Springen naar inhoud

[scheikunde] roulerend practicum thermochemie


  • Log in om te kunnen reageren

#1

princessjoe

    princessjoe


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 29 januari 2007 - 19:43

Hey,
we moeten voor sk een roulerend practicum doen.
we zijn er best ver mee gekomen maar we lopen nu vast
hopelijk kunnen jullie de vragen beantwoorden.
(de vragen onderaan zijn dikgedrukt)

PROEF:
Uitvoering:

Proef 1:
50 ML water afgemeten in maatcilinder en in de thermosfles gedaan
Temperatuur van het water gemeten
Water in bekerglas verwarmt tot 50C
Temperatuur van het verwarmde water gemeten in de maatcilinder
Verwarmde water in thermosfles gedaan en na 3 minuten temperatuur gemeten

Proef 2:
25 ML 1,0 M natronloog afgemeten in maatcilinder en in de thermosfles gedaan
Temperatuur van het natronloog gemeten
25 ML 1,0 M zoutzuur afgemeten in maatcilinder en temperatuur gemeten
Beide stoffen bij elkaar in de thermosfles gedaan, en de temperatuurstijging gemeten

Proef 3:
25 ML 1,0 M natronloog afgemeten in maatcilinder en in de thermosfles gedaan
Temperatuur van het natronloog gemeten
25 ML 1,0 M azijnzuur afgemeten in maatcilinder en temperatuur gemeten
Beide stoffen bij elkaar in de thermosfles gedaan, en de temperatuurstijging gemeten

Proef 4:
50 ML water afgemeten in maatcilinder en in de thermosfles gedaan
Temperatuur van het water gemeten
5,00 gram Kaliumnitraat afgemeten op de weegschaal
Kaliumnitraat bij het water in de thermosfles gedaan.
Temperatuur gemeten van het mengsel in de thermosfles

Proef 5:
25 ML 0,5M bariumchloride-oplossing afgemeten in maatcilinder en in de thermosfles gedaan
Temperatuur van het natronloog gemeten
25 ML 0,5M natriumsulfaat-oplossing afgemeten in maatcilinder en temperatuur gemeten
Beide stoffen bij elkaar in de thermosfles gedaan, en de temperatuurstijging gemeten


Waarnemingen en Gegevens:

Proef 1:

Temperatuur water in maatcilinder na 1 minuut: 21,5C
Temperatuur water in bekerglas na verwarming van 50C en na 1 minuut wachten: 46C
Temperatuur water in thermosfles na ongeveer 3 minuten wachten: 34C

Proef 2:

Temperatuur Natronloog in de thermosfles: 23C
Temperatuur Zoutzuur in maatcilinder: 21C
Temperatuur Zoutzuur + Natronloog in thermosfles: 28C

Proef 3:

Temperatuur Natronloog in thermosfles: 21C
Temperatuur Azijnzuur in maatcilinder: 21C
Temperatuur Azijnzuur + Natronloog in thermosfles: 25,5C

Proef 4:

Massa: 5,00 gram Kaliumnitraat
Temperatuur water in maatcilinder: 21,5C
Temperatuur water + Kaliumnitraat: 15C

Proef 5:

Temperatuur Bariumchloride in thermosfles: 20,5C
Temperatuur Natriumsulfaat in maatcilinder: 21C
Temperatuur Natriumsulfaat + Bariumchloride in thermosfles: 22C

Opdrachten:

-1 Bereken uit de gegevens van proef 1 de warmtecapaciteit van de thermosfles in Joule/K
hierbij hebben we :
Warmtecapaciteit van de thermosfles:

Q (afgestaan door water) m x C x ∆T = Q(opgenomen door thermosfles) C x ∆T
Cwater = 4,18 x 10 J kg-1 K-1 (lit-1)
∆T = 46 C 34 C = 12 C
(50mL x 0,998) x (4,18 x 10) x 12 = C x 12
C = 49,9 x 4,18 x 10 = 2,09 x 105 J K-1 = 2,09 x 10 kJ K-1

2 Stel de temperaturstijging van het water bij proef 2 vast. Dit is het verschil tussen de hoogst gemeten eindtemperatuur en de gemiddelde temperatuur van het zoutzuur en de natronloog van vr de reactie. Bereken hoeveel Joule het water bij proef 2 heeft opgenomen. Stel de temperatuurstijging van de thermosfles vast. Houd daarbij rekening met het feit dat natronloog en zoutzuur (misschien) niet dezelfde begintemperatuur hadden. Bereken hoeveel Joule de thermosfles bij proef 2 heeft opgenomen. Bereken nu de reacties warmte van de reactie tussen natronloog en zoutzuur. Druk deze neutralisatiewarmte uit in kJ per mol NaOH.
hierbij hebben we:
Temperatuurstijging water:
Gemiddelde temperatuur Natronloog en Zoutzuur is : 23C + 21C = 44C
44C / 2 = 22C.
Hoogste gemeten eindtemperatuur: 28C. Dan is er dus een temperatuurverschil van:
28C - 22C = 6C

Q (afgestaan door reactie) = Q(opgenomen door vloeistof) + Q(opgenomen door thermosfles)
wordt:
Q (afgestaan door reactie) = m x C x ∆T + C x ∆T

3 Bereken bij proef 3 de neutralisatiewarmte van de reactie tussenazijnzuur en natronloog in kJ per mol NaOH op dezelfde manier als bij proef 2

4 Bereken bij proef 4 de oploswarmte van kaliumnitraat in kJ per mol KNO3

5 Bereken bij proef 5 de reactiewarmte van de reactie tussen natriumsulfaat en bariumchloride in kJ per mol BaSO4 . Ga uit van de gemiddelde begintemperatuur van de oplossingen

Alsjeblief help me met deze vragen, alvast bedankt.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44820 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 30 januari 2007 - 00:11

Je hebt vreselijk je best gedaan om een uitgebreid bericht te schrijven. complimenten. Maar om je te helpen loop ik vast bij gebrek aan zicht op wat er gebeurt:

proef 1 snap ik niet.

Ik speel een gedachtenfilmpje af van wat er gebeurt, maar dat filmpje draait niet met jouw scenario:
50 mL water afgemeten in maatcilinder en in de thermosfles gedaan ok
Temperatuur van het water gemeten van die 50 mL neem ik aan
Water in bekerglas verwarmt tot 50C welk water, hoeveel?
Temperatuur van het verwarmde water gemeten in de maatcilinder en hoeveel was dat dan?
Verwarmde water in thermosfles gedaan en na 3 minuten temperatuur gemeten hoeveel water zat er nu totaal in de thermoskan en welke temperatuur zou dat theoretisch moeten hebben?

Uit bovenstaande cruciale vragen word ik geen wijs met:

Proef 1:  

Temperatuur water in maatcilinder na 1 minuut: 21,5C  
Temperatuur water in bekerglas na verwarming van 50C en na 1 minuut wachten: 46C  
Temperatuur water in thermosfles na ongeveer 3 minuten wachten: 34C


en die cruciale gegevens heb je volgens mij ook niet gebruikt bij:

Warmtecapaciteit van de thermosfles:  

Q (afgestaan door water) m x C x ∆T = Q(opgenomen door thermosfles) C x ∆T  
Cwater = 4,18 x 10 J kg-1 K-1 (lit-1)  
∆T = 46 C 34 C = 12 C  
(50mL x 0,998) x (4,18 x 10) x 12 = C x 12  
C = 49,9 x 4,18 x 10 = 2,09 x 105 J K-1 = 2,09 x 10 kJ K-1

want ik vind maar 50 mL terug, waar er volgens mij 50 mL koud water in moet zitten plus nog een hoeveelheid warm water.

Dus vertel nou nog eens stap voor stap wat je deed met wat, en wat van elk van die "wat"ten de temperaturen en hoeveelheden waren.

Dan lossen we eerst deze op, en gaan daarna met de rest verder. :)
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures