen Koninklijke wegen Majesteit.

#5

Safe

    Safe


  • >5k berichten
  • 9907 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 17 september 2013 - 19:06

@tempelier
Gegeven: a, b en c uit R, ...

#6

tempelier

    tempelier


  • >1k berichten
  • 1765 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 17 september 2013 - 19:31

@tempelier
Gegeven: a, b en c uit R, ...

Klopt.
Maar het gaat er om of de complexe antwoorden ook daadwerkelijk complexe oplossingen zijn.
Daarvoor moet de afleiding wel worden nagelopen.

Vergeet ook niet dat vormen met wortels zich in C wat anders benadert moeten worden.
Niet voor niets wordt de vorm LaTeX vermeden.

Veranderd door tempelier, 17 september 2013 - 19:32

In de wiskunde zijn er geen Koninklijke wegen Majesteit.

#7

Safe

    Safe


  • >5k berichten
  • 9907 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 17 september 2013 - 20:35

De afleiding van de abc-formule is altijd geldig, maar als (in C) de discriminant complex is kan je niet 'zomaar' worteltrekken ...

Veranderd door Safe, 17 september 2013 - 20:36


#8

tempelier

    tempelier


  • >1k berichten
  • 1765 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 17 september 2013 - 20:38

Dat is waar, maar toch moet het wel eerst worden aangetoond dat je er zo mee mag werken.
In de wiskunde zijn er geen Koninklijke wegen Majesteit.

#9

Th.B

    Th.B


  • >250 berichten
  • 523 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 17 september 2013 - 21:42

Ik kan niet begrijpen wat nu volgens tempelier het probleem is. Voor a, b, c, uit R is de gegeven formule geldig want je splitst gewoon het kwadraat af etc. en je weet dat de complexe antwoorden ook complexe oplossingen zijn, immers ze voldoen aan de vergelijking omdat de afleiding klopt in al zijn algemeenheid. Dat je er nog wat moeilijker over kan doen als a, b, c complex deel ongelijk aan nul hebben, daar kan ik me wat bij voorstellen.

#10

heikneuter

    heikneuter


  • 0 - 25 berichten
  • 14 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 19 september 2013 - 19:51

Dank voor jullie aanwijzingen, toen ik wist waar ik moest beginnen bleek het eigenlijk heel eenvoudig.
Ik ben er inmiddels wel achter dat de wiskundeleerlingen in de jaren 70 wat meer leerden dan wij nu bij wiskunde B, het is zeker een leerzaam boekje.

#11

Safe

    Safe


  • >5k berichten
  • 9907 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 19 september 2013 - 20:31

Laat je bewijs eens zien ...

#12

mathfreak

    mathfreak


  • >1k berichten
  • 2460 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 21 september 2013 - 12:20

Ik ben er inmiddels wel achter dat de wiskundeleerlingen in de jaren 70 wat meer leerden dan wij nu bij wiskunde B, het is zeker een leerzaam boekje.

Even ter aanvulling: het boekje wat jij noemde was een van de keuze-onderwerpen voor Wiskunde II. Dit was een keuzevak waarbij de nadruk werd gelegd op vectormeetkunde, matrices en determinanten. Leerlingen die een exact-wetenschappelijke vervolgopleiding wensten te volgen moesten Wiskunde I kiezen, dat naast analyse (limieten, continuïteit, differentiaal- en integraalrekening en differentiaalvergelijkingen van de eerste orde) ook kansrekening en statistiek bevatte.
"Mathematics is a gigantic intellectual construction, very difficult, if not impossible, to view in its entirety." Armand Borel

#13

heikneuter

    heikneuter


  • 0 - 25 berichten
  • 14 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 21 september 2013 - 15:49

Laat je bewijs eens zien ...

Ik vervang alfa even door x en beta door y.
 a(z-x)(z-y)=0 geeft z = x of z= y
Dus moet je voor x en y de oplossingen van de abc-formule kiezen, zodat de oplossingen hetzelfde zijn als bij de originele vergelijking:
x=  (-b+√(b^2-4ac))/2a en y=(-b-√(b^2-4ac))/2a  
a(z-x)(z-y)=a(z^2-(x+y)z+xy)
x+y=  (-b+√(b^2-4ac)-b-√(b^2-4ac)  )/2a=  (-2b)/2a=-b/a  
xy=  (-b+√D)/2a  ×  (-b-√D)/2a=  (b^2-D)/〖4a〗^2   =  (b^2-(b^2-4ac))/(4a^2 )=  4ac/(4a^2 )=  c/a
De gevonden x + y en xy invullen geeft dan:
a(z^2-(x+y)z+xy=a(z^2+b/a  z+c/a)=az^2+bz+c

Veranderd door heikneuter, 21 september 2013 - 16:04


#14

heikneuter

    heikneuter


  • 0 - 25 berichten
  • 14 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 21 september 2013 - 16:07

Excuses dat het er zo onduidelijk staat, weet iemand hoe je de formules goed in moet voeren?

#15

mathfreak

    mathfreak


  • >1k berichten
  • 2460 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 21 september 2013 - 16:54

Zie http://www.wetenscha...k-ik-met-latex/ voor het weergeven van wiskundige formules en dergelijke.
"Mathematics is a gigantic intellectual construction, very difficult, if not impossible, to view in its entirety." Armand Borel





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures