Springen naar inhoud

[scheikunde] titratie


  • Log in om te kunnen reageren

#1

youy

    youy


  • >25 berichten
  • 28 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 01 februari 2007 - 15:10

hallo, we moeten het sulfietgehalte bepalen uit natriumsulfiet. en vroegen we dus af of dit wel redelijk klopt??

nu hebben we het volgende al gedaan:

Uit het bekerglas pipetteerden we 10 ml van de voorbewerkte oplossing van Natriumsulfiet en joodoplossing in een erlenmeyer. Daarbij deden we een paar druppels ven het zetmeel (= indicator) zodat we zouden zien wanneer het Jood op was gereageerd.

Voordat we begonnen met het toevoegen van natriumthiosulfaatoplossing lazen we eerst het beginstand af op de buret. Daarna voegden we vanuit de buret net zoveel Natriumthiosulfaatoplossing toe totdat er een kleuromslag was.

vervolgens lazen we de eindstand af zodat we wisten hoeveel natriumthiosulfaatoplossing we gebruikt hadden. De proef hebben we net zo lang herhaald totdat er drie uitkomsten waren die niet meer dan 0.1 ml verschilden.

voorbewerkte oplossing van natriumsulfiet en joodoplossing (0,00525M)
-Natriumthiosulfaatoplossing (0,010M) (Na2S2O3)
-zetmeel (als indicator)

we kwamen uit op 8.47 ml natriumthiosulfaat, gemiddeld (dit was het toevoegen van natriumthiosulfaat uit de buret)

Eerst maken we een redoxreactie van sulfiet en jood. Hieruit kunnen we zien hoeveel mol sulfiet er nodig is met jood.

RED SO3˛- + H 2O (l)  SO42- + 2 H+ + 2e-
OX I2 + 2e-  2 I- ________________________
SO3˛- + H 2O (l) + I2  SO42- + 2 H+ +2 I-

Vervolgens hoort er nog een redoxreactie van Natriumthiosulfaatoplossing en jood.

RED 2 S2O32-  S4O62- + 2e-
OX I2 + 2e-  2 I-
2 S2O32- (aq) + I2 (aq)  S4O62- (aq) + 2 I- (aq)

We weten dat er 8.47 ml Natriumthiosulfaatoplossing nodig is voor de titratie met jood. De molariteit van Natriumthiosulfaatoplossing is 0.010 M. We hebben dus 8.47 ml x 0.010 M = 8.47 ∙10-2 mmol Natriumthiosulfaatoplossing toegevoegd zodat deze gereageerd heeft met jood. Er was 8.47∙10-2 / 2 = 4.235∙10-2 mmol Jood, dit kun je afleiden uit de reactievergelijking want daar staat dat 2 S2O32- (aq) + I2 (aq) = 2 : 1.

In de reactievergelijking kun je zien dat er net zoveel jood als sulfiet aanwezig is 1:1 in de 10ml oplossing. Dus de molariteit van de sulfiet is 4.235∙10-2 / 10.0 = 4.235 ∙10-3 M.
De molaire massa van sulfiet is 80,06 g/mol, daarmee kunnen we met behulp van het aantal mol (4,235∙10-5 mol) het aantal gram dat gereageerd heeft berekenen, dat is 3,39∙10-3 gram, dus 3,39 mg. Er is dus 3,39 mg in 10,0 ml opgelost, dan is het sulfietgehalte 339 mg/l.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Gosse

    Gosse


  • >25 berichten
  • 88 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 01 februari 2007 - 15:55

Het is voor mij alweer even geleden dat ik dit gedaan heb, maar volgens mij klopt het...





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures