Springen naar inhoud

De vergroting van een oculair


  • Log in om te kunnen reageren

#1

liamgek

    liamgek


  • >250 berichten
  • 328 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 september 2014 - 08:42

Gister werd mij verteld dat de vergroting van een oculair van een microscoop alleen maar geldt voor een gemiddled oog (met nabijheidspunt op 25 cm)

 

Toen kreeg ik een aantal formules op mijn hoofd geslingerd in een kort tijdperk die ik allemaal niet begreep, of nou, ongeveer.

 

Eerst werd de lineare vergroting gegeven, heel simpel. Daarna kwam een hoekvergoting: N=tan ß/tan α, begreep ik wel, omdat tan ß en α de verhouding tussen de lengte en verte van het voorwerp zijn. Wat ik dan niet begrijp, is hoe lenzen de verhouding daartussen kan veranderen. Of is het zo dat dingen die wij bekijken onder een hoek er anders uitzien dan wanneer wij deze recht voor ons oog worden gehouden? In principe lijkt het namelijk precies op elkaar als ik het zo bekijk met mijn eigen oog. Een lens vervormd dus eigenlijk en die vervorming kan je weergeven in een hoekvergroting? Heb ik het dan goed?

 

Maargoed, uiteindelijk kwam hij dat de vergroting van een oculair van een microscoop dus de verhouding is tussen het nabijheidspunt en de brandpuntsafstand van het oculair. Nu vraag ik mij af. Hoe is dit beredeneerd?

 

 


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Michel Uphoff

    Michel Uphoff


  • >5k berichten
  • 5385 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 05 september 2014 - 15:12

Het nabijheidspunt (punctum proximum) is de afstand waarbij een gezond oog langdurig het scherpst ziet, het ligt dan zo rond de 300 mm.

 

Een loep maakt het mogelijk om je oog veel dichter bij een voorwerp te brengen en toch scherp te zien, waardoor je het groter ziet. Bij een sterke loep kan dat nabijheidspunt op wel 15 mm liggen. Om dat voor elkaar te krijgen moet de brandpuntsafstand van de loep dan dus ongeveer 15 mm zijn. Het voorwerp is nu 20 keer dichterbij, en dus 20 keer groter (in diameter).

 

300/15=20 maal vergroting.

Motus inter corpora relativus tantum est.

#3

aadkr

    aadkr


  • >5k berichten
  • 5441 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 05 september 2014 - 17:33

voor de nabijheidsafstand van een gezonde ooglens wordt in het algemeen 25 cm genomen.

een gezonde ooglens bezit het vermogen tot accomoderen.

de vergroting van het oculair van een microscoop wordt ook wel de angulaire vergroting

LaTeX

genoemd.

weet je de definitie van de angulaire vergroting ,die door een vergrootglas wordt teweeggebracht.


#4

liamgek

    liamgek


  • >250 berichten
  • 328 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 september 2014 - 20:02

Dat is tan ß/ tan α. toch?

 

Ik heb best veel problemen met het begrijpen van de powerpoint van mijn hoorcollege.

 

De uittreepupil van een microscoop wordt gedefinieerd als de plek waar de uittredende lichtbundel van een oculair convergeert. Het is dan wel raar voor mij, want ik begrijp  niet waarom ze juist nog niet gevonvergeerd moeten zijn. Zodat je oog hem kan convergeren. En dat hij precies op je netvlies een brandpunt bereikt.

 

Er wordt ook gezegd dat de lineare vergroting niet klopt voor een microscoop. Dus bij een microscoop geldt N=/= BB'/LL'. Maar voor mij is het juist logisch dat de vergroting gewoon de verhouding tussen grootte beeld en grootte voorwerp.

 

Wat ik ook niet begrijp is dat de uittreepupil precies op het nabijheidspunt ligt. Het lijkt mij dat de lens van het oculair niet invloed heeft van het oog dat het waarneemt.

 

zuo4t1.png

 

Deze foto begrijp ik niet. Ik begrijp dat het eerste beeld wordt verkregen door 2 constructiestralen te tekenen, maar die zijn weggelaten voor het gemak. Ik begrijp wel de eerste lichtstraal van het omgekeerde beeld, de lichtstraal recht door het optisch midden. Maar dan staat er op eens aan de andere kant van de lens nog een streep, evenwijdig aan die eerste lichtstraal van het omgekeerde beeld? Is dat een uittredende lichtstraal van het voorwerp? Waarbij de intredende lichtstraal niet is getekend?

 

Ik weet dat dit forum eigenlijk niet echt een vraagbank is. Maar ik begrijp er echt even helemaal niks van.


#5

jkien

    jkien


  • >1k berichten
  • 3053 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 05 september 2014 - 22:03

... dat de vergroting van een oculair van een microscoop dus de verhouding is tussen het nabijheidspunt en de brandpuntsafstand van het oculair. Nu vraag ik mij af. Hoe is dit beredeneerd?


De vergrotingsfactor geeft aan hoeveel beter men ziet met loep of oculair, vergeleken met het ongewapende oog. Het ongewapende oog dat accomodeert kun je namelijk ook opvatten als 'loep', en de sterkte van die 'loep' is 1/n, waarbij n de afstand van het nabijheidspunt is.
 
Omdat niemand gemiddeld is kun je de vergroting verder personaliseren. Bijvoorbeeld, bij mensen met een kleine nabijheidspuntafstand (jonge kinderen met een accomodatiesterkte van 10 D, of bijziende mensen met een afwijking van 10 D, die hun bril afzetten) is de persoonlijke vergroting kleiner dan de gemiddelde vergroting (die n=25 cm veronderstelt).






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures