Springen naar inhoud

vraagje over drukval bij het verpompen van vloeistof


  • Log in om te kunnen reageren

#1

gert

    gert


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 11 januari 2005 - 22:56

Wie kan helpen de volgende vraag die ik in de praktijk ben tegengekomen te beantwoorden ?

Gegeven : Aan het begin van een slang staat een pomp die een constante druk levert van 10 bar. De te verpompen vloeistof is voor het gemak water (is in het echt vloeibare mest). De slang aan de pomp is hieronder beschreven :

SITUATIE 1 : 1000 meter lengte (diameter 130 mm) met daaraan vast 1 meter lengte (diameter 100 mm), een vernauwing dus.

SITUATIE 2 : 10 stukken van 100 meter lang (diameter 130 mm), aan elkaar gekoppeld met koppelingen van 10 centimeter lang (diameter van de koppelingen 100 mm, vernauwingen dus), op het eind zit ook een koppeling, dus totaal 10 stuks.

VRAAG : De totale lengte is in beide gevallen dus 1001 meter. Hoe groot is het drukverlies bij situatie 2 in verhouding tot situatie 1 ?

Ik ben benieuwd, groeten Gert.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Bert

    Bert


  • >250 berichten
  • 718 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 12 januari 2005 - 18:13

Je probleem is niet goed gedefinieerd tenzij je bedoeld dat de druk aan het einde van de 1001 meter 0 bar is (vrije uitstroming). In dat geval is het antwoord triviaal: 10 bar.
Ik neem echter aan dat je wilt weten hoeveel water er in beide gevallen stroomt, of dat je de drukval wilt weten bij een bepaald debiet. De vraag is dan: welk debiet (want dat staat niet in je vraag).

#3

gert

    gert


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 12 januari 2005 - 19:31

Sorry, de (centrifugaal)pomp levert 240 m3 / uur bij 10 bar tegendruk.
bedankt voor de reactie, groeten Gert

#4


  • Gast

Geplaatst op 16 januari 2005 - 15:27

Punt 1
Een centrifugaalpomp levert geen constante druk met verschillende debieten, tenzij er een drukregelaar in het circuit zit met een terugloop naar de ingang van de pomp. Maar goed, laten we aannemen dat voor Geval 1 de stroming het gegeven debiet is.

Punt 2
De 100 m pijp heeft in dat geval een bepaalde weestand R1 welke uit te rekenen is via de gegevens voor de pijp (ruwheid niet vergeten) vanuit het Moody Diagram (moet je zelf doen). De vernauwing van 1 m lang heeft 3 weerstanden R2(ingang), R3(pijp van 100 mm), R4(uitgang).

Dit lijkt eenvoudig maar er zit een addertje onder het gras: een kort stuk pijp van 1 m en 100 mm dia. heeft een geheel andere weerstand (per meter) dan een lange pijp. . .dit heeft te maken met de inlaat stromingsvormen welke voor een pijp van 100 mm dia. pas na 15 @ 20 m een definitief profiel krijgt. Het uitrekenen van de exacte weerstand voor de 1 m pijp is niet eenvoudig(als je geen tabellen er voor hebt). Gemakshalve kan je aannemen dat de weerstand tussen de 30% en 40% hoger is dan voor de weerstand per meter voor een lange pijp. Aan het einde van de pijp, als het in de atmosfeer (druk 0)eindigt, moet je een uitlaatweerstand toevoegen (kijk) in de tabellen). Totale weerstand is Rt= R1+R2+R3+R4+R5. Als Rt voor het gegeven debiet een drukverschil van minder dan 10 bar oplevert zal de stroming groter zijn dan opgegeven is. Als de stroming constant moet blijven moet je aan het einde van de pijp een smoorklep plaatsen om de pomp uitlaatdruk naar 10 bar op de voeren. Dit geeft je dan een referentie-geval om de andere installatie te gaan vergelijken met 10 Bar als drukval over het systeem.

Punt 3
Nu vervang je de 1 m pijp van 100 mm dia. Met een aantal koppelingen (100 mm dia. doorvoer) welke totaal 1 m lengte in beslag neemt (Ik stel N stuks). Een koppeling is niet eenvoudigweg een inlaat en uitlaat achter elkaar met 0 mm pijp ertussen maar zal een bepaalde geometrische vorm hebben (een soort korte venturibuis of een vernauwing-verbreding met een kort stukje 100 mm pijp er tussen. Voor elke koppeling geldt: (Rin+Rp+Ruit) net zoals voor het eerste geval. Zelfs als Rp=0 zou gelden heb je nog steeds N*(Rin+Ruit) en dit is haast zeker een veel hogere weerstand als ongeveer N=3 of groter is. Daarbij komt dat voor een koppeling je zeer moeilijk (normaliter onmogelijk) zelf de weerstanden Rin en Ruit kan uitrekenen omdat deze sterk afhankelijk zijn van de geometrie van het stromingskanaal. Je moet dus naar de tabellen gaan om het uit te rekenen. Indien het niet gegeven is kan je standaard inlaat en uitlaat weerstanden gebruiken of de zaak generisch oplossen(beantwoorden) door te stellen dat 6*(Rin+Ruit) zeker een hogere weerstand zal zijn dan 1*(Rin+Rp+Ruit). In het geval 2 zal de totale weerstand (inclusief de smoorklep met afstelling uit geval 1) beduidend hoger zijn dan in geval 1 en zal het debiet beduidend lager zijn voor de 10 bar invoer. Om dezelfde stroming te krijgen als in geval 1 zou je de smoorklep aan het einde moeten opendraaien en het kan dan zo zijn dat met een volledig open klep de weerstand nog te hoog is om het opgegeven debiet te behalen.

Je kan zelfs verder gaan en met min of meer bekende waarden voor Ri en Ruit deze vergelijking opzetten

N*(Rin+Rv+Ruit)=(Rin+Rp+Ruit)

waar Rv de weerstand is van de vernouwing in de koppeling en Rp de weerstand van 1 m pijp van 100 mm dia. Indien de weerstandswaarden bekend zijn kan je uitrekenen hoeveel koppelingen je kan installeren zonder het gedrag van het hydraulische circuit te veranderen.

#5


  • Gast

Geplaatst op 06 april 2007 - 20:28

Hallo Gert

Zijn dat de waarden van een Doda mestpomp die je daar opnoemt? Ook werkzaam met het sleepslangbemesten?
Ben wel benieuwd naar jouw ervaringen.
Ben zelf wel werkzaam met het sleepslangbemesten en constant bezig de capaciteit op te voeren.

Groeten Martin

P.s. gebruiker van de nieuwe Bauer SX 1000 !





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures