Springen naar inhoud

Verstrooiingshoeken / Radiologie


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Wendy1991

    Wendy1991


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 25 maart 2014 - 20:57

Hallo allemaal,

Ik ben bezig met mijn scriptie. Voor mijn scriptie ga ik onderzoek doen, waarbij ik onder twee hoeken ga meten wat daar de strooistraling is (zie bijlage). Weten jullie onder welke hoek de meeste strooistraling is???

Ik heb het volgende geleerd:
Hoe kleiner de verstrooiingshoek is, hoe meer energie de strooistralen hebben. Echter is het wel zo, hoe kleiner de verstrooiingshoek is, hoe minder strooistralen die richting op gaan. De conclusie die hieruit getrokken kan worden is, hoe kleiner de verstrooiingshoek, hoe lager de dosis zal zijn.

Mijn docent heeft het er telkens over dat de strooistraling onder een kleinere hoek meer voorwaarts gericht zijn. Ik snap niet wat ze ermee bedoeld....

Weten jullie hoe dit zit?? Heb het ook al in boeken op ge probeert te zoeken, maar kom er gewoon echt niet uit.

Hoop dat jullie mij kunnen helpen!!!

Bijgevoegde Bestanden


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

descheleschilder

    descheleschilder


  • >1k berichten
  • 1165 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 maart 2014 - 12:26

Zou je een iets duidelijker plaatje kunnen tonen, waarin je de getallen direct plaatst waar ze bij horen? Het is nogal verwarrend.
Wat voor deeltjes schiet je af en op wat voor deeltjes?
Als mevrouw de lerares vermeldt dat een kleine verstrooingshoek meer voorwaarts gericht zal zijn dan denk ik dat zij bedoelt dat de verstrooingshoek (die je in de figuur misschien ook duidelijker kan aangeven) klein is. Het deeltje beweegt zich na de interactie niet ver van de oorspronkelijke richting naar voren. Om dat te bereiken zijn er verschillende mogelijkheden. Probeer eens uit te vinden welke.
Als deeltjes met gelijke energie zich op het doelwit storten zullen die die een grotere afstand tot een reactiedeeltje hebben een kleinere verstrooingshoek vertonen na de reactie. Zij bevinden zich dezelfde tijd op grotere afstand van de rectiedeeltjes en zullen dus minder afgebogen worden, dus is de verstrooingshoek kleiner. Bovendien zijn er op grotereafstand van de reactiedeeltjes meer deeltjes in de afgeschoten bundel te vinden die een grotere afstand hebben tot de reactiedeeltjes.
Graag wat meer informatie. Daarna gaan we kijken of we de vraag kunnen beantwoorden.
Ik lach en dans, dus ik ben; bovendien blijft ondanks de wetenschap het mysterie bestaan!

#3

Wendy1991

    Wendy1991


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 10 april 2014 - 18:33

Bedankt voor de reactie!!

 

Het antwoord is ondertussen al duidelijk. Voor als je het nog wilde weten is dit het antwoord.

 

Voorwaartsgerichte strooistraling, de straling onder een hoek van 29 graden, heeft meer energie dan zijwaartsgerichte strooistraling, de straling onder een hoek van 90 graden. Ter plaatse van het intreevlak ontstaat de meeste strooistraling. Bij voorwaartsgerichte strooistraling hebben de fotonen een hogere energie dan bij zijwaartsgerichte verstrooide fotonen. Echter worden de voorwaartsgerichte verstrooide fotonen in hogere mate door de patiënt verzwakt dan de zijwaartsgerichte verstrooide fotonen. De verwachting is dat ter hoogte van de gonaden een hoger kermatempo gemeten zal worden, dan ter hoogte van de borst.

 

Ik heb het in dit geval over rontgenstraling. Dit is geen mono-energetische straling. De fotonen zullen daarom nooit allemaal een gelijke energie hebben. Eigenlijk wordt in het boven geschreven punt het compton-effect uitgelegd.

 

Nogmaals bedankt voor de reactie!






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures