Springen naar inhoud

[Toegepaste fysica] : Vraagjes


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Stef31

    Stef31


  • >250 berichten
  • 609 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 03 september 2006 - 19:49

Hallo iedereen

Ik heb nog een paar vragen waar ik het antwoord echt niet kan vinden of hoe je het uitwerkt.

1.) In een metalen gascontainer zit een bepaalde hoeveelheid gas. Men verhoogt de temperatuur van 20°C tot 40°C Wat zal er gebeuren met de druk en bewijs dit met een berekening ?.

Mijn antwoord is :

De druk zal verhogen, maar men kan niet zeggen hoeveel precies.

2.) Men kan een lcihaam warmte doen afstaan door :

Mijn antwoord : het in contact te brengen met een lichaam met een kleinere soortelijke warmte en een kleinere massa.

3.) Hoeveel water van 0°C moeten we aan 6 kg water van 20°C toevoegen om een eindtemperatuur van 8°C te verkrijgen?

Mijn oplossing : wat moet je hier berekenen?

4.) Als we de warmtebalans opstellen steunen we op :

Mijn antwoord is : het behoud van temperatuur binnen het systeem

5.) De molaire warmtecapaciteit van een stof is de warmte nodig om 1 mol 1°C te doen stijgen. Bij een gas kan dit gebeuren bij constante druk, of bij een constant volume. Welk verband bestaat er tussen die grootheden?

Mijn antwoord : soortelijke warmte bij constante druk is groter dan de soortelijke warmte bij constant volume.

6.) Bij welke twee veranderingen van aggregatietoestand staat een stof warmte af?

Mijn antwoord : bij het smelten en verdampen wordt er warmte afgestaan

7.) Tijdens de faseovergang van water naar ijs zal het VOLUMEVERMEERDERING optreden en de dichtheid wordt dan kleiner .


Graag zou ik een docent of student die eens kijkt als mijn vragen juist zijn tis voor een oefenexamen ter voorbereiding van het echte examen nu dinsdagmorgen 5 sept.

Met vriendelijke groeten
Steven

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44867 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 03 september 2006 - 20:11

1.) In een metalen gascontainer zit een bepaalde hoeveelheid gas. Men verhoogt de temperatuur van 20°C tot 40°C Wat zal er gebeuren met de druk en bewijs dit met een berekening ?.  

Mijn antwoord is :  

De druk zal verhogen, maar men kan niet zeggen hoeveel precies.

dat kan je wél precies zeggen, althans, uitgaande van een ideaal gas zoals altijd in dit soort sommetjes. p1V1/T1 =p2V2/T2, met T in kelvin. Volume blijft constant, en nou kun je precies berekenen hoeveel hoger p2 wordt t.o.v. p1.

2.) Men kan een lichaam warmte doen afstaan door :  

Mijn antwoord : het in contact te brengen met een lichaam met een kleinere soortelijke warmte en een kleinere massa.

een gloeiende spijker heeft een kleinere massa dan mijn lichaam. IJzer heeft een kleinere soortelijke warmte dan mijn lichaam. Tóch vloeit er warmte van de spijker naar mijn lichaam. (au) Je redenering klopt dus niet. Dus: Even je denkpet terug opzetten :)

3.) Hoeveel water van 0°C moeten we aan 6 kg water van 20°C toevoegen om een eindtemperatuur van 8°C te verkrijgen?  

Mijn oplossing : wat moet je hier berekenen?


simpeler voorbeeldje: Je hebt een grote teil met 10 L water van 20°C, en een emmer met (ijs)water van 0°C. Als ik 10 L ijswater in de teil gooi, bevat de teil 20 L water van precies 10°C.
Maar er wordt om teilwater van 8°C gevraagd. Dat is nu dus een simpel sommetje??

4.) Als we de warmtebalans opstellen steunen we op :  

Mijn antwoord is : het behoud van temperatuur nee, warmte binnen het systeem


5.) De molaire warmtecapaciteit van een stof is de warmte nodig om 1 mol 1°C te doen stijgen. Bij een gas kan dit gebeuren bij constante druk, of bij een constant volume. Welk verband bestaat er tussen die grootheden?  

Mijn antwoord : soortelijke warmte bij constante druk is groter dan de soortelijke warmte bij constant volume.

Soortelijke warmte heeft in principe niks met druk te maken, maar wel met welke stof je het over hebt, en de standaardhoeveelheid stof (=massa) De energie die je nodig hebt om 1 kg van die stof 1 K in temperatuur te doen stijgen. Ik weet vrijwel zeker dat die definitie vrijwel letterlijk zo in je cursus staat, en in een ander topic van vanavond over smeltend ijs pas je het zelfs feilloos toe. Dus ik weet niet waar je jezelf mee in de war zit te brengen. :)


6.) Bij welke twee veranderingen van aggregatietoestand staat een stof warmte af?  

Mijn antwoord : bij het smelten en verdampen wordt er warmte afgestaan

Weer even je denkpet opzetten. koken is snel verdampen. Betekent dat dat ik het gas onder de pan kan uitdraaien zodra het kookt, en dat de pan daarna vanzelf steeds maar heter zal worden??

7

.) Tijdens de faseovergang van water naar ijs zal het VOLUMEVERMEERDERING optreden en de dichtheid wordt dan kleiner .

check.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures