Springen naar inhoud

[Wiskunde] problemen met oefeningen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

yuksel

    yuksel


  • >25 berichten
  • 37 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 29 oktober 2006 - 20:05

Hallo,

Ik werk voltijds en probeer in zelfstudie m'n
Bachelor Elektromechanica te behalen.
Ik oefen mezelf via een zelfstudiepakket maar er zijn enkele
oefeningen die ik maar niet opgelost krijg.
Tenzij de oplossing foutief is.

Hieronder de URL voor wiskunde

http://users.telenet.....iskunde 1.pdf


Ik heb een soortgelijke thread ivm Fysica.

http://www.wetenscha...showtopic=43388




alvast veel dank

Jeroen[/url]

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Cycloon

    Cycloon


  • >1k berichten
  • 4810 berichten
  • VIP

Geplaatst op 29 oktober 2006 - 20:30

Met die oefeningen waar 'gon' in voorkomt kan ik je niet helpen, geen idee waar ze het over hebben :)

Maar dit is de tekening van je vraagstuk, begrijp je het nu wat je moet doen?

Geplaatste afbeelding

Een tekening kan je leven een stuk gezelliger maken :)

Edit: Punt A daar zit jij, de groene lijn is het bord en punt M is het midden van het bord (verhouding op de tekening kunnen fout zijn)

#3

yuksel

    yuksel


  • >25 berichten
  • 37 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 29 oktober 2006 - 23:13

Met die oefeningen waar 'gon' in voorkomt kan ik je niet helpen, geen idee waar ze het over hebben :)

Maar dit is de tekening van je vraagstuk, begrijp je het nu wat je moet doen?

Geplaatste afbeelding

Een tekening kan je leven een stuk gezelliger maken :)

Edit: Punt A daar zit jij, de groene lijn is het bord en punt M is het midden van het bord (verhouding op de tekening kunnen fout zijn)


Ik heb de oefening hermaakt en bekom een lengte van 1.09m, dus 2.18 meter met de hoek 70° tussen het bord en de schuine.

Maar als je de tekening hermaakt met de hoek van 70°, recht tov het bord bekom ik wel 4.2m.
Vraagstelling is hier misleidend.


Bedankt!

#4

oktagon

    oktagon


  • >1k berichten
  • 4502 berichten
  • Verbannen

Geplaatst op 30 oktober 2006 - 17:40

Ze bedoelen wrs.dat je de randen ziet met een zichthoek vanuit je ogen van 70 graden en dan heb je te doen met de halve hoek voor de berekening (35 graden) en via de tang.kom je aan een halve breedte van 210;dus bordbreedte 420 cm.De normale gezichtsgrens van een mens is ca.135 graden en werkt hier wat verwarrend.

#5

yuksel

    yuksel


  • >25 berichten
  • 37 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 31 oktober 2006 - 01:29

Ik heb de opgaven even uitgetypt.


Oefening 3

sin(125gon) =

sin(185gon 47mgon) =

cos(22,471gon) =



Oefening 4

Je zit in het midden van de klas op 3m van het bord.
Als je de randen van het bord ziet onder een hoek van 70°,
hoe breed is dan het bord?. OPGELOST
(opl: 4,2)



Oefening 5

Op een bepaalde plaats zie je een ronde toren onder een hoek van 75°.
Ga je 25m achteruit dan zie je de toren onder een hoek van 22°.
Bereken de diameter van de ronde toren.
(opl: 13,8m (tip raaklijnen tekenen vanuit de 2 punten. Let op: raakpunten vallen niet samen)

Geplaatste afbeelding


Oefening 6

Om de straal van een ronde fabriekschoorsteen te berekenen werden volgende metingen gedaan.

Geplaatste afbeelding

(opl: straal 23m)



Oefening 7

Twee wegen maken met elkaar een hoek van 30°.
U vertrekt van aan het kruispunt en wandelt 200m.
Vanuit dit punt moet u de andere weg bereiken.
U mag enkel rechtdoor stappen en u mag slechts 150m afleggen.
Geef de afstand op de andere weg t.o.v. het kruispunt waar u deze weg bereikt.
(opl: 61m en 85m)



Oefening 8

Een ladder steunt tegen de muur. De top van de ladder komt tegen de muur op 5 meter boven de horizontale grond.
De ladder vormt met het horizontale vlak een hoek van 75m.
Bereken de lengte van de ladder.
(opl: 5,2m)



Oefening 9

Figuur abcd stelt een dakspant voor van een opslagplaats. Het punt d is het midden van ab.
cd en ab staan loodrecht op elkaar.
ab heeft een lengte van 12m en cd heeft een lengte van 2m.
De punten m en n liggen respectievelijk in het midden van ac en cb.
Hoe groot zijn de hoeken die in a en b gevormd worden?
Hoe lang zijn ac en bc? Bereken de lengte van am en md.
(opl: 18°26’ 6,3m 3,15m 3,17m)

Geplaatste afbeelding




Oefening 10

Bewijs: oppervlakte van een driehoek = (zijde x zijde x sinus ingesloten hoek) / 2

#6

yuksel

    yuksel


  • >25 berichten
  • 37 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 31 oktober 2006 - 01:34

Met die oefeningen waar 'gon' in voorkomt kan ik je niet helpen, geen idee waar ze het over hebben :?



gon zijn 100-delige graden
In bouwkunde gebruiken ze dat, een kwadrant is daar 100°, cirkel 400°.
In principe moet je dan bvb gewoon zo uit rekenen denk ik.

bvb: cos(45gon) is dan cos(45 * 9/10) maar dit komt niet overeen met het boek, dus de oplossing kan fout zijn.

Oefening 5, 6 en 9 zijn de belangrijkste. Als iemand me op de juiste weg kan zetten?


bedankt en groeten

Jeroen

#7

oktagon

    oktagon


  • >1k berichten
  • 4502 berichten
  • Verbannen

Geplaatst op 31 oktober 2006 - 10:16

Ik eb jarenlang bouwkunde als vak uitgeoefend en ben nooit een "gon" tegengekomen.De 100 gradige haakse hoek werd wel gedoceerd in de landmeetkunde,kan wel eens amerikaans wezen,maar dat alles terzijde.
Ik zal ook eens in je problemen duiken,maar proberen geen complete antwoorden te geven,want de moderne jeugd is vaak verdomde (sorry moderator,een slipje)gemakkelijk.Zal wel bij het generatieconflict behoren,jullie gaan fases overslaan,net als de papoeas vroeger,toen die ineens op een tractor werden gezet en niet wisten hoe het ding in elkaar zat;wij modernen weten trouwens ook niet hoe een computer of een auto werkt.We weten alleen de bediening en zo zal het met de wetenschap ook wel gaan.Er blijven zwaar betaalde specialisten over.

#8

oktagon

    oktagon


  • >1k berichten
  • 4502 berichten
  • Verbannen

Geplaatst op 31 oktober 2006 - 10:20

Je kunt de gons qua getal gewoon met 0.9 vermenigvuldigen,dus 40 gon =36 graden en dan cos- sin- etc berekenen;mijn eerste beantwoording.

#9

yuksel

    yuksel


  • >25 berichten
  • 37 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 31 oktober 2006 - 10:25

Ik verwacht geen uitgewerkte oefeningen oktagon.

Op het juiste spoor zetten is veel beter, anders leer ik er ook niets mee.

Ik moet werken tot 22u, dan post ik wat ik gedaan/geprobeerd heb.

#10

oktagon

    oktagon


  • >1k berichten
  • 4502 berichten
  • Verbannen

Geplaatst op 31 oktober 2006 - 10:31

Opgaaf 9:

3-hoek acd:

ab en cd bekend,dus ad berekenen

(ac)^2=(ad)^2 +(cd)^2

am= mc

hoek a van de driehoek ...tang = cd/ad tab.boekje of rekenmachine nodig
hoek d ,, = 180-a-d, etc.

Rest voor jou !

#11

oktagon

    oktagon


  • >1k berichten
  • 4502 berichten
  • Verbannen

Geplaatst op 31 oktober 2006 - 10:39

Opg.10:

Maak een schets van een wrs. rechth.driehoek,noem zijden a,b en schuine c

opp.is 0,5 (a+b)

sin hoek abc (hoek b) =a/c of b/c,hangt er van af hoe je zijden zijn benoemd.

je kunt de ene zijde benoemen door een waarde te berekenen via sin,cos of tg,ctg te vemenigvuldigen met een andere zijde.

#12

oktagon

    oktagon


  • >1k berichten
  • 4502 berichten
  • Verbannen

Geplaatst op 31 oktober 2006 - 10:45

Oef 5: een rot opgaaf,

eerste zicht afstand onbekend

raaklijnen zichthoeken verschillen,die van 22 graden ligt verder op de cirkel omdat de hoek kleiner is

alleen kijkafstandverschil bekend

moet hier echt induiken.

#13

Safe

    Safe


  • >5k berichten
  • 9907 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 31 oktober 2006 - 11:53

Oef 5: een rot opgaaf,

eerste zicht afstand onbekend

raaklijnen zichthoeken verschillen,die van 22 graden ligt verder op de cirkel omdat de hoek kleiner is

alleen kijkafstandverschil bekend

moet hier echt induiken.

Maak een 'halve' tekening (symm).
Noem het middelp vd cirk M, het volgende punt P en het verste punt Q (dus PQ=25).
Teken van uit P een raaklijn aan de cirkel met raakpunt P1, verbind P1 met M, dan is er een rechth drh MPP1 met hk MPP1=37,5. Noem MP, p.
Teken van uit Q een raaklijn aan de cirkel met raakpunt Q1, verbind Q1 met M, dan is er een rechth drh MQQ1 met hk MQQ1=11. Dan is MQ=25+p.
Natuurlijk geldt MP1=MQ1=r.
Er volgt:
LaTeX
LaTeX
Dit zijn twee verg met r en p en dus oplosbaar!

#14

yuksel

    yuksel


  • >25 berichten
  • 37 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 31 oktober 2006 - 12:53

Oefening 9

Uit driehoek acd met pythagoras

=> ac = (ad² + cd²)^1/2 = 6.32m

Uit sinusregel => sin  = (cd / ac) * sin 90° => â = b = 18° 26’ 55”


In driehoek adm met hoek d = hoek b =>

Hoek m = 180 - 18° 26’ 55” - 18° 26’ 55” = 143° 6’ 9”

am / sin(b) = 6 / sin(m) => am = (6 / sin(m)) * sin(b) = 3,16m

am = md

Geplaatste afbeelding

#15

yuksel

    yuksel


  • >25 berichten
  • 37 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 31 oktober 2006 - 12:54

Tot vanavond mensen, moet gaan werken!
Kga die 5 en 6 is bekijken.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures