Springen naar inhoud

Reactie calciumcarbonaat en zoutzuur



  • Log in om te kunnen reageren

#1

wvjb

    wvjb


  • >25 berichten
  • 65 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 01 februari 2014 - 15:20

Hallo,

Wij hebben een practicum gedaan waar we gingen kijken naar de reactie tussen calciumcarbonaat en zoutzuur.
We dedenverschillende verschillende hoeveelheden in een oplossing(1 mol/Liter, wij hebben 10 mL gebruikt dus 0,01 mol)

De reactievergelijking is:
CaCO3 + 2 HCL --> CO2 + Ca2+ + H2O + 2 CL-

CaCO3 + 2 HCL
0,005 mol + 0,01 mol

massa CaCO3 = 100,09 gram/mol

gram 100,09 0,05
mol 1 0,005

De stoffen reageren dus bij 0,05 gram, dan word er geen CO2 meer gevormd.

De resultaten van ons:

0,2 gram --> 20 mL CO2
0,4 gram --> 60 mL CO2
0,6 gram --> 70 mL CO2
0,8 gram --> 70 mL CO2

Heeft iemand misschien nog verbeteringen/ toevoegingen?
Of weet iemand hier nog meer over te vertellen?

Alvast bedankt!

·

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Margriet

    Margriet


  • >1k berichten
  • 2137 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 01 februari 2014 - 16:03

Je berekent 0,05 g CaCO3. Reken dat nog eens na.

Verder kleinigheden: Het is Cl en niet CL en het de molmassa van CaCO3 die is 100,09 g/mol

Heb je al geleerd dat je HCl ook in ionen kunt schrijven?

#3

wvjb

    wvjb


  • >25 berichten
  • 65 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 01 februari 2014 - 16:14

Je berekent 0,05 g CaCO3. Reken dat nog eens na.

Verder kleinigheden: Het is Cl en niet CL en het de molmassa van CaCO3 die is 100,09 g/mol

Heb je al geleerd dat je HCl ook in ionen kunt schrijven?


Dat CL Cl moest zijn was inderdaad een foutje,
De docent had het zo op het bord geschreven, maar ik heb het even na gerekend en het moet 0,5 gram zijn.
We hebben het wel gehad, alleen ik weet niet hoe je het bij HCL moet schrijven.
Weet je misschien ook wat voor reactie dit is?

Hartstikke bedankt!

Veranderd door wvjb, 01 februari 2014 - 16:18


#4

Margriet

    Margriet


  • >1k berichten
  • 2137 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 01 februari 2014 - 16:52

............ ik heb het even na gerekend en het moet 0,5 gram zijn.

Klopt.

We hebben het wel gehad, alleen ik weet niet hoe je het bij HCL moet schrijven.

Je kunt het schrijven als H+ + Cl- of als H3O+ + Cl-. Maar als je nog niet zo ver bent mag je van mij best HCl schrijven hoor.

Weet je misschien ook wat voor reactie dit is?

Die vraag heb je al in een ander topic gesteld en die heb ik daar beantwoord.

Veranderd door Margriet, 01 februari 2014 - 16:55


#5

wvjb

    wvjb


  • >25 berichten
  • 65 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 01 februari 2014 - 17:22

Ik laat het wel zo, ik snap het namelijk niet echt.
Hahaha laat maar, mijn geheugen laat me in de steek.

Ik heb dit nu:

Het maximale wat gevormd kan worden (70 mL)
70 x 1,986 · 10-3 = 0,139 gram
0,139 ÷ 44,01 = 0,003 mol
Alleen heb ik nu weer een probleem, want ik snap niet hoe je kunt berekenen hoeveel deeltjes er gevormd worden.
Snap je dat ook misschien?

#6

Margriet

    Margriet


  • >1k berichten
  • 2137 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 01 februari 2014 - 17:31

Wil je misschien, om te voorkomen dat we de verkeerde weg inslaan, de volledige vraag eens posten?

#7

mathfreak

    mathfreak


  • >1k berichten
  • 2458 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 01 februari 2014 - 18:03

Hoeveel deeltjes zitten er in 1 mol? Als je dat weet, weet je ook wat het totaal aantal te berekenen deeltjes wordt.
"Mathematics is a gigantic intellectual construction, very difficult, if not impossible, to view in its entirety." Armand Borel

#8

wvjb

    wvjb


  • >25 berichten
  • 65 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 01 februari 2014 - 18:08

Natuurlijk,

De onderzoeksvraag is:
In welke massaverhouding en molverhouding reageren calciumcarbonaat en zoutzuur.
Verwerkings vragen zijn:
1. Leg uit bij welke hoeveelheden calciumcarbonaat in overmaat aanwezig is en in welke hoeveelheden zoutzuur.
(ik dacht dat vanaf 0,5 gram calciumcarbonaat in overmaat aanwezig was, alleen ik snap niet helemaal wat voor antwoord ze willen, misschien een berekening?)
2. lees uit de grafiek (de we moesten maken) af vanaf welke hoeveelheid calciumcarbonaat er genoeg zoutzuur was om mee te reageren (ik dacht gewoon 0,5 gram)
3. bereken de massa van het HCl dat je bij elke proef hebt gebuikt ( 10 x 1,18 = 11,8 gram )
4. bepaal de molverhouding waarin calciumcarbonaat en zoutzuur met elkaar gereageerd hebben (0,005 mol calciumcarbonaat en 11,8 : 36,46 = 0,32, alleen het was een oplossing die 18,3 gram HCl bevat, moet je daar rekening mee houden?)
5. bepaal de massa verhouding waarin calciumcarbonaat en zoutzuur met elkaar gereageerd hebben ( ...en 36,46?)

Hoeveel deeltjes zitten er in 1 mol? Als je dat weet, weet je ook wat het totaal aantal te berekenen deeltjes wordt.

Ik heb geen idee eerlijk gezegd

#9

Margriet

    Margriet


  • >1k berichten
  • 2137 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 01 februari 2014 - 19:05

1. Leg uit bij welke hoeveelheden calciumcarbonaat in overmaat aanwezig is en in welke hoeveelheden zoutzuur.

Het lijkt me dat je hier moet kijken naar de resultaten van het experiment.

Kijk eens naar het aantal ml CO2 .
Neemt dit toe als je van 0,2 g naar 0,4 g CaCO3 gaat?
En als je van 0,4 naar 0,6 g gaat neemt het dan evenveel toe? En daarna?

Wat kun je daaruit concluderen?
Of anders: bij welke van de vier experimenten was er nog een overmaat HCl aanwezig?
En bij welke van de vier experimenten een overmaat CaCO3?

#10

wvjb

    wvjb


  • >25 berichten
  • 65 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 01 februari 2014 - 19:42

1. Leg uit bij welke hoeveelheden calciumcarbonaat in overmaat aanwezig was en bij welke hoeveelheden het zoutzuur in overmaat aanwezig was.

Vanaf 0,5 gram was calciumcarbonaat in overmaat aanwezig, en bij minder dan 0,5 gram was HCl in overmaat aanwezig.

2. Lees uit de grafiek af bij hoeveel calciumcarbonaat er precies genoeg zoutzuur was om te reageren.

Bij 0,5 gram calciumcarbonaat

3. Bereken de massa van het HCl dat je elke proef hebt gebruikt.

18,3 gram/liter dus 18,3/100=0,183 gram/10 mL

4. Bepaal de massaverhouding waarin calciumcarbonaat en HCl met elkaar hebben gereageerd.

CaCO3 weegt 100,09 gram/mol

HCl weegt 36,46 gram/mol

100,09 : 36,46

5. bepaal de molverhouding waarin calciumcarbonaat en zoutzuur met elkaar gereageerd hebben

0,005 mol calciumcarbonaat en 0,183 : 36,46 = 0,005 mol

0,005 : 0,005


ik heb nu dit klopt dat?


#11

Fuzzwood

    Fuzzwood


  • >5k berichten
  • 11101 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 01 februari 2014 - 19:45

Gebruik je bij 3 nu de dichtheid van gasvormig zoutzuur dat je helemaal niet gebruikt hebt? ;)

#12

Margriet

    Margriet


  • >1k berichten
  • 2137 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 01 februari 2014 - 19:57

1. Leg uit bij welke hoeveelheden calciumcarbonaat in overmaat aanwezig was en bij welke hoeveelheden het zoutzuur in overmaat aanwezig was.

Vanaf 0,5 gram was calciumcarbonaat in overmaat aanwezig, en bij minder dan 0,5 gram was HCl in overmaat aanwezig.

Het is naar mijn idee de bedoeling dat je voor elk van de vier experimenten aangeeft welke stof in overmaat aanwezig is. Een experiment met 0,5 g is er niet bij.

2. Lees uit de grafiek af bij hoeveel calciumcarbonaat er precies genoeg zoutzuur was om te reageren.

Bij 0,5 gram calciumcarbonaat

Als ik de grafiek teken kom ik niet uit op 0,5 g.

De berekende waarde is 0,5 g maar uit de grafiek blijkt een lagere waarde.


#13

wvjb

    wvjb


  • >25 berichten
  • 65 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 01 februari 2014 - 20:03

Dat is niet de dichtheid, het is een oplossing die 18,3 gram per liter bevat, dus 0,183 gram per 10 mL
We hebben in de les uitgerekend dat de stoffen bij 0,5 gram reageren.
Dus vanaf dat punt houd het op met vormen van CO2.
Hoe kun je dat dan per proef bepalen? hoe kun je precies zien dat een stof in overmaat aanwezig is?
Bij welk punt in de grafiek moet je kijken dan, niet bij de waarde waar ze reageren?

#14

Margriet

    Margriet


  • >1k berichten
  • 2137 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 01 februari 2014 - 20:32

Hoe kun je dat dan per proef bepalen? hoe kun je precies zien dat een stof in overmaat aanwezig is?

Bij proef 2 heb je 0,4 g CaCO3 er ontwijkt 60 ml CO2.
Bij proef 3 heb je 0,6 g CaCO3 er ontwijkt 70 ml CO2.

Was er dan bij proef 2 nog HCl over?

#15

wvjb

    wvjb


  • >25 berichten
  • 65 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 01 februari 2014 - 20:34

Ik heb geen idee, daar hoefde we niet op te letten

Veranderd door wvjb, 01 februari 2014 - 20:35







Also tagged with one or more of these keywords: scheikunde

0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures