Springen naar inhoud

[wiskunde] vraagstukken


  • Log in om te kunnen reageren

#1

sunflowerke

    sunflowerke


  • >100 berichten
  • 142 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 november 2006 - 20:56

hey, ik heb een redelijk moeilijk vraagstuk waar ik nie echt uitkom, ik weet niet
hoe ik de vergelijking moet opstellen.

In een afdeling van een autofabriek worden drie modellen A,B en C gemaakt. Voor de assemblage zij er 52manuren nodig voor odel A, 78 vor model B en 94 voor model C. In deze afdeling werken 260 arbeiders gedurende 32 uur per week.
De marktafdeling voorspelt dat de vrag naar model A dubbel zo groot zal zijn als de vraag naar model B en dat de vraag naar model C 10 % van de productie zal bedragen. Hoeveel auto's zal men per week produceren als men rekening houdend met de prognoses van de marketing?

alvast bedankt voor de hulp!

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Smirnovv

    Smirnovv


  • >100 berichten
  • 133 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 november 2006 - 00:06

hey, ik heb een redelijk moeilijk vraagstuk waar ik nie echt uitkom, ik weet niet  
hoe ik de vergelijking moet opstellen.

In een afdeling van een autofabriek worden drie modellen A,B en C gemaakt. Voor de assemblage zij er 52manuren nodig voor odel A, 78 vor model B en 94 voor model C. In deze afdeling werken 260 arbeiders gedurende 32 uur per week.  
De marktafdeling voorspelt dat de vrag naar model A dubbel zo groot zal zijn als de vraag naar model B en dat de vraag naar model C 10 % van de productie zal bedragen. Hoeveel auto's zal men per week produceren als men rekening houdend met de prognoses van de marketing?

alvast bedankt voor de hulp!


Begin eerst met definieren van je onbekenden :
A = hoeveelheid auto's van type A geproduceerd/week
B = hoeveelheid auto's van type B geproduceerd/week
C = hoeveelheid auto's van type C geproduceerd/week

Je hebt dus drie onbekenden. Om deze te vinden zal je dus nood hebben aan 3 vergelijkingen. Deze kan je uit je opave halen door systematisch de informatie die daarin vervat zit uit te drukking in functie van deze drie gedefinieerde onbekenden A, B en C.

Bv: "Voor de assemblage zij er 52manuren nodig voor odel A, 78 vor model B en 94 voor model C. In deze afdeling werken 260 arbeiders gedurende 32 uur per week"

Er werken 260 arbeiders gedurende 32 uur/week, dus gedurende één week zijn er 260 x 32 uren beschikbaar. Deze uren kunnen gebruikt worden voor de productie van model A (52 uren/auto), model B (78 uren/auto), model C (94 uren/auto). Dit levert dus volgende vergelijking op:
52.A + 78.B + 94.C = 260.32

Verder wordt ook gezegd: "De marktafdeling voorspelt dat de vrag naar model A dubbel zo groot zal zijn als de vraag naar model B", of in symbolen:

A = 2B

En ten slotte : "en dat de vraag naar model C 10 % van de productie zal bedragen."

Dit levert : C = 1/10.(A+B+C)

Dit levert nu een stelsel van drie vergelijkingen voor drie onbekenden en kan je dus eenvoudig oplossen.
Ce que j'écris n'est pas pour les petites filles, dont on coupe le pain en tartines.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures