Springen naar inhoud

Aminozuursequentie/inhibitor/kruising



  • Log in om te kunnen reageren

#1

Asmahan

    Asmahan


  • 0 - 25 berichten
  • 25 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 22 mei 2014 - 07:01

Hallo iedereen,

 

Ik zit echt vast bij het oplossen van onderstaande vragen, zou iemand me een hand kunnen helpen / tips geven ?

 

* De aminozuursequentie van organismen duidt de graad van verwantschap aan. Leg uit of je verwacht dat de verschillen tussen alle eiwitten van twee verschillende soorten even groot zullen zijn. Waarom wel/niet ?

 

*Leg uit hoe je onderzoekt of een inhibitor competitief of niet-competitief is (je kan de structuur van de moleculen niet bekijken).

 

*Een kruising van een tetraploïde watermeloen en een diploïde watermeloen levert een triploïde watermeloen. Hoe komt dit ? Kan de triploïde mitose ondergaan? en meiose ?

 

 

Alvast bedankt

 

Vriendelijke groetjes,

Asmahan


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Wdeb

    Wdeb


  • >1k berichten
  • 1066 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 22 mei 2014 - 14:39

Tsja, dit is wel heel erg kort door de bocht....wat weet je wel?

 

Bij 1.

Wat is een aminozuursequentie?

Wat heeft dit met eiwitten te maken?

 

Bij 2.

Wat is een inhibitor?

Wat betekenen de begrippen competitief en niet-competitief?

Wat zou je onderzoeken als je dergelijke eigenschappen zou willen testen?

 

Bij 3.

Wat is een kruising?

Wat is een tetraploïde, diploïde, triploïde watermeloen

Wat is mitose? En meiose?

 

Als je deze vragen nou eens ongeveer beantwoord. Kort, per vraagje een goed lopende zin die ook wat zegt, dan zie je het licht. Of wij kunnen je dan verder helpen. En niet zomaar je huiswerkmakers zijn.

 

Wdeb

Is liefde Chemie? ...In elk geval is Chemie wel bijna liefde.

#3

Asmahan

    Asmahan


  • 0 - 25 berichten
  • 25 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 22 mei 2014 - 18:25

Het was volledig niet mijn intentie om een antwoord cadeau te krijgen. Ik zei nog expliciet : handje helpen / tip geven.

 

1. Elke eiwit bestaat uit een specifieke volgorde van aminozuren = aminozuursequentie.  De aminozuursequentie en de vorm van de eiwit bepaalt wat de functie ervan is.

 

2. Een inhibitor is een molecule die zich kan binden aan een enzym. De competitieve inhibitor bindt zich aan de actieve zijde van de enzym, terwijl de niet-competitieve inhibtor zich aan de non-actieve zijde van het enzym bindt. Moest ik weten over welke enzym het gaat, dan zou ik de al dan niet competitieve inhibitor met de molecule laten 'reageren' en vervolgens het substraat waarmee het enzym reageert aanbrengen : indien er zich een reactie voordoet, was de inhibitor niet competitief, indien er zich geen reactie voordoet, was de inhibitor competitief. Maar in het geval dat de vorm niet weergegeven wordt , zou ik niet weten hoe dit te bepalen ?

 

3. Kruising = twee planten/dieren met verschillende eigenschappen seksueel laten voortplanten.

Tripoloide = cel dat 3 exemplaren van elk chromosoom bevat (uitgezonderd de geslachtscellen)
Tetraploide = cel dat 4 exemplaren van elk chromosoom bevat (uitgezonderd de geslachtscellen)
Diploïde = cel dat 2 exemplaren van elk chromosoom bevat (uitgezonderd de geslachtscellen)

 

Mitose = celdeling van lichaamscellen -> verdubbeling van chromosomen -> moedercel wordt in 2 identieke dochtercellen gesplitst

 

Meiose = geslachtsdeling , het verloopt zoals de mitose maar hier worden de chormosomen niet verdubbeld -> geslachtscellen met elk de helft van het aantal chromosomen van de oorspronkelijke cel.

 


#4

QuarkSV

    QuarkSV


  • >250 berichten
  • 723 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 25 mei 2014 - 12:02

Probeer eens bij je vragen jouw antwoord (wat je tot nu weet/hebt) kort samen te vatten en te onderbouwen. Op die manier zien we waar je de mist in gaat of misschien wel de juiste verklaring geeft...

Help WSF eiwitten vouwen in de VRIJE TIJD van je computer...

Surf & download: folding.stanford.edu. Team nummer: 48658.


#5

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44867 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 25 mei 2014 - 13:19

Opmerking moderator :

Probeer eens bij je vragen jouw antwoord (wat je tot nu weet/hebt) kort samen te vatten en te onderbouwen. Op die manier zien we waar je de mist in gaat of misschien wel de juiste verklaring geeft...

Een klein beetje directer mag wel hoor  ;) . Die huiswerkmachineregel is er voor de geest, en niet de letter ervan. Ik vind niet dat Asmahan hier "misbruik" aan het maken is. Zulke heldere materie is dit allemaal niet.

ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#6

QuarkSV

    QuarkSV


  • >250 berichten
  • 723 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 25 mei 2014 - 15:50

Oké dan, wel laat ons dan beginnen met vraag 1 (aminozuursequentie).

 

Je weet dat eiwitten bestaan uit een keten van aminozuren die een 3D structuur aanneemt. Hoe nauwer 2 organismen verwant zijn met elkaar, hoe kleiner de verschillen tussen de aminozuursequenties (eiwitten).

 

Nu gaan ze bij jouw vraag nog een stapje verder. Zijn de verschillen even groot voor alle eiwitten, vergeleken in 2 organismen... Bij die vraag moet je goed beseffen dat bepaalde eiwitten zéér "belangrijk" zijn in ons lichaam (en dat van andere organismen) en sommige zelfs zodanig "belangrijk" dat disfunctioneren ervan, catastrofaal zal zijn. Belangrijke eiwitten (bv hemoglobine) zullen in aminozuursequentie relatief gezien niet veel verschillen tussen verschillende organismen, omdat ze zodanig belangrijk zijn. Organismen die een aminozuursequentie voor Hb hebben, die zorgt voor een minder goed functionerend Hb, zullen "weg geselecteerd" worden in de natuur. Andere eiwitten die niet zó "belangrijk" zijn (doordat hun functie ook door andere eiwitten wordt uitgevoerd bv), kunnen meer in aminozuursequentie gaan verschillen. Het verschillend zijn van de aminozuursequentie van minder "belangrijke" eiwitten, zal minder zware/strenge gevolgen hebben.

 

Je kan dus stellen dat niet alle verschillen tussen alle eiwitten van twee verschillende soorten even groot zullen zijn.

 

Kan je dit volgen?

Veranderd door QuarkSV, 25 mei 2014 - 15:55

Help WSF eiwitten vouwen in de VRIJE TIJD van je computer...

Surf & download: folding.stanford.edu. Team nummer: 48658.


#7

Wdeb

    Wdeb


  • >1k berichten
  • 1066 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 25 mei 2014 - 16:26

Voor vraag 2. Wat weet je van Enzymkinetiek? Want wat heeft het voor de reactiesnelheid (een enzym is een biokatalysator) voor invloed als je een inhibitor toe voegt? Dan zal het vast iets langzamer gaan, niet? (die laatste vraag is retorisch en het antwoord de daarvoor door mij gestelde vraag).

 

Maar nu dan het verschil tussen de twee soorten inhibitoren. Wat heeft het voor effect op de snelheid als je een competatieve inhibitor hebt en die concentratie maak je zeer hoog? En wat als het heel veel substraat toevoeg??

 

En als je er aan toe bent, stel dezelfde vragen voor de non-C en produceer hier ook de antwoorden.

 

Wdeb

Is liefde Chemie? ...In elk geval is Chemie wel bijna liefde.

#8

Asmahan

    Asmahan


  • 0 - 25 berichten
  • 25 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 25 mei 2014 - 16:43

Oké dan, wel laat ons dan beginnen met vraag 1 (aminozuursequentie).

 

Je weet dat eiwitten bestaan uit een keten van aminozuren die een 3D structuur aanneemt. Hoe nauwer 2 organismen verwant zijn met elkaar, hoe kleiner de verschillen tussen de aminozuursequenties (eiwitten).

 

Nu gaan ze bij jouw vraag nog een stapje verder. Zijn de verschillen even groot voor alle eiwitten, vergeleken in 2 organismen... Bij die vraag moet je goed beseffen dat bepaalde eiwitten zéér "belangrijk" zijn in ons lichaam (en dat van andere organismen) en sommige zelfs zodanig "belangrijk" dat disfunctioneren ervan, catastrofaal zal zijn. Belangrijke eiwitten (bv hemoglobine) zullen in aminozuursequentie relatief gezien niet veel verschillen tussen verschillende organismen, omdat ze zodanig belangrijk zijn. Organismen die een aminozuursequentie voor Hb hebben, die zorgt voor een minder goed functionerend Hb, zullen "weg geselecteerd" worden in de natuur. Andere eiwitten die niet zó "belangrijk" zijn (doordat hun functie ook door andere eiwitten wordt uitgevoerd bv), kunnen meer in aminozuursequentie gaan verschillen. Het verschillend zijn van de aminozuursequentie van minder "belangrijke" eiwitten, zal minder zware/strenge gevolgen hebben.

 

Je kan dus stellen dat niet alle verschillen tussen alle eiwitten van twee verschillende soorten even groot zullen zijn.

 

Kan je dit volgen?

 

Perfect! Deze informatie steekt 'ergens in mijn achterhoofd', heb er nooit op deze manier over nagedacht. Hartelijk dank ! !


Voor vraag 2. Wat weet je van Enzymkinetiek? Want wat heeft het voor de reactiesnelheid (een enzym is een biokatalysator) voor invloed als je een inhibitor toe voegt? Dan zal het vast iets langzamer gaan, niet? (die laatste vraag is retorisch en het antwoord de daarvoor door mij gestelde vraag).

 

Maar nu dan het verschil tussen de twee soorten inhibitoren. Wat heeft het voor effect op de snelheid als je een competatieve inhibitor hebt en die concentratie maak je zeer hoog? En wat als het heel veel substraat toevoeg??

 

En als je er aan toe bent, stel dezelfde vragen voor de non-C en produceer hier ook de antwoorden.

 

Wdeb

 

Als ik heel veel van de competitieve inhibitor toevoeg, zal de reactiesnelheid aanzienlijk moeten afnemen. Als ik vervolgens heel veel substraat toevoeg, en opmerk dat de reactiesnelheid toegenoemen is, kan het niet anders dan dat het substraat zich heeft gehecht aan de actieve zijde van 't enzyme. Dit geeft dat de inhibitor niet competitief moet zijn.

 

Klopt deze redenering ?

 

PS: Bedankt voor de hulp.


#9

QuarkSV

    QuarkSV


  • >250 berichten
  • 723 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 25 mei 2014 - 20:14

Voor vraag 3, de 'geslachtscellen' van tetraploïde (4n) organismen zijn diploïd (2n) en die van diploïde organismen zijn haploïd (1n). Als die nu samenkomen bij bevruchting, krijg je logischerwijze triploïde organismen (3n)... Akkoord?

 

Denk nu zelf even na over, al dan niet, mogelijke problemen bij mitose/meiose in het geval van triploïde organismen (het antwoord zit hem in de combinatie van het verschil tussen mitose en meiose en de betekenis van triploïd zijn)...

 

Laat maar weten als je iets hebt  ;)

Veranderd door QuarkSV, 25 mei 2014 - 20:25

Help WSF eiwitten vouwen in de VRIJE TIJD van je computer...

Surf & download: folding.stanford.edu. Team nummer: 48658.


#10

Asmahan

    Asmahan


  • 0 - 25 berichten
  • 25 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 25 mei 2014 - 20:54

Voor vraag 3, de 'geslachtscellen' van tetraploïde (4n) organismen zijn diploïd (2n) en die van diploïde organismen zijn haploïd (1n). Als die nu samenkomen bij bevruchting, krijg je logischerwijze triploïde organismen (3n)... Akkoord?

 

Denk nu zelf even na over, al dan niet, mogelijke problemen bij mitose/meiose in het geval van triploïde organismen (het antwoord zit hem in de combinatie van het verschil tussen mitose en meiose en de betekenis van triploïd zijn)...

 

Laat maar weten als je iets hebt  ;)

 

Ik denk dat het een probleem vormt bij de mitose, omdat tijdens die celdeling de chromosomen evenredig verdeeld moeten worden tussen 2 dochtercellen, wat in het geval van een oneven aantal chromosomen logischerwijs een probleem vormt. (?)


#11

QuarkSV

    QuarkSV


  • >250 berichten
  • 723 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 mei 2014 - 09:22

Ik denk dat het een probleem vormt bij de mitose, omdat tijdens die celdeling de chromosomen evenredig verdeeld moeten worden tussen 2 dochtercellen, wat in het geval van een oneven aantal chromosomen logischerwijs een probleem vormt. (?)

 

Niet helemaal correct, maar je denkt in de juiste richting.

 

Bij mitose wordt er slechts 1x verdeeld en resulteert dit dus in 2 "dochtercellen" (1 -> 2). Dus teken eens een TRIPLOÏDE cel die mitose ondergaat en dus 2 "dochtercellen" levert (wat is er mogelijk?)... Lukt dit? Herinner dat haploïde cellen ook "oké" zijn hé...

 

Bij meiose wordt er 2x verdeeld en resulteert dit dus in 4 "dochtercellen" (1 -> 2 -> 4). Dus teken eens een TRIPLOÏDE cel die meiose ondergaat en dus 4 "dochtercellen" levert... Lukt dit?

 

EDIT: bij het tekenen teken je best gewoon in de "moedercel" één bepaald chromosoom dus gewoon 3x chromosoom 1 of 14 of 20 (welk maakt niet uit, is gewoon illustratief)

Veranderd door QuarkSV, 26 mei 2014 - 09:30

Help WSF eiwitten vouwen in de VRIJE TIJD van je computer...

Surf & download: folding.stanford.edu. Team nummer: 48658.


#12

Asmahan

    Asmahan


  • 0 - 25 berichten
  • 25 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 26 mei 2014 - 19:14

 

Niet helemaal correct, maar je denkt in de juiste richting.

 

Bij mitose wordt er slechts 1x verdeeld en resulteert dit dus in 2 "dochtercellen" (1 -> 2). Dus teken eens een TRIPLOÏDE cel die mitose ondergaat en dus 2 "dochtercellen" levert (wat is er mogelijk?)... Lukt dit? Herinner dat haploïde cellen ook "oké" zijn hé...

 

Bij meiose wordt er 2x verdeeld en resulteert dit dus in 4 "dochtercellen" (1 -> 2 -> 4). Dus teken eens een TRIPLOÏDE cel die meiose ondergaat en dus 4 "dochtercellen" levert... Lukt dit?

 

EDIT: bij het tekenen teken je best gewoon in de "moedercel" één bepaald chromosoom dus gewoon 3x chromosoom 1 of 14 of 20 (welk maakt niet uit, is gewoon illustratief)

 

Is het niet zo dat je bij de mitosis dan allerlei mogelijkheden hebt (aantal chromosomen in dochtercel 1, aantal chromosomen in dochtercel 2) : (1,5), (5,1), (2,4), (4,2), ...
Is het echter niet zo dat dochtercellen identiek horen te zijn ?

Bij meiose 1 is er eigenlijk een zelfde redenering als bij de mitose, maar bij meiose 2 moeten de 3 chromosomen verdeeld worden over twee cellen en ontstaat er bijgevolg een probleem.

 

Ik ben wat in de war met wanneer er precies in welk stadium diploïde en haploïde cellen ontstaan ...


#13

QuarkSV

    QuarkSV


  • >250 berichten
  • 723 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 mei 2014 - 20:12

We beginnen wat van het goeie pad af te wijken... Het is me niet duidelijk wat die "(1,5), (5,1), (2,4), (4,2)" betekenen, maar laat me een tip geven:

 

De mitose is voor triploïdy geen probleem omdat er gewoon één moedercel zal worden gedeeld naar 2 identieke dochtercellen. De chromosomen (neem nu even in gedachten dat we enkel 3x chromosoom 1 bezitten) gaan zich (die "X" vorm, 3x) in het evenaarsvlak gaan leggen en elk paar wordt "in 2 getrokken" en je krijgt 2 dochtercellen die ook triploïd zijn (3n). Daar is dus geen probleem mee. Je krijgt 2 dochtercellen die identiek zijn aan de oorspronkelijke moedercel (triploïd).

 

Bij meiose is er iets anders: in de eerste fase, na het repliceren van de chromosomen, gaat de helft van de chromosomen naar één dochtercel en de andere helft naar een andere dochtercel. In de tweede fase, splitsen die 2 dochtercellen en de zusterchromatiden worden verdeeld over 4 cellen (die zijn haploïd omdat 2n -> n) en die 4 cellen hebben elk de helft van het oorspronkelijke genetische materiaal dat de moedercel had. Je krijgt uit 1 diploïde cel, 4 haploïde cellen. Dit is het diploïde geval (2n)!!

 

Bij triploïdy (3n!) gaat er iets niet lukken in de meiose (fase 1 of fase 2 is de vraag)... Probeer het eens uit te denken, je hebt een moedercel met 3 chromosomen, die gaan repliceren en bla bla bla...

 

Je hebt het antwoord eerder al eens aangehaald, maar toen in je verklaring waarom mitose niet zou lukken (wat fout is, zie bovenaan deze reactie). Nu kijken we naar meiose.

Veranderd door QuarkSV, 26 mei 2014 - 20:25

Help WSF eiwitten vouwen in de VRIJE TIJD van je computer...

Surf & download: folding.stanford.edu. Team nummer: 48658.


#14

Asmahan

    Asmahan


  • 0 - 25 berichten
  • 25 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 26 mei 2014 - 20:37

We beginnen wat van het goeie pad af te wijken... Het is me niet duidelijk wat die "(1,5), (5,1), (2,4), (4,2)" betekenen, maar laat me een tip geven:

 

De mitose is voor triploïdy geen probleem omdat er gewoon één moedercel zal worden gedeeld naar 2 identieke dochtercellen. De chromosomen (neem nu even in gedachten dat we enkel 3x chromosoom 1 bezitten) gaan zich (die "X" vorm, 3x) in het evenaarsvlak gaan leggen en elk paar wordt "in 2 getrokken" en je krijgt 2 dochtercellen die ook triploïd zijn (3n). Daar is dus geen probleem mee. Je krijgt 2 dochtercellen die identiek zijn aan de oorspronkelijke moedercel (triploïd).

 

Bij meiose is er iets anders: in de eerste fase, na het repliceren van de chromosomen, gaat de helft van de chromosomen naar één dochtercel en de andere helft naar een andere dochtercel. In de tweede fase, splitsen die 2 dochtercellen en de zusterchromatiden worden verdeeld over 4 cellen (die zijn haploïd omdat 2n -> n) en die 4 cellen hebben elk de helft van het oorspronkelijke genetische materiaal dat de moedercel had. Je krijgt uit 1 diploïde cel, 4 haploïde cellen. Dit is het diploïde geval (2n)!!

 

Bij triploïdy (3n!) gaat er iets niet lukken in de meiose (fase 1 of fase 2 is de vraag)... Probeer het eens uit te denken, je hebt een moedercel met 3 chromosomen, die gaan repliceren en bla bla bla...

 

Je hebt het antwoord eerder al eens aangehaald, maar toen in je verklaring waarom mitose niet zou lukken (wat fout is, zie bovenaan deze reactie). Nu kijken we naar meiose.

 

De 4 dochtercellen bij de tweede fase van de meiose zouden de helft van het genetisch materiaal uit de moedercel moeten bevatten , de moedercel bevat echter 69 (3x23) chromosomen waardoor een evenredige verdeling tussen de 4 dochtercellen een probleem vormt. (?)


#15

QuarkSV

    QuarkSV


  • >250 berichten
  • 723 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 mei 2014 - 20:52

Bijna, maar het is niet in fase 2 van de meiose dat het fout loopt...

 

In fase 1 van de meiose loopt het fout want de 3 chromosomen (bv chromosoom 1) kunnen nooit op een evenredige manier verdeeld worden in 2 dochtercellen...

 

Bij mitose, worden de 3 X'en "in twee getrokken" en ontstaan er 2 dochtercellen met elk 3 chromosomen. Resultaat opnieuw triploïd dus.

Bij meiose, kan meiose 1 al niet correct verlopen omdat er normaal een evenredige verdeling moet zijn over de 2 dochtercellen. Hou goed voor de geest dat er 3 X'en in het evenaarvlak liggen. In diploïd geval, worden de 2 X'en (want diploïd) naar 2 kanten getrokken, resultaat is één X (chromosoom) in één dochtercel en de andere in een andere dochtercel. Maar als je 3 chromosomen hebt (triploïd), kan je dat nooit 'mooi' verdelen:

 

Meiose I 
XX<----XXX---->X

of

X<----XXX---->XX

 

Er is altijd "een kant" of beter gezegd "dochtercel" die er meer/minder heeft dan de ander. Resultaat zijn cellen die niet gebruikt kunnen worden voor reproductie. Daarom zijn triploïde organismen steriel.

Veranderd door QuarkSV, 26 mei 2014 - 20:57

Help WSF eiwitten vouwen in de VRIJE TIJD van je computer...

Surf & download: folding.stanford.edu. Team nummer: 48658.







Also tagged with one or more of these keywords: biologie

0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures