Springen naar inhoud

Heeft Tegmark gelijk als hij stelt dat in een oneindig universum oneindig veel kopieŽn van onszelf rondlopen?


  • Log in om te kunnen reageren

#1

descheleschilder

    descheleschilder


  • >1k berichten
  • 1165 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 februari 2014 - 15:21

Tegmark beweert dat er vier soorten multiversa zijn: het oneindige (volgens mij mega giga groot), waarin ik hier vanuit ga zonder het ermee eens te zijn aangezien ik zelf geloof in een universum dat zo groot is dat het waarneembare heelal een enorm klein stukje daar van uit maakt, en door inflatie zo enorm groot geworden is, dat het plat lijkt (en oneindig, het deel van Tegmarks oneindige universum waar ik het niet eens mee ben) en bovendien plaats biedt aan vele Hubble volumes.

De drie andere universa zal ik niet op in gaan, aangezien het mij om het type 1 gaat. U kunt vast wel een verhandeling (zie bijvoorbeeld het artikel uit de Amerikaanse editie van de Scientific American uit mei 2003) van Tegmark vinden die de andere drie universa beschrijft.

Tegmark beweert dat in een oneindig universum er vele (mocht het universum toch niet oneindig zijn) tot oneindig veel kopieën van u en mij te vinden zijn die precies hetzelfde zijn tot op het niveau van de elementaire deeltjes.

Maar stel dat ik mij bij de rand van zo'n Hubble volume bevindt, en ik kijk naar de sterren voorbij de rand. Dan zie ik iets anders dan mijn tegenhangers in die andere volumes. Dus
ik ben niet hetzelfde als die zogenaamde kopie van mij.M Met andere woorden, er kunnen geen exacte kopies van mij bestaan aangezien elk Hubble volume contact heeft, via licht met, de omgeving van het Hubble volume, die per definitie anders is, aangezien dat deel van de ruimte dan tot het Hubble volume zou horen.

Is het zo dat de interactie tussen een Hubble volume en zijn omgeving er voor zorgt dat er geen kopien kunnen rondlopen?
Ik lach en dans, dus ik ben; bovendien blijft ondanks de wetenschap het mysterie bestaan!

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

317070

    317070


  • >5k berichten
  • 5567 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 20 februari 2014 - 15:51

Tegmark beweert dat in een oneindig universum er vele (mocht het universum toch niet oneindig zijn) tot oneindig veel kopieën van u en mij te vinden zijn die precies hetzelfde zijn tot op het niveau van de elementaire deeltjes.

Daar is Tegmark dan verkeerd. Die kopieën hoeven niet noodzakelijk te bestaan. Stel je bijvoorbeeld een oneindig groot heelal met 1 planeet in voor. Die planeet bestaat maar één keer. Oneindigheid impliceert helemaal geen periodiciteit of herhaling.

Maar stel dat ik mij bij de rand van zo'n Hubble volume bevindt, en ik kijk naar de sterren voorbij de rand.

Waarom? Vanuit de veronderstelling dat het een exacte kopie is die je gevonden hebt, zien jullie net hetzelfde.
What it all comes down to, is that I haven't got it all figured out just yet
And I've got one hand in my pocket and the other one is giving the peace sign
-Alanis Morisette-

#3

Flisk

    Flisk


  • >1k berichten
  • 1270 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 20 februari 2014 - 16:55

Hij zou gelijk kunnen hebben, maar hij zou er ook naast kunnen zitten. Dit is niet direct toetsbaar.

Je zegt ook, dat er geen kopieën kunnen zijn, omdat je niet dezelfde bent als je kopie.
Ik zie niet in waarom dat niet gaat, een kopie is niet iets dat hetzelfde is. Het is een kopie, en heeft dus dezelfde samenstelling maar leeft in een ander stukje ruimte/tijd. Niet exact hetzelfde dus maar heel erg gelijkend. Mocht dat stukje ruimte/tijd waarin je kopie rondloopt symmetrisch zijn t.o.v. jouw eigen ruimte/tijd. Zie je hetzelfde als je kopie.
Je leest maar niet verder want je, je voelt het begin van wanhoop.

#4

descheleschilder

    descheleschilder


  • >1k berichten
  • 1165 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 februari 2014 - 23:45

Maar dat is het hem nu juist. Tegmark zegt da na een enorme grote afstand in dat oneindige universum (voor mij enorm grote, daar ik denk dat het ruimtelijk een vierdimensionale bol is) een grote bol om ons heen, oneindig maal, in exact dezelfde toestand te vinden is als je maar ver genoeg kijkt. Die bollen echter hebben door middel van licht met elkaar in verbinding gestaan en elkaar veranderd. De omgevingen van die bollen zijn bij definitie (anders had je nog een grotere bol die exacte kopieën zijn) anders, hetgeen betekent dat die bollen waar kopieën van mij zouden rondlopen, door die niet identieke omgevingen beïnvloed zijn, en zo die identieke bollen niet identiek maken. Als we een bol van 2000 lichtjaar nemen, zie ik iets anders na die 2000 lichtjaar dan een ik in een andere bol (als die andere ik zich al zou ontwikkeld kunnen hebben door de interactie van de bollen met hun omgeving).

De enige bol waarin er eentje van mij rondloopt is de bol van het gehele universum (of in het geval van Tegmark in de oneindigheid van het universum), als gevolg van de wisselwerkingen tussen alle bollen met hun omgeving.

Maar stel er loopt een kopie van mij rond die naar een gebied buiten de bol van zeg 10000 lichtjaar (waarbinnen alles identiek is) kijkt. Omdat de bol identiek is aan de bol waar ik mij hier en nu bevindt, zullen wij allebei naar dat gebied buiten die 10000 lichtjaar kijken. Per definitie zien we iets anders (omdat buiten de bollen van 10000 jichtjaar de dingen niet identiek zijn). En omdat wij allebei iets anders waarnemen zijn wij al niet meer identiek.

Je kunt beweren dat er kopieën van mij in dat enorme universum rondlopen die niet exact identiek zijn, maar ik denk er maar één weg is in al die vele deeltjes van dat enorme universum die tot mijn bestaan zal leiden. Elk klein verschil in de beginsituaties in een andere bol zal tot een situatie zonder mij leiden, en eenzelfde beginsituatie zal tot een contradictie leiden (de contradictie dat er geen exacte kopie van mij kan bestaan, zoals we net gezien hebben)
Ik lach en dans, dus ik ben; bovendien blijft ondanks de wetenschap het mysterie bestaan!

#5

WillemB

    WillemB


  • >250 berichten
  • 255 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 24 februari 2014 - 20:40

Tegmark beweert dat in een oneindig universum er vele (mocht het universum toch niet oneindig zijn) tot oneindig veel kopieën van u en mij te vinden zijn die precies hetzelfde zijn tot op het niveau van de elementaire deeltjes.


Daar zijn twee antwoorden op mogelijk,

1.
Daar is een statistisch antwoord op mogelijk, als ik n aantal deeltjes heb in een oneindige reeks, komt elke mogelijkheid ook oneindig veel voor...

Dus ja, in een universum met n aantal deeltjes komt elke combinatie ook oneindig veel voor. Dus ook kwa personen.

2.
Echter als er oneindig veel deeltjes zijn, in een oneindig universum, kan een combinatie meerder malen voorkomen
maar hoeft niet in principe, omdat er dan oneindig veel combinaties mogelijk zijn, bij perfecte ordening zal er geen dubbele combinatie voorkomen.

Dus het hangt af van de vraag is het aantal deeltjes in ons universum oneindig of eindig..?
Sommige beweren dat als het eindig is, omdat als het oneindig zou zijn het in de nacht even helder zou zijn als overdag door het oneindig aantal sterren.

Sinds de uitvinding van tijd, hebben we het niet meer, en kunnen we het ook niet meer vinden.

En wie haast heeft moet langzamer lopen.






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures