Springen naar inhoud

[Wiskunde] Impliciete / Expliciete voorstelling van rechten


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Gerto

    Gerto


  • 0 - 25 berichten
  • 8 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 26 oktober 2006 - 12:54

Ik heb een oefening, waarvan ik het antwoord ken, maar ik begrijp niet volledig hoe er te komen: Geplaatste afbeelding

Het onderste is dus de oplossing, ik begrijp wel hoe je expliciet moet vinden maar niet hoe je impliciet moet vinden. Zou iemand mij daarbij kunnen helpen aub?

Bedankt,
Gert

EDIT: Ik zie dat dit topic verplaatst is. Mijn excuses, ik dacht dat alleen huiswerk topics in het huiswerk forum moesten, en geen vragen ivm gewone oefeningen.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Safe

    Safe


  • >5k berichten
  • 9907 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 26 oktober 2006 - 14:16

vb:
x=1+3t (1)
y=2-t (2)
Uit y=2-t volgt t=2-y vul dit in de eerste, enz.
Ook is mogelijk: vermenigvuldig (1) met 1 en (2) met 3 en tel dan op, dat geeft x+3y=...

#3

TD

    TD


  • >5k berichten
  • 24049 berichten
  • VIP

Geplaatst op 26 oktober 2006 - 14:20

In de eerste kolom staat een parametervergelijking. Dit wil zeggen dat de koppels (x,y) beschreven worden met behulp van een extra variabele, de parameter t. Voorbeeld: (t,t), dus: x = t en y = t. Het is hier duidelijk dat er dan ook geldt: x = y. Dit is de vergelijking waaruit de parameter t verdwenen is. In het algemeen: we elimineren de parameter t uit de eerste vergelijking, en verkrijgen het type uit de tweede kolom.
"Malgré moi, l'infini me tourmente." (Alfred de Musset)

#4

Miels

    Miels


  • >5k berichten
  • 14506 berichten
  • Beheer

Geplaatst op 26 oktober 2006 - 15:00

Een functie (van een rechte lijn) kan geschreven worden als f(x): y = ax + b. De kunst is de goede waarden voor a en b te vinden.

a is de richtingscoefficient (rc), oftewel hoeveel de lijn stijgt als je 1 eenheid naar rechts gaat. Bij een horizontale lijn is deze 0, bij een verticale is dit oneindig.

Bijvoorbeeld lijn D: hierbij is de rc (dus a) 0. In het geval van A is dat -1/3.

Vervolgens moet je nog b bepalen. Dit is de "verplaatsing" van de lijn. Als b = 0 dan loopt de lijn door de oorsprong.
Het bepalen van b is het makkelijkst door x = 0 te stellen. Met andere woorden: waar snijdt de lijn de y-as? Bij D is dat 4, bij A is dat 2 1/3

Uiteindelijk kom je zo op het volgende:
LaTeX

Never be afraid to try something new. Remember, amateurs built the ark. Professionals built the Titanic


#5

TD

    TD


  • >5k berichten
  • 24049 berichten
  • VIP

Geplaatst op 26 oktober 2006 - 15:05

Kleine aanvulling: het is 'veiliger' te zeggen dat rechten evenwijdig met de y-as geen richtingscoŽfficiŽnt hebben, ipv "oneindig".
"Malgré moi, l'infini me tourmente." (Alfred de Musset)





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures