Springen naar inhoud

Willekeurigheden in de SRT?


  • Dit onderwerp is gesloten Dit onderwerp is gesloten

#1

wappy

    wappy


  • 0 - 25 berichten
  • 23 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 09 november 2014 - 18:09

Oude koek misschien, maar de volgende vragen m.b.t. de ‘SRT’ laten me niet los.

 

1. Stel dat vanaf de oorsprong in AE’s systeem-in-rust gelijktijdig met zijn reizende balk, een raaf vertrekt. Aangezien het dier sneller vliegt dan de balk, haalt het de voorkant van de balk op een zeker punt in om vast te stellen dat de reistijd duidelijk langer is geweest dan wanneer de balk zou hebben stilgelegen. Op dat punt draait de raaf zonder tijdverlies om en vliegt langs de balk terug tot aan de achterkant om daar vast te stellen dat de reistijd aanmerkelijk korter is. Het dier legt de vraag of de balk twee verschillende lengten heeft voor aan een geleerd fysicus die zegt dat dat maar zo lijkt omdat de reistijd heen en de reistijd terug aan elkaar gelijk zijn. De tijd, behorend bij de bewegende balk, is anders dan die waarin de raaf meende te vliegen. De fysicus werkt dit verder uit in een lang artikel dat volstrekt analoog is aan "Zur Elektro-dynamik bewegter Körper" met dezelfde transformaties en uitkomsten, met dien verstande dat waar AE de lichtsnelheid c gebruikt, het artikel van deze fysicus de vluchtsnelheid van de raaf heeft. Niets beweegt sneller dan een vliegende raaf en energie = massa x het kwadraat van de snelheid waarmee een raaf vliegt.

 

Is de toepassing van de lichtsnelheid bij de transformatie van tijden en afstanden van een bewegend naar een statisch systeem een volstrekt willekeurige keuze die niet noodzakelijk de voorkeur heeft boven enige andere manier van transformeren in een gedachten-experiment? Is de keuze van de lichtsnelheid een fundamentele of een voorkeurskeuze? M.a.w. mag AE algemene geldigheid claimen in een ervaringsomgeving van zijn conclusies?

 

2. AE leidt vier transformatieformules af die tijden en afstanden in het bewegend systeem relateren aan die in het ‘systeem in rust’ zodat zichtbaar wordt welk effect beweging heeft op tijd- en ruimtedimensies. Hij gaat uit van de formule ½(τ₀ + τ₂) = τ₁, in woorden: de helft van de totale tijd die een lichtsignaal heen en terug langs de bewegende balk nodig heeft, is gelijk aan de tijdsduur van het heensignaal alléén, zodat heen- en terugsignaal – in het bewegend systeem! – evenveel tijd kosten. Verdere uitwerking hiervan resulteert in de transformatiefor-mules en de tijd gaat langzamer in het systeem in beweging en de afstanden zijn er korter dus de balk kort in als hij beweegt.

 

Het gaat AE erom dat de tijdsduren van heen- en retoursignaal langs de balk gelijk moeten zijn. Maar waarom moeten ze τ₁ zijn, zijnde de tijdsduur van het heensignaal in het statisch systeem? Waarom niet het retoursignaal? Waarom niet een beetje van allebei, waarbij het gewicht van beide in de formule zelfs zodanig had kunnen worden gekozen dat de unieke tijdsduur gelijk zou zijn geweest aan dat van een lichtsignaal langs de balk bij niet-beweging? AE vermeldt zijn beweegredenen niet. Ook deze ogenschijnlijke willekeurigheid is een conditio sine qua non voor al AE’s conclusies. Is het een willekeurigheid?

 

3. Aangezien de balk in het ‘systeem-in-rust’ volgens de tweede transformatieformule (ξ=γ(x-v.t) voor fijnproevers) korter wordt naarmate de tijd verstrijkt, veranderen de snelheden van voor- en achterkant ongelijk: de achterkant beweegt sneller dan de voorkant. Hieruit moet volgen dat hetzij de voorkant van de balk, hetzij de achterkant, hetzij allebei, geen constante snelheid hebben in het systeem-in-rust hetgeen strijdig is met het gegeven van een constante snelheid v van de balk. Correct?

 

4. In par.5 leidt AE met toepassing van zijn transformatieformules een formule af voor de snelheid ten opzichte van het ‘systeem in rust’ van een punt dat beweegt in het bewegend systeem. Die formule, die zowel de snelheid van het bewegend systeem als die van het punt binnen het bewegend systeem als termen bevat,  houdt in dat de ‘gecombineerde’ snelheid die van licht niet kan overtreffen. Een gerelateerde implicatie van AE’s benadering is dat snelheden niet lineair mogen worden opgeteld.

Nog afgezien van de vraag naar de algemene geldigheid van AE’s conclusies lijken ze hier bovendien niet met zijn uitgangspunten te sporen. Te beginnen met par. 2 zijn de termen c+v en c-v van essentieel belang. Zij zijn lineaire optellingen en aftrekkingen van de lichtsnelheid en de beweegsnelheid van het lichaam dat door een lichtsignaal wordt ingehaald c.q. tegen het signaal in beweegt. Zij zouden het lichtsnelheden zijn die zijn gemeten t.o.v. hun bron, a ls lineair optellen en aftrekken van snelheden zou zijn toegestaa. Maar AE verbiedt dat. O.a. op basis van lineaire optelling van snelheden leidt hij af dat snelheden niet lineair mogen worden opgeteld.

 

5. AE meet de lichtsnelheid anders dan die van bewegende punten of voorwerpen. De licht-snelheid wordt om voor hand liggende redenen altijd gemeten t.o.v. de bestemming van het signaal. Deze meetmethode wijkt af van de snelheidsmeting van het punt waarvan AE de gecombineerde snelheid wenst vast te stellen, die wordt gemeten uitgaande van het vertrekpunt. Dat is van belang, want die snelheid is niet constant t.o.v. de eindbestemming in het systeem-in-rust zoals volgt uit de tweede transformatievergelijking. Indien AE’s conclusie ‘niets beweegt sneller dan licht’ al houdbaar is, dan moet deze worden gemodificeerd: ‘niets kan zich sneller van een punt verwijderen dan licht een punt nadert’. 

 

6. Het is natuurlijk een erg boude suggestie dat AE zomaar wat verzonnen heeft. AE dobbelt evenmin als God. Maar hoe komt hij dan bij specifiek dit denkmodel waar andere evenwaardig lijken? Wat speelde zich af in die bovenkamer in het octrooibureau te Bern? Een hint is misschien te vinden in par. 6, waar AE met toepassing van zijn transformatiemethode aantoont dat de Maxwellvergelijkingen van electrische en magnetische velden in een bewegend systeem (een bewegende stralingsbron) identiek zijn aan die in een statisch systeem.  Al in de eerste zin van het hele artikel vermeldt AE zijn preoccupatie met de toen relevante geachte vraag of een magneet dan wel een geleider moet bewegen om een electrisch veld te creeëren. Hij wijst op empirische steun voor de opvatting dat de relatieve beweging van beide ten opzichte van elkaar, voldoende is voor het ontstaan van het veld. Het is verleidelijk te denken dat zijn artikel in belangrijke mate gebaseerd op de wens dit theoretisch te bevestigen.

 

7. Het is op het eerste gezicht verbazend dat AE woorden vuil maakt aan dit vraagstuk. Immers, indien beweging volstrekt relatief is, bestaan er geen systemen in rust. Dan is het onmogelijk dat een bewegend geleider en een statische magneet geen electromagnetisch veld oplevert als het tegengestelde dat wel doet.

 

8. Het willekeurige karakter van AE’s analytisch instrumentarium leidt tot de verdenking van een doelredening: het kiezen van een zodanige methode dat de gewenste uitkomst volgt. Uitgaande van de Maxwellvergelijkingen is hij wellicht gaan terugredeneren en -transformeren. In par. 6 is de lichtsnelheid c een onmisbare variabele: electromagnetische velden breiden zich uit met die snelheid. Derhalve moet de lichtsnelheid een centrale rol hebben in de transformatie van tijds- en ruimtewaarden van bewegende naar statische systemen. AE kan, uitgaande van de vergelijkingen die hij wenste af te leiden in par.6, hebben teruggeredeneerd naar die van par. 2 en 3.

Ingenieus? Zeer!

 

Vergezocht? Niet al te ver. AE was een knappe man.

 

Ik ben bijzonder veel dank verschuldigd aan Hr. Henk Dorrestijn die in zijn website ‘Einsteingenootschap’ met minutieuze nauwkeurigheid AE’s redenering en transformaties heeft gereconstrueerd. Alle denkfouten die het bovenstaande bevat komen echter exclusief  voor mijn rekening. 


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

*_gast_Bartjes_*

  • Gast

Geplaatst op 09 november 2014 - 19:44

Daar zitten best aardige vragen bij, maar bij een serieuze discussie over al deze vragen tegelijk zou het topic onleesbaar worden.


#3

Th.B

    Th.B


  • >250 berichten
  • 523 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 november 2014 - 22:29

Je refereert af en toe aan paragrafen. Waar kan ik dat artikel vinden?

 

Ik heb al wel wat commentaar klaar, maar dit topic wordt heel onoverzichtelijk zo. Kan iemand dit op- of afsplitsen?


#4

wappy

    wappy


  • 0 - 25 berichten
  • 23 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 10 november 2014 - 09:20

Veel dank voor de reacties.

 

Ik begrijp het probleem van de vele onderwerpen in een post. De dingen hangen zozeer met elkaar samen dat ik vond teveel te verliezen als ik het op zou splitsen. Misschien het beste dat er per vraag of onderwerp op wordt gereageerd door degene die dat wil.

 

De paragrafen zijn die van Einstein's artikel zelf. Zij zijn paragraaf voor paragraaf uitstekend vertaald in het NL op de website van het Einsteingenootschap. Ik zelf heb overigens vooral gewerkt met het boekje van Stephen Hawking met AE's belangrijkste artikelen in het Engels vertaald.  Het heet zoiets als 'The best of Einstein'.


#5

*_gast_Bartjes_*

  • Gast

Geplaatst op 10 november 2014 - 11:37

Over het in 2. aangekaarte probleem is zéér veel geschreven, en de geleerden zijn daar nog niet uit. Zie:

 

http://plato.stanfor...me-convensimul/

 

Merk op dat ook als de definitie van gelijktijdigheid (binnen zekere grenzen) inderdaad willekeurig is dat voor de relativiteitstheorie op zich nog geen probleem hoeft te zijn. Men moet bij het opzetten van een fysische theorie nu eenmaal altijd bepaalde min of meer willekeurige keuzes maken (bijvoorbeeld tekenafspraken).

Veranderd door Bartjes, 10 november 2014 - 12:04


#6

wappy

    wappy


  • 0 - 25 berichten
  • 23 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 10 november 2014 - 14:26

het boek van Hawking: 'The Essential Einstein: his Greatest Works'.


#7

Flisk

    Flisk


  • >1k berichten
  • 1270 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 10 november 2014 - 17:17

Kan iemand dit op- of afsplitsen?

Opmerking moderator :

Het opsplitsen van één bericht over meerdere topics is helaas niet mogelijk, daarom komt hier een slotje op.

 

@wappy: zie je notificaties (knopje linksboven elke pagina).

Je leest maar niet verder want je, je voelt het begin van wanhoop.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures