Springen naar inhoud

Oplosbaarheid



  • Log in om te kunnen reageren

#1

Daaf

    Daaf


  • >25 berichten
  • 48 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 21 mei 2014 - 17:42

Besten,  ik heb door ziekte enkele lessen gemist en heb problemen met oplosbaarheid. Het lukt nog als het bij 1 stof blijft, b.v. AgCl en je voegt er "zoveel mol" zilverionen aan toe in een oplossing "van zoveel ml"  die "zoveel mol" chloride-ionen bevat maar in de volgende oefening is NaOH er me teveel aan en weet ik niet wat te doen. Graag hulp en alvast dank, David

 

Kan Fe(OH)3  neerslaan wanneer men 10-2 mol NaOH voegt bij 100 ml van een oplossing die 10-7 mol ijzerionen bevat?

Ks(Fe(OH)3) = 4*10-38 (mol/l)4

 

 


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Wdeb

    Wdeb


  • >1k berichten
  • 1066 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 21 mei 2014 - 21:48

Nee, dit heeft te maken met het oplosbaarheidsproduct, Ks Weet je wat dat is?

Geef die voorwaarde eens, behorend bij die van het oplossen van ijzer(III)hydroxide.

 

En als je die hebt, kijk eens of de Q groter is van de Ks. Zo ja, dan neerslag.

 

Maar de hoofdvraag van mij is: Heb je enig idee wat evenwichten en oplosbaarheidsproducten zijn? Of is dat nou de les die je gemist hebt?

 

Wdeb

Is liefde Chemie? ...In elk geval is Chemie wel bijna liefde.

#3

Daaf

    Daaf


  • >25 berichten
  • 48 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 22 mei 2014 - 19:33

Beste Wdeb, het zijn inderdaad lessen die ik gemist heb maar ik probeer bij te werken en Ks is volgens mij het product dat moet oplossen. en dat heeft te maken met de reagensproducten (al dan niet gekwadrateerd zoals in het geval van (OH)3) / reactie - producten. Volgens mij staat dat op de achterkant van de tabel van Mendelejev maar op de mijne staat er bij OH- "zeer klein" en Fe (OH)3 zegt als oplosbaarheidsproduct 2,6.10^-39 op de tabel. Ook heeft het te maken dat in H2O ionen van de molecule afgesplitst worden en hier is dat (denk ik) Fe3+ en 3keerOH- en als dat kan zijn het oplosbare producten?

 

Evenwicht is volgens mij dat reagens omgezet wordt tot reactieproduct maar tegelijkertijd reactieproduct tot reagens maar nu kunnen er dingen gebeuren zoals dat je de temperatuur verhoogt of drukverschil maakt en dat verschuift het evenwicht. Bij temp. heeft dat te maken met endo- of exotherme reactie (+warmte of -warmte), -warmte gaat de reagens weer het evenwicht naar de reactieproducten willen leggen en bij druk is het zo dat verlaging ervan betekent dat het evenwicht naar de kant van de meeste deeltjes gaat om te compenseren.

 

Zoals u merkt ben ik even compleet de kluts kwijt...


#4

Wdeb

    Wdeb


  • >1k berichten
  • 1066 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 22 mei 2014 - 20:27

Wauw, je bent de kluts niet echt kwijt. Geen idee waar die wel is, maar ja......ik zie wel het resultaat en een omelet is er niks bij.

 

Een evenwicht heb je niet slecht in je hoofd. Het woord reagens gebruik je wat oneigenlijk, omdat die wordt gebruikt voor het aantonen van stoffen.

 

Bij een evenwicht hoort een evenwichtsvoorwaarde. Zegt dat je iets? Dat is namelijk het rekenkundige stukje eraan.

 


al dan niet gekwadrateerd zoals in het geval van (OH)3) / reactie - producten. Volgens mij staat dat op de achterkant van de tabel van Mendelejev maar op de mijne staat er bij OH- "zeer klein" en Fe (OH)3 zegt als oplosbaarheidsproduct 2,6.10^-39 op de tabel. Ook heeft het te maken dat in H2O ionen van de molecule afgesplitst worden en hier is dat (denk ik) Fe3+ en 3keerOH- en als dat kan zijn het oplosbare producten?

Dit is zeg maar vaag en raar en ik zie eind nog begin eraan.

Het oplossen van ijzer(III)hydroxide kan als volgt weergegeven worden:

Fe(OH)3(s) <--> Fe3+ + 3 OH-

Als er maar weinig ijzer(III) en/of hydroxide aanwezig is, dan mag het oplossen en dus naar rechts aflopen. Maar wat als er nou teveel van deze stoffen in de oplossing zijn, dan verschuift het evenwicht naar links en ontstaat er dus een neerslag. Net zo lang tot er de maximaal toegestane waarde (af te leiden uit de Ks) van de ionen aanwezig zijn. 

 

Dus de vragen voor nu:

1. Hoe stel je vanuit een reactievergelijking een evenwichtsvoorwaarde op?

2. Wat is de evenwichtsvoorwaarde die behoort bij de bovenstaande vergelijking?

 

Wdeb

Is liefde Chemie? ...In elk geval is Chemie wel bijna liefde.

#5

Daaf

    Daaf


  • >25 berichten
  • 48 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 22 mei 2014 - 21:11

Ik weet het niet maar geef me even tijd, ik probeer


#6

Wdeb

    Wdeb


  • >1k berichten
  • 1066 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 24 mei 2014 - 11:46

Tijd hebben we niet tekort, dus neem het.

 

Even een ander vraagje: Welke lesmethode maak jij gebruik van? Welke klas zit je? Welk hoofdstuk/module ben je? We kunnen je met die keuzes misschien beter van aansluitend advies voorzien..

 

Wdeb

Is liefde Chemie? ...In elk geval is Chemie wel bijna liefde.

#7

Daaf

    Daaf


  • >25 berichten
  • 48 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 24 mei 2014 - 16:42

[Fe3+].[OH-]^3 = K
En als K > Ks dan is er neerslag maar het probleem is dat ik niet weet hoe ik K moet berekenen, heeft dat te maken met MM (molaire massa)? Ik moet vast iets doen met die 10^-7 mol ijzerionen uit de opgave? Met die NaOH erbij weet ik het dan al helemaal niet meer. Ik begin echter lichtjes te voelen waar u naartoe wil. Dan heb ik nog een vraagje: "Hoe doe je dat hier om subscript en superscript toe te passen?"

Ik volg volwassenen-onderwijs in België, A(lgemeen)S(ecundair)O(nderwijs), wetenschappen-wiskunde en ik zit in wat noemt "de uitbreiding", volgens mij ongeveer zoals het laatste jaar in het middelbaar onderwijs met het verschil dat bij ons chemie, fysica en biologie niet echt "afzonderlijke" vakken zijn maar een beetje "door elkaar" gegeven worden, dit om het grote verband tussen deze vakken aan te tonen (zo komen b.v. de redoxreacties van chemie weer terug bij de celademhaling van de biologie). Voor chemie zitten we momenteel bij titraties en buffers, daarvoor ging het over pH-waarden en daarvoor over oplosbaarheid. Het tempo is echt snel dus als je lessen mist zit je met problemen.

#8

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44858 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 24 mei 2014 - 16:59

Dan heb ik nog een vraagje: "Hoe doe je dat hier om subscript en superscript toe te passen?"

 

boven het venster waarin je je berichten intypt vind je knopjes X2 en X2

 

voor complete reactievergelijkingen hebben we de chem-tags

ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#9

Wdeb

    Wdeb


  • >1k berichten
  • 1066 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 24 mei 2014 - 17:22

Yeeh, we komen er wel. Ik ga de vergelijking waar het om gaat weergeven, om ook maar direct te oefenen met die Chemtags.
Fe(OH)3 (s) rightleftharpoons Fe3+ (aq) + 3OH- (aq)
 
De bijbehorende evenwichtsvoorwaarde is K = [Fe3+][OH-]3
 Het valt op dat de vaste stof niet in de noemer van de evenwichtsvoorwaarde voor komt. Een uitleg zou uit de volgende vraag kunnen komen: "Wat is dan de concentratie van een vaste stof???".
Doordat hierdoor de evenwichtsvoorwaarde enkel uit een vermenigvuldiging bestaat, noemen we de K waaraan voldaan dient te worden, het oplosbaarheidsproduct, Ks.

 

Terug naar jouw vraag:

 

Kan Fe(OH)3  neerslaan wanneer men 10-2 mol NaOH voegt bij 100 ml van een oplossing die 10-7 mol ijzerionen bevat?

Ks(Fe(OH)3) = 4*10-38 (mol/l)4

 

1. Kan je uitrekenen wat de concentratie van de ionen in de evenwichtsvoorwaarde uit deze vraag afleiden?

2. Kan je uitrekenen wat er dan uit [Fe3+][OH-]3 komt?

 

Ik zie uit naar je antwoorden.

 

Wdeb

 

 

 

Is liefde Chemie? ...In elk geval is Chemie wel bijna liefde.

#10

Daaf

    Daaf


  • >25 berichten
  • 48 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 24 mei 2014 - 19:31

Ok, maar nu ga ik de mist in... Ik moet iets proberen maar ik weet nu echt niet waar ik mee bezig ben. Vanwege die 100ml zou ik zeggen: 10 . 10-7 x  (10 . 10-7)3 en dat geeft de concentratie van Fe3+ + 3OH  sorry maar dit is net het probleem en ik weet niet beter te verzinnen dan dit. De concentratie van een vaste stof heeft volgens mij te maken met de massa van die stof? Ik ben (aq) nog nooit tegengekomen en in mijn cursus wordt dat niet gebruikt.

 

@ Jan; bedankt, ben zo in de war dat ik de balk hierboven niet eens zag.


#11

Wdeb

    Wdeb


  • >1k berichten
  • 1066 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 24 mei 2014 - 20:33

Aq nog nooit tegengekomen....dat kan. Dit stelt de opgeloste fase voor. Als een zout oplost in water, doet het dat door te splitsen in ionen waarbij dan de afzonderlijke ionen omringd worden door watermoleculen (die dipolen zijn). Dit kan worden weergegeven met het achtervoegsel (aq). 

In Nederland gebruiken we de volgende standaard aanduidingen voor de fase waarin een stof zich bevindt:

s = vast (solid)

l = vloeibaar (liquid)

g = gasvorming (gas)

aq = opgelost in water (aq).

Regelmatig zie ik ook vl voor vloeibaar en v voor vast voorbij komen, dus dat mag schijnbaar in België...

 

Terug naar je vraag.

[Fe3+] = concentratie van het Fe3+-ion in mol/L, oftewel Molair. De berekening hiervan is het aantal mol van de stof delen door de hoeveelheid Liter oplosmiddel dat het in opgelost zit. Geef daarvan de berekening eens.

Herhaal dit voor de [OH-] .

 

Wdeb

Is liefde Chemie? ...In elk geval is Chemie wel bijna liefde.

#12

Daaf

    Daaf


  • >25 berichten
  • 48 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 24 mei 2014 - 22:02

Is het dan 10-7/ 0,100l . (10-7)3/ 0,100l? Volgens mij heeft Na hier niet veel te betekenen en gaat het om de OHminnetjes, al val ik dood, dit vind ik nog wel hoor!


#13

Daaf

    Daaf


  • >25 berichten
  • 48 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 27 mei 2014 - 18:52

Kan Fe(OH)3  neerslaan wanneer men 10-2 mol NaOH voegt bij 100 ml van een oplossing die 10-7 mol ijzerionen bevat?

Ks(Fe(OH)3) = 4*10-38 (mol/l)4

 

K= [Fe3+] . [OH-]3

 

[Fe3+] = 10-7 mol/100ml = 10-6 mol/l

 

[OH-] = 10-2 mol/ 100ml = 10-1 mol/l en hier heb ik lang over gedaan eer ik snapte dat ik enkel de 10-6 mol/l van [Fe3+] nodig heb want er is 3 x meer [OH-] dus die 10-1 mol/l is veel teveel en niet nodig. Dus:

 

K = 10-6 mol/l . (3 . 10-6 mol/l)3 = 27 . 10-24 (mol/l)4

 

K > Ks en dus is er neerslag en dit zou allemaal kloppen volgens de labo-assistente.


#14

Wdeb

    Wdeb


  • >1k berichten
  • 1066 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 28 mei 2014 - 09:48

En juist die stap die waar je lang over hebt gedaan, is onjuist. In een evenwicht hoeft niet alles in de correcte verhouding met elkander te zijn. De truc is juist dat je bijvoorbeeld door het toevoegen van één van de stoffen, je een verschuiving in het evenwicht kan krijgen.

 

Het mag wel, maar dan bepaal je wat anders. Niet de K (die bij actuele concentraties eigenlijk Q wordt genoemd, maar dat heeft te maken met evenwichten die wel een teller en noemer hebben, dus dat je de Quotient bepaald). 

 

Er zijn dus twee manieren om dit te benaderen:

1. Stel, ik breng een bepaalde hoeveelheid zout in een hoeveelheid water en bedenk of in theorie als alles op zou lossen. Als de K groter is dan de Ks, dan kan het dus niet allemaal oplossen en dus krijg je een gedeelte dat niet oplost en dus een neerslag. Dit hebt je samen met de labo-assistente gedaan, maar hier wordt er dus vanuit gegaan dat je eerst bedenkt welk ion er in overmaat is tov de andere.

2. Stel, ik breng een aantal ionen samen in een oplossing. Ik bereken de concentratie van die ionen en vul die in in de evenwichtsvoorwaarde. Als de uitkomst daarvan groter is dan de Ks, dan een neerslag.

 

De laatste methode laat je daarna ook makkelijker verder rekenen naar hoeveel ionen er dan overblijven etc. En komt ook beter overeen met de werkelijkheid van uitvoering...

 

Wdeb

Is liefde Chemie? ...In elk geval is Chemie wel bijna liefde.

#15

Daaf

    Daaf


  • >25 berichten
  • 48 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 28 mei 2014 - 19:25

't Is ook nooit goed he :?  ik dacht net dat ik goed had nagedacht door te zeggen dat ook OH- met 10-6 mol/l . 3 en ^3 reageert want die overige OH- blijft toch gewoon in de H2O zweven?? Terwijl je wat bruin spul op de bodem van je bekerglas krijgt? Had ik dan zo moeten rekenen: 10-6 . (3 . 10-1)3 = 0,27-8 ? En is dat de echte K? Hoe noemt dan hetgene ik berekend heb met die 10-6? Is het "slecht" wat ik deed? U moet er rekening mee houden dat ik een beginneling ben en eigenlijk niks van chemie afweet, Het is fantastische materie maar wel niet van de poes he! Kunt u mij verduidelijken hoe het echt moet?

 

Dank en groeten, David







Also tagged with one or more of these keywords: scheikunde

0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures